Thema in de kijker: inbraakpreventie en cybercriminaliteit

Laat inbrekers je feestdagen niet verpesten! Tijdens de donkerste dagen van het jaar gebeuren er immers traditioneel meer inbraken.

“Zorg dat dieven in het licht staan”

Annemie De Boye
Volgens Annemie De Boye heeft inbraakgevoeligheid veel met omgevingskenmerken te maken, maar kunnen we zelf ook wel één en ander doen om ons huis beter te beveiligen. ‘Globaal gezien kunnen we stellen dat steden inbraakgevoeliger zijn dan het platteland. Er is meer leven op straat en meer anonimiteit. Anderzijds is er in steden meer sociale controle, zelfs ’s nachts, en zijn er op het platteland meer vluchtwegen. Het is met andere woorden een mes dat aan twee kanten snijdt. Aan de ligging van je woning kan je weinig veranderen, maar je kan wel degelijk dingen doen om je woning of bedrijf beter te beveiligen tegen inbraak. Het belangrijkste is sociale controle. Zorg voor voldoende inkijk in je woning, school of bedrijf. Mensen denken soms dat ze dieven afschrikken door hoge hagen rond hun gebouw te plaatsen, maar die zorgen er net voor dat een dief ongestoord zijn gang kan gaan. Gemiddeld heeft een dief drie à vier minuten nodig om binnen te geraken. Je kan hem natuurlijk afschrikken met een hele stevige voordeur die tien minuten kost om open te breken. Maar als de buren die voordeur niet kunnen zien, heeft een dief toch alle tijd van de wereld om aan de voordeur te morrelen. Het beste wat je dus kan doen, is inbrekers het gevoel geven dat ze snel moeten zijn omdat ze in het zicht staan en ervoor zorgen dat de weerstand om je woning binnen te geraken groter is dan drie minuten.’

“Mensen beseffen dat ze hun deur moeten sluiten, maar de virtuele deur laten ze openstaan”

Evelien De Pauw
Evelien De Pauw wijst erop dat vooral de online criminaliteit stijgt, zeker in de bedrijfswereld. ‘Men stuurt bijvoorbeeld vanuit het gekraakte e-mailadres van de CEO een mail naar de secretaresse om geld over te schrijven op een rekening. Dat geld is weg, en van de dader vind je geen spoor meer terug. Voorlopig zijn burgers nog in mindere mate het slachtoffer, maar het gebeurt toch steeds meer. De voorspelling is dat het steeds vaker zal gebeuren. Er wordt nu al geregeld ingebroken in de online banking apps, er worden phishingmails gestuurd, mensen worden gechanteerd met naaktfoto’s die men vond op een gekraakte computer of smartphone. De daders zijn ook slim. Als mensen een mail krijgen van de federale politie over een onbetaalde boete, slaan ze al snel in paniek. Maar we mogen niet te goedgelovig zijn. Mensen denken altijd dat het hen niet zal overkomen, maar we moeten ons er dringend meer bewust van worden dat het wel kan gebeuren. Burgers weten heel goed dat ze hun deuren en ramen moeten sluiten, maar zijn zich te weinig bewust van de gevaren die online op de loer liggen. Iedereen gebruikt hetzelfde soort paswoord, zoals de naam van de kinderen of van de hond, de netwerksleutel ligt gewoon op de router, ... Mensen met slechte bedoelingen weten die dingen wel te vinden. Het belangrijkste is om altijd alert te blijven.’

27 december 2016