Wereldautismedag: aandacht voor competenties

Marleen Vanvuchelen

“Meer dan vroeger krijgen patiënten vandaag de diagnose autisme. Toch is er nog altijd een groot verschil tussen personen die het etiket autisme krijgen nadat ze door een grootschalige screening van de bevolking gedetecteerd worden (1/166) en  personen die de diagnose krijgen nadat ze zichzelf met hun problemen in een diagnostisch centrum hebben aangemeld (1/400).” Dat zegt prof Marleen Vanvuchelen (UHasselt). “Films als Rain Man en BenX hebben niet alleen geholpen om het stereotype beeld van autisme te doorbreken, ze hebben er ook voor gezorgd dat de omgeving meer vertrouwd raakte met de aandoening.” “Toch blijft de impact van die films beperkt”, waarschuwt autisme-experte Kathy De Meyere. “Eens de hype voorbij is, verdwijnt ook weer de aandacht voor de problematiek. En dergelijke films scheppen ook vaak een oppervlakkig beeld van wat autisme is.” Prof. Marleen Vanvuchelen kan dat bevestigen: “Een kind dat moeilijkheden heeft om op wederkerige manier met anderen om te gaan, roept veel vragen en vertwijfeling op bij de ouders. Voed ik mijn kind verkeerd op? Wat doe ik fout? Ben ik er te weinig voor mijn kind? Daarom is het belangrijk dat autisme al in een vroeg stadium wordt herkend.”

 Kathy De Meyere
“En dat ook de verdere begeleiding degelijk verloopt”, vult Kathy De Meyere aan. “In onze autismeklassen besteden we veel aandacht aan structuur, duidelijkheid, voorspelbaarheid, de sensorische over- en ondergevoeligheden, en een goede balans tussen wat de kinderen kunnen en aankunnen. Personen met een autistische aandoening denken niet rechtlijnig, maar via tussenstations. Vergelijk het met een IC-trein die meteen van A naar B rijdt, en een boemeltrein die in elk klein station stopt. In een professionele omgeving krijgen ze meestal niet de tijd en de ruimte die ze daarvoor nodig hebben, en dan gaat het nog wel eens fout.”


31 maart 2014