Thema in de kijker: Pensioenregeling bij overlijden, scheiding of een internationale carrière

Op welk pensioen heeft u recht? Voor veel mensen een vraag waar ze niet meteen een antwoord op hebben. Voor wie te maken krijgt met een echtscheiding, een overlijden of een internationale loopbaan zijn de regels bovendien niet altijd eenduidig. Professor Nan Torfs en advocate Chantal Hendrickx lichten toe.

Nan Torfs: “Eén pensioenregeling voor gehuwden en samenwonenden?”

In de huidige maatschappij maken de pensioenrechten van het wettelijk pensioen, het aanvullend pensioen en de individuele schema’s een groot deel uit van de rijkdom. Bij een scheiding of een overlijden gelden verschillende regels die bepalen of de partners recht hebben op een deel van de pensioenrechten, naargelang de samenlevingsvorm. Professor in de rechten Nan Torfs: “De rechten rond pensioenregelingen zijn voortdurend in evolutie. Het lijkt discriminerend om een afwijkende pensioenregeling te hebben naargelang de samenlevingsvorm, zoals dat nu in België het geval is. Zo kent men in ons land niet ‘de samenwonende partner’, hoe duurzaam de relatie ook was. Maar is het wel aangewezen om één regeling te hanteren voor alle partners, ongeacht of ze gehuwd zijn of niet, en ongeacht het huwelijksvermogensstelsel? De meningen daarover zijn verdeeld. Het loont wel de moeite om te kijken naar hoe andere landen een antwoord geven op de problematiek. Nederland is bijvoorbeeld interessant: daar is men geëvolueerd van een huwelijksvermogensrechtelijke benadering naar een eigen, op zichzelf bestaande regeling. Er is in elk geval veel rechtspraak rond deze materie, en er liggen ook nieuwe wetsvoorstellen op tafel. Zo wil men bijvoorbeeld bij wet strenger zijn dan de huidige rechtspraak en wil men de pensioenrechten beperken tot de titularis ervan, zonder de partner van de titularis er rechten op te geven.”

Chantal Hendrickx: “Aanvullende pensioenopbouw voor internationale werknemers verschilt sterk binnen de Europese landen”

Chantal Hendrickx
Werknemers met een internationale carrière bouwen - naast een wettelijk pensioen - soms in elk land een aanvullend pensioen op. Maar omdat aanvullend pensioen op het raakvlak ligt van arbeidsrecht, sociale zekerheid, fiscaal recht en verzekeringsrecht is de regelgeving zeer complex en niet altijd op elkaar afgestemd. “Er zijn natuurlijk Europese richtlijnen die deze materie regelen, zoals de richtlijn 2003/41/EG van 3 juni 2003 en de richtlijn 98/49/EG van 29 juni 1998. Maar toch zijn er nog veel pijnpunten, zegt advocate Chantal Hendrickx van Vandendijk & Partners. “Omdat er zo veel verschillen zijn, zijn er in de praktijk veel problemen voor de aanvullende pensioenopbouw van internationaal mobiele werknemers. Momenteel verschilt bijvoorbeeld de fiscale behandeling van de opbouw en de uitkering van de aanvullende pensioenen in de verschillende lidstaten van Europa. Sommige landen belasten de opbouw van het pensioen, andere de uitkering . Bovendien is in sommige landen een kapitaalsuitkering mogelijk terwijl in andere landen verplicht een rente uitgekeerd moet worden. In de nieuwe dubbelbelastingverdragen zien we ook een tendens om de heffingsbevoegdheid van pensioenen eerder aan de bronstaat toe te kennen dan aan de woonstaat.” In de Belgische wetgeving rond aanvullende pensioenen zijn trouwens ingrijpende wijzigingen op til. Zo wordt verwacht dat in de eindejaarswetten de rendementsgarantie en het tijdstip waarop de aanvullende pensioenen mogen worden uitgekeerd, gewijzigd zullen worden.”

21 december 2015