Werk: loopbaanbegeleiding, genderkloven en uitsluitingsmechanismen

Marijke Verbruggen

Op enkele jaren tijd is het aantal centra voor loopbaanbegeleiding in Vlaanderen verviervoudigd. Dat heeft niet alleen te maken met het feit dat loopbaanbegeleiding sinds 2005 voor elke Vlaming een recht is, maar vooral met het feit dat de behoefte eraan groot is. “Loopbanen worden immers steeds turbulenter”, zegt docente HRM en personeelsbeleid Marijke Verbruggen (KU Leuven). “Personen die loopbaanbegeleiding kregen, gaan beter om met conflicten op het werk, ontwikkelen hun competenties, zijn in staat om hun loopbaan zelfstandig te sturen, gaan sneller actie ondernemen om hun loopbaan te ontwikkelen, of durven een gesprek aan te gaan met hun baas, wat daarvoor niet altijd even evident was. Kortom, ze zijn tevredener met hun baan. Werkgevers hoeven ook niet te vrezen dat wie loopbaanbegeleiding aanvraagt het bedrijf zal verlaten. Slechts de helft van die personen doet dat, de andere helft komt versterkt uit een loopbaanbegeleidingstraject.”

Síle O’Dorchai (ULB) spitst zich in haar werk toe op de genderloopbaankloof. “Kinderopvang is de enige neutrale maatregel die de overheid kan nemen in de strijd voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen op de werkvloer”, zegt ze. “Alle andere maatregelen hebben een verschillende invloed op de loopbaan van mannen en vrouwen, waardoor de loonkloof tussen beiden nog groter wordt. Omdat mannen meer verdienen dan vrouwen, is de keuze wie ouderschapsverlof zal nemen meestal snel gemaakt: degene met het laagste inkomen blijft thuis. Deeltijds werken vinden we dan weer voornamelijk terug in sectoren waar veel vrouwen werken. Ze worden dubbel gestraft, omdat ze minder werken en dus minder verdienen, maar een deeltijdse job wordt ook beloond met een lager uurloon dan dezelfde job in een voltijdse functie. De ongelijkheid op de arbeidsmarkt leidt ertoe dat vrouwen veel meer risico lopen om in armoede terecht te komen. Een gelijke kinderbijslag voor elk kind is een goed voorstel op zich. Het supplement voor arme gezinnen dat daarmee gepaard gaat, houdt echter een risico in wanneer het het gezinsinkomen is dat het recht op dit supplement bepaalt. In dat geval riskeert het nieuwe systeem een ontmoedigend effect te hebben op de tweeverdieners.”

Koen Buysse begeleidt bij SELOR werknemers en werkzoekenden. “Als opgeleide ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting herken ik meteen de uitsluitingsmechanismen waar werkzoekenden mee te maken hebben. Vaak gaat het om personen in armoede. Ik vertrek bij hun verhaal en dat is een volledig andere invalshoek dan die waaruit de andere deskundigen vertrekken. Personen in armoede hebben vaak een vertrouwensbreuk met de maatschappij. Hun competenties komen ook moeilijker tot uiting omdat kwetsuren in de weg zitten. Zo vraagt de begeleiding naar werk bijzondere aandacht.”

28 november 2013