Thema in de kijker: Batibouw

Batibouw trekt jaarlijks vele duizenden bezoekers. Duurzaam bouwen is een duidelijke trend, maar voor duurzame renovatie is er nog veel groeipotentieel. En hoe betaalbaar is wonen in Vlaanderen vandaag eigenlijk nog?

“Nog veel groeipotentieel voor duurzaam renoveren”

Griet Verbeeck
Vanaf 1 januari 2021 moet nieuwbouw minstens aan de BEN-normen (BEN = bijna energieneutraal) voldoen. “Maar ook vandaag al merken we meer interesse voor duurzaam bouwen”, zegt Griet Verbeeck, hoofddocent aan de faculteit Architectuur en Kunst van de Universiteit Hasselt. “Elk jaar zijn er meer particulieren die een BEN-woning bouwen.” Voor duurzame renovaties groeit de interesse minder snel. “Nochtans kampen onze oude woningen veel meer dan de nieuwe met een te hoog energieverbruik. Duurzaam verbouwen heeft dus zeker nog groeipotentieel, en daar wordt ook op ingezet. Zo focust de overheid meer en meer op het beslissingsproces voor renovaties. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de premies vandaag hoger liggen voor gecombineerde ingrepen dan voor aparte maatregelen. Men ging er in het verleden vaak van uit dat enkel het financiële aspect een drempel is om niet energetisch te renoveren, maar de realiteit blijkt veel complexer. Mensen denken soms te snel dat hun woning redelijk energiezuinig is. Ze weten vaak ook niet waar ze betrouwbaar advies kunnen inwinnen en ze zien op tegen de rompslomp van een renovatie. Van haar kant ontwikkelt de bouwsector steeds goedkopere manieren om te renoveren, zoals prefaboplossingen. Er zijn ook initiatieven om via groepsaankopen en collectieve renovaties mensen te overtuigen of om 'one-stop-renovatieshops' op te richten, die mensen begeleiden tijdens het volledige renovatieproces. Duurzaam bouwen wordt vandaag ook nog grotendeels geassocieerd met energiezuinig bouwen, maar eigenlijk komt er veel meer bij kijken. Zo is het een interessante piste om renovaties voor levenslang wonen te combineren met energiezuinigheid. De Belgische overheid denkt ook na over een wetgeving rond duurzaam materiaalgebruik, zoals er nu al in Nederland bestaat. Architecten moeten daar bij elk nieuw gebouw de milieu-impact berekenen. Zowel bouwheren als architecten staan er immers nog te weinig bij stil hoeveel materiaal er in een gebouw kruipt, terwijl de grondstoffen wel degelijk eindig zijn.”

Hoe betaalbaar is wonen nog in Vlaanderen?

Sien Winters
“Eerst en vooral is het belangrijk om niet alleen naar de woningprijzen te kijken voor een antwoord op deze vraag. Hogere woningprijzen betekenen niet noodzakelijk hogere woonuitgaven”, zegt Sien Winters van het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA) aan de KULeuven. “Ook de intrestvoet en de looptijd van de lening zijn bepalend. Bovendien betekent een hogere uitgave niet noodzakelijk een verminderde betaalbaarheid wanneer die gepaard gaat met een gestegen inkomen. Om de betaalbaarheid te beoordelen, moeten we dus de relatie leggen tussen uitgaven voor wonen en inkomen. Als we kijken naar het aandeel huishoudens dat meer dan 30% van het inkomen betaalt voor de huur of afbetaling van de woonlening, dan zijn de betaalbaarheidsproblemen globaal toegenomen van 13% in 2005 naar 20% in 2013. Het meest opvallend is de toename van de betaalbaarheidsproblemen op de private huurmarkt. In 2013 betaalde bijvoorbeeld meer dan één op twee private huurders (52%) meer dan 30% van het inkomen aan huur. In 2005 was dit 39%. Ook bij eigenaars die nog een woning afbetalen namen de betaalbaarheidsproblemen toe: van 17% in 2005 naar 27% in 2013. Het voordeel van de woonbonus is hierin niet mee verrekend. Een andere methode om betaalbaarheidsproblemen te beoordelen is nagaan of het inkomen dat overblijft na betaling van de woonuitgaven volstaat om de noodzakelijke dagelijkse uitgaven te doen om menswaardig te leven. Als we zo meten, dan zijn de betaalbaarheidsproblemen globaal niet gewijzigd en bedragen ze 14%, zowel in 2005 als in 2013.”

23 februari 2016