Interviews

Het voordeel van de achterstand

Vertriest

“Met de internationale handel in Afrika gaat het in de goede richting”, zegt Isabel Vertriest (Hoofd Zuiddienst vanOxfam  Wereldwinkels). “Afrika was op dit vlak altijd achtergesteld. Dat komt onder meer doordat het continent op grondstoffen is toegewezen, waar andere regio’s zich op afgewerkte producten focussen. De laatste jaren zien we een vooruitgang. Dit komt onder meer door ‘het voordeel van de achterstand’. De lokale boeren kunnen inzetten op biokoffie met prijsstijging en zonder productieverlies of prijsdaling omdat ze altijd met weinig middelen werkten. Dat maakt het verschil met pakweg Latijns-Amerikaanse boeren. Dit ‘voordeel’ kan Afrika ook bij andere producten gebruiken.”
24 mei 2012

Hoe kunnen lokale besturen armoede bestrijden?

Patricia Van Parys
“Er zijn verschillende manieren waarop lokale besturen armoedebestrijding kunnen benaderen,” zegt Patricia Van Parys. “Zo zijn er heel wat initiatieven die een stimulans zijn voor kansarme personen. Voorbeelden hiervan zijn opleidingen, de dienst tewerkstelling, budgetbegeleiding en schuldbemiddeling. Toch vinden nog vele mensen de weg niet naar de hulpverlening. Grotere toegankelijkheid is dan ook noodzakelijk. Dat kan men bereiken door een betere informatisering, o.a. met behulp van goede websites, ... Ook het betrekken van de doelgroep in het beleid is een must. Een van de structurele maatregelen die het OCMW hierin neemt, is het in dienst nemen van ervaringsdeskundigen. Maar er zijn ook andere vormen van participatie mogelijk. Door inspraak te geven verhoog je de betrokkenheid en voorkom je misverstanden.”

24 mei 2012

IT is the new sexy

Martine Taeymans

“Uiteraard hebben meisjes er alle belang bij om IT te studeren”, zegt Martine Taeymans, departementshoofd Industriële Wetenschappen en Technologie van de Karel de Grote-Hogeschool. “Niet alleen omdat veel vacatures in de sector niet ingevuld raken, maar ook omdat er met een goede man-vrouwmix op de werkvloer betere producten worden bedacht. Bovendien zal met vrouwelijke inbreng ook het niveau van dienstverlening stijgen en de collectieve intelligentie toenemen. De female touch brengt onmiskenbaar een aparte dynamiek. Meisjes zijn het eigenlijk ook aan zichzelf verplicht. Ze kiezen nog te veel voor stereotiep vrouwelijk sectoren, zoals het onderwijs en de zorg. Een job in IT biedt perspectieven. Onderzoek heeft aangetoond dat meisjes maatschappelijke relevantie belangrijk vinden voor hun toekomstige beroep. IT biedt oplossingen voor veel maatschappelijke uitdagingen. Fileproblemen, vergrijzing, gezondheidszorg, veiligheid, … Dat moeten we veel meer in de verf zetten. Verder moeten we vrouwelijke rolmodellen uit bedrijven en hogescholen meer inzetten om meisjes positief te stimuleren. In België is slechts een kwart van de werknemers in de IT-sector vrouw. In Spanje en Italië daarentegen kiezen ongeveer evenveel meisjes als jongens voor een opleiding in ict.”
Op 17 mei is het werelddag van de Informatiemaatschappij en Telecommunicatie.
10 mei 2012

Welke rol hebben lokale besturen in de armoedebestrijding?

Berenice Storms

“De voorwaarden realiseren opdat alle burgers volwaardig aan de samenleving zouden kunnen deelnemen maakt de essentie uit van elk armoedebestrijdingsbeleid”, zegt Bérénice Storms (Cebud). “Dit vraagt om een multi-sector, een multi-level en een multi-actor aanpak. Om armoede te bestrijden, is een gecoördineerde aanpak nodig vanuit verschillende beleidsdomeinen. De bevoegdheden voor deze domeinen situeren zich op verschillende beleidsniveaus. We verwachten van de bovenlokale overheden dat zij de basisvoorwaarden (toegankelijke basisinstituties, adequate minimum inkomens) realiseren. De lokale overheden staan dicht bij de mensen en kunnen bijsturen waar nodig. Zij zijn ook ook essentieel in het zichtbaar maken van bestaande initiatieven en moeten burgers op een geïntegreerde wijze toegang verlenen tot hun grondrechten.”
Leen Van Thielen
“Het is ook noodzakelijk dat de verschillende actoren samenwerken,” vult Leen Van Thielen aan (KHKempen). Het beleid moet afgestemd zijn met sociale, private en middelveldorganisaties. En daarbij is het belangrijk dat personen in armoede of organisaties die werken met deze doelgroep, geraadpleegd worden. Maatregelen om armoede te bestrijden kunnen maar effectief zijn indien ze samen met mensen in armoede worden genomen. Dit geeft meer garantie dat de maatregelen haalbaar, aanvaardbaar en voelbaar zijn voor de mensen waarvoor ze zijn bedoeld. Het is belangrijk dat het beleid participatief en in dialoog werkt.”
26 september 2012

Vergeet e-inclusie niet

foto_laure2.jpg
Tijdens de Digitale Week biedt LINC de organisaties in het werkveld de nodige tools aan om e-inculsie te bevorderen. ‘We werken rond een aantal aspecten van digitale geletterdheid,’ zegt Laure Van Hoecke (coördinator LINC). ‘Eerst is er de toegankelijkheid van alle burgers, met nadruk op technische ondersteuning. We richten ons hierbij onder meer tot kansarmen en ouderen. Elke doelgroep vraagt een eigen aanpak.Ten tweede werken we op mediawijsheid. Dit betreft een bredere groep, waar ook jongeren toe behoren. Zo brengen we kennis, vaardigheden en mentaliteit bij zodat de burger zich bewust, kritisch en actief kan bewegen in de gemediatiseerde wereld. De bescherming van de internetgebruiker is hiervan een onderdeel. Ten derde adviseren we het beleid. We pleiten voor een kennisplatform om kennis en methodieken samen te brengen. En zo de kwaliteit van de sector te verhogen.
2 april 2012

Alarmfase 4 rond Indonesische vulkaan Bromo

karen f 3.JPG

Na de vulkaan Merapi staat nu ook vulkaan Bromo op uitbarsten. "De alarmfase is verhoogd tot het hoogste niveau: alarmfase 4 op een schaal van 1 tot 4. Men kan niet met absolute zekerheid zeggen dat een uitbarsting werkelijk volgt, maar de seismische activiteit onder de vulkaan gepaard met vulkanische bevingen zijn wel sterke aanwijzingen. Meestal duurt een uitbarsting van de Bromo een aantal weken tot twee maanden," illustreert geologe Karen Fontijn. Zij verwacht dat de hinder zich zal beperken tot het nationaal park waar de vulkaan ligt. "Een uitbarsting treft de lokale toeristische sector en daarbij ook het dagelijks inkomen van vele lokale inwoners. Afhankelijk van de intensiteit van de uitbarsting ondervindt de lokale luchtvaart mogelijk wat hinder, maar een internationaal probleem wordt het waarschijnlijk niet." In hetzelfde natuurpark is naast de Bromo ook de Semeru momenteel actief. Deze vulkaan is bijna constant actief geweest sinds 1967. Ook hiervan verwacht men niet al te veel hinder.
3 december 2010

10 december 2010: Internationale dag voor Personen met een Handicap

Ingrid borre 1.jpg
Met de millenniumdoelstellingen engageerde de internationale gemeenschap zich om tegen 2015 een einde te maken aan armoede, ziekte, milieuproblemen en ongelijkheid. Daarbij hield men weinig rekening met personen met een handicap. Die groep is nochtans bijzonder kwetsbaar, vele personen met een handicap in het Zuiden leven onder de armoedegrens. “In 2006 werd er al ijverig gewerkt aan de conventie van rechten voor personen met een handicap. België ratificeerde als een van de eerste landen de tekst en implementeert de conventie ook in het beleid. Ons land onderneemt nu ook effectief de eerste stappen om deze conventie ook waar te maken. Midden 2011 moet er al een eerste rapport zijn. De gehandicaptensector zelf zal een schaduwrapport schrijven. Ondanks de vernoemde bescherming in het beleid, kampen de gehandicapten toch nog vaak met verschillende soorten uitsluiting. En in ontwikkelingslanden worden de goede bedoelingen dikwijls zelfs niet vertaald in beleidsteksten. Verschillende organisaties zetten dit thema extra in de verf en willen zo het onderwerp benadrukken. Natuurlijk is integratie geen zaak die op één dag verbetert, maar een proces waaraan lang moet worden gewerkt”, zegt Ingrid Borré, Algemeen Secretaris van KVG (Katholieke Vereniging Gehandicapten).
3 december 2010

Het "onherroepelijk vonnis" bij Europees aanhoudingsbevel

Els Busschen
Naar aanleiding van de zaak Mantello verduidelijkt het hof van Justitie het begrip "onherroepelijk vonnis". Hiermee beantwoordt ze de vraag of een rechtbank verplicht is de uitvoering van een EAB te weigeren op basis van reeds bestaande veroordeling.
"Gaetano Mantello werd in 2005 door de rechtbank van Catania, Italië, veroordeeld voor illegaal drugsbezit. De opsporingsinstanties wisten op dat moment reeds van zijn betrokkenheid bij een georganiseerde illegale drugstrafiek tussen Italië en Duitsland. Toch besliste men, in het belang van het onderzoek, hem nog niet te vervolgen voor deze feiten", situeert Dr. internationaal strafrecht, Els De Busser. "In 2008 hield men Mantello aan voor zijn betrokkenheid in het netwerk.Hij woonde toen in Duitsland. De rechtbank van Stuttgart vroeg zich af of zij de tenuitvoerlegging van het EAB moest weigeren. Dat werd uitgevaardigd door de rechtbank van Catania. Volgens het ne bis in idem beginsel mag men een persoon namelijk niet tweemaal voor dezelfde feiten vervolgen als die persoon reeds bij onherroepelijk vonnis werd veroordeeld. Het Europees Gerechtshof verklaarde dat het hier niet ging om een interpretatie van het begrip “dezelfde feiten”, maar wel om het begrip “onherroepelijk vonnis”. De rechtbank van Catania oordeelde al bij onherroepelijk vonnis over feiten gepleegd door Mantello. Dit vonnis betrof echter andere feiten dan die waarop het EAB betrekking had. De rechtbank van Stuttgart was dus niet verplicht de tenuitvoerlegging van het EAB te weigeren."
15 december 2010

De kracht van supergeleiders

Milo
Kunnen supergeleiders een oplossing bieden voor onze energiebehoeftes? “Dat is zeker een denkpiste”, zegt wetenschapper Milorad Milosevic van de Universiteit Antwerpen. “Supergeleiders bestaan al honderd jaar, maar de evolutie zit de jongste jaren in een stroomversnelling. Toen de uitvinder H.K. Onnes een eeuw geleden kwik met vloeibaar helium koelde tot ~-270°C, stelde hij vast dat het alle elektrische weerstand verloor. Supergeleiding zorgt er dus voor dat, ook al neemt men de elektrische bron weg, de stroom in een gesloten kring toch aanwezig blijft, uiteraard onder de juiste omstandigheden. Aanvankelijk lukte dat enkel bij extreem koude temperaturen, maar sinds 1985 kan het al bij ~-130°C dankzij de nieuwe materialen en het relatief goedkope vloeibaar nitrogeen. Door de ontdekking van nieuwe supergeleiders en de nieuwe mogelijkheden die ontstaan door hun hybridisatie en nanostructurering, zal dat waarschijnlijk in de toekomst ook lukken bij omstandigheden geschikt voor meerdere toepassingen. De ‘zwevende’ MagLev-treinen in Shanghai en Tokio, die snelheden halen tot 580 km/uur, zijn daar mooie voorbeelden van. Maar weldra spreken we ook over futuristische kwantumcomputers met enorme opslagcapaciteiten (Qbits), elektromotoren, elektromagneten en compressoren die de huidige versies ver overtreffen. En dat zal zeker gevolgen hebben voor ons leefmilieu.”
12 januari 2011

De aansprakelijkheid na een medische blunder

Mieke Goosens
Medische fouten behoren tot de realiteit. De recente berichtgeving in de media over het achterlaten van twee scharen in de onderbuik van een patiënt, getuige hiervan. In dergelijke situatie claimt de patiënt een eis tot schadevergoeding. Op welke rechtsprincipes beroept een patiënt zich?
Advocate medisch recht Mieke Goossens licht toe: “als de arts meent geen fout te hebben begaan en/of wanneer er geen of geen afdoende schadevergoeding wordt geboden, kan de patiënt overwegen om verdere stappen te ondernemen. Zo kan hij de arts op burgerrechtelijk vlak aansprakelijk stellen via een vordering voor de rechtbank, al dan niet gecombineerd met een strafklacht. Om een schadevergoeding te verkrijgen, moet de patiënt naast de fout ook het oorzakelijk verband tussen die fout en de geleden schade bewijzen. Naast de arts, spreekt men vaak ook het ziekenhuis aan. Dit is in principe foutloos aansprakelijk voor inbreuken begaan op de rechten van de patiënt (waaronder het recht op kwaliteitsvolle zorgverlening). Tot slot kan de patiënt in welbepaalde gevallen en via een specifieke procedure beroep doen op de recente wet betreffende “de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg”. Komt de schade van de patiënt hiervoor in aanmerking, dan zal het fonds voor medische ongevallen het slachtoffer vergoeden zonder dat deze een medische fout moet bewijzen.”
30 december 2010

China: een nieuwe economische grootmacht?

Karolien De Bruyne
China lijkt de laatste jaren overal aanwezig. De ene heeft angst voor “het gele gevaar”, de ander berust erin dat “blaffende honden niet bijten”. Moet het ‘Westen’ zich zorgen maken om een mogelijke Chinese hegemonie? Karolien De Bruyne, docente Internationale Economie aan de HUBrussel, illustreert: “China zal evolueren naar een grootmacht, maar heeft nog een lange weg te gaan (bv. grote inkomensgelijkheid en problemen op het gebied van mensenrechten). Het ‘Westen’ dient rekening te houden met China en moet zich toeleggen op meer en beter onderzoek en ontwikkeling. China is immers niet langer enkel een concurrent omwille van de lage lonen maar wordt hoe langer hoe meer een volwaardige internationale speler. Sinds zijn voorzichtige liberalisering (begin jaren ’80), is China begonnen aan een internationale opmars zowel op reëel als op financieel gebied. Het is een grote exporteur (reëel) doordat het gebruik maakt van zijn comparatieve voordelen en de concurrentie aangaat op gebied van kosten (lage lonen) en technologie. Daarnaast speelt ook de enorme en sterk groeiende afzetmarkt in het voordeel van China. De toenemende handelsstromen impliceren automatisch toenemende kapitaalstromen (financieel). De vreemde valuta die in China binnenstromen worden door de overheid opgekocht om een depreciatie van de yuan te vermijden – met de gekende inflatie tot gevolg. Bovendien investeert China massaal in o.a. Afrika, Latijns-Amerika en de EU.”
26 januari 2011

Kunnen ouders de Sint gebruiken als opvoedingshulpmiddel?

“De Sint heeft altijd een opvoedkundige betekenis gehad in de maatschappij,” zegt Josephine Hoegaerts van de KU Leuven. In haar doctoraatstudie over de geschiedenis van de rol van mannelijkheid toonde Hoegaerts aan dat die rol wel evolueert. “Eind 19e eeuw gebruikten het nationalisme en Christendom de Sint. Hij was een autoritair figuur die symbool stond voor de liefde in het burgerlijke gezin. Op een katholieke manier stond hij voor Caritas, want onder zijn mom konden burgerlijke mannen schenken op een onzichtbare manier. Nu het gezinsleven en de kerkelijke authoriteit veranderd zijn, valt dat christelijke aspect weg. Maar nog steeds staat hij symbool voor de liefde in het gezin.” Dat ouders af en toe de Sint mogen gebruiken, vindt ook Ellen Rutgeerts, hoofdredacteur van KIDDO. “Eigenlijk hoort dat bij het afbakenen van de grenzen – essentieel in het opvoedingsproces - en alle ouders gebruiken daarvoor wel eens een dreigement. Als er met het kind geen negatieve dynamiek ontstaat, en als het met mate wordt gebruikt in het opvoedkundig proces, kan dat best.”
30 november 2012

20 november zet kinderen in de kijker

Kathy Lindekens
Het is tragisch dat net op de dag van de Kinderrechten de wereld met afgrijzen toekijkt hoe in Israel en Gaza kinderen het slachtoffer worden van de wederzijdse beschietingen. Hopelijk denken de wereldleiders bij deze beelden nog eens terug aan het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind dat ze op 20 november 1989 ondertekenden op een wereldtop in New York. Dat verdrag wil immers bescherming bieden en een stem geven aan mensen van 0 tot 18 jaar. “Maar het Kinderrechtenverdrag gaat verder dan bescherming alleen”, zegt Kathy Lindekens, adviseur voor het jongerenbeleid van de VRT. “Kinderen hebben ook recht op een identiteit, een eigen mening, een eigen cultuur. Ook daar past het om vandaag even bij stil te staan. De beeldvorming van kinderen en jongeren is immers cruciaal om dat recht invulling te geven, en daar gaat het vaak mis. Kleine kinderen worden door volwassenen – op enkele extreem onverdraagzame buurtbewoners na – schattig en leuk gevonden, en krijgen meestal de ruimte om te spelen en zich te ontwikkelen. Anders is het gesteld met adolescenten, die in een zeer kwetsbare periode zitten in hun ontwikkeling en die – zoals het altijd geweest is – hun grenzen moeten kunnen verkennen en zich moeten kunnen afzetten tegen de samenleving om hun identiteit te kunnen vormen. Zij hebben nood aan eigen ijkpunten en conventies, ook en vooral als die door de volwassen wereld als overlast worden gezien. Een samenleving waar Quick en Flupke niet meer getolereerd worden maar GAS-boetes krijgen, is geen groeiende maar een verschrompelende samenleving. Jongeren geven in al hun eigenzinnigheid ook dagelijks vorm aan de toekomst, en tonen ons nieuwe wegen. Dat moeten we leren zien, en dat kan alleen door hen in al hun verscheidenheid zichtbaar te maken en naar hen te luisteren. Dat is een grote verantwoordelijkheid die op ons rust.”
19 november 2012

De dag van de migrant

Kati Verstrepen
“De dag van de migrant is een goede gelegenheid om even stil te staan bij de bijdrage die de vele migranten als deel van onze samenleving elke dag leveren,” zegt Kati Verstrepen. Als voorzitter van de commissie vreemdelingenrecht bij de Orde van Vlaamse Balies weet ze precies wie migranten zijn en hoe ze de maatschappîj mee vorm geven. “Jammer genoeg gebeurt dit nog veel te vaak op een onzichtbare manier, door zeer nederige taken uit te voeren die niemand anders wil doen, zoals het afwassen in restaurants, het poetsen van het sanitair langs de autosnelweg of het industrieel reinigen van silo’s in de haven. Deze mensen zoeken de aandacht niet op, ze werken in stilte achter de schermen.  Vaak lijkt het alsof ze zich schamen voor wat ze doen, terwijl ze er net trots zouden moeten op zijn dat zij dingen doen die onmisbaar zijn voor onze economie. Daarom is een dag als vandaag nodig, om nog maar eens aandacht te vragen voor hun precaire situatie en om duidelijk te maken welke hun rechten zijn. Zelf zullen ze het niet vragen, daarvoor hebben ze veelal geen tijd terwijl ze tegen een razend tempo de afwas staan te doen of toiletpotten staan te schrobben,...

13 december 2012

Zelfreinigende en luchtzuiverende stenen: toekomst of realiteit?

Anne Beeldens

“Fotokatalytisch materiaal heeft twee functies,” zegt Dr. Anne Beeldens van het Belgian Road Research Center (BRRC) (of Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw OCW). “Een luchtzuiverende functie en een zelfreinigende functie”. De eerste functie is interessant om de lucht in steden te zuiveren, waar een grote verontreiniging is en de contacttijd tussen lucht en oppervlak groter is. “Elk jaar komen in verschillende steden nieuwe toepassingen bij. Na de Leien in Antwerpen en de tunnel in Brussel onderzoeken we nu de efficiëntie van het materiaal, aangelegd op een industrieterrein in Wijnegem en Lier. Onder invloed van licht wordt de katalysator, nl. titaandioxide, aan het oppervlak geactiveerd. De verontreinigde lucht die hiermee in contact komt wordt vervolgens gezuiverd. Deze stoffen zetten zich neer op het oppervlak en worden vervolgens met de regen weggespoeld.” Deze methode is veelbelovend om onze luchtkwaliteit in steden te verbeteren. “Maar deze methode heeft toch zijn beperkingen,” aldus Beeldens. “In een open ruimte haal je niet veel efficientie, tenzij voor de zelfreinigende werking, gezien een voldoende groot contact tussen het oppervlak en de verontreinigende lucht noodzakelijk is. Natuurlijk geldt hier wel het zelfreinigend effect.”
20 december 2012

De trage weg naar meer openheid in China

Jeanne Boden
In China censureerde de overheid een artikel in de krant Nanfang Zhoumo. Zijn de protesten ertegen een eerste teken van openheid die partijleider Xi Jinping beloofde? “Zolang China blijft bestaan als één land met een eenpartijsysteem, zal er in China censuur zijn,” zegt Chinakenner dr. Jeanne Boden (www.chinaconduct.com). “De Chinese overheid is in de eerste plaats begaan met stabiliteit en het bij elkaar houden van het land. In het Westen kijken we vaak alleen naar de onderdrukking van een bepaald volk zoals de Oeigoeren in Xinjiang, terwijl een groot deel van de bevolking in die streek tevreden is met de economische ontwikkeling van de centrale overheid, niet alleen de Han-Chinezen. De Chinese overheid denkt altijd in termen van een langetermijnstrategie. Openheid in China is als een slingerbeweging, zodra de slinger te ver gaat, wordt de vrijheid weer ingeperkt. Als we in het Westen horen dat China verandert, interpreteren we dat volgens onze eigen normen. Het beeld dat wij van China hebben, krijgen we door de bril van dissidenten en criticasters. De Chinezen hebben hun eigen visie op de ontwikkelingen: enerzijds is er een tendens van verwesteren, anderzijds is er een van vasthouden aan de eigen traditie, met het Confucianisme als basis. De vorige president Hu Jintao promootte actief het confucianisme. Wanneer Xi Jinping een vrijere koers wil varen, betekent dat nog niet dat hij plotse radicale verandering wil.” Toch ziet Jeanne Boden een verschuiving: “Er is in China vandaag wel degelijk meer plaats voor openheid en voor het individu. Zo loopt er in Stockholm een tentoonstelling van curator Han Si over homoseksualiteit in China met documentaires en homokunst. In 1979 werd homofilie in China geschrapt uit het strafrecht, in 2001 verdween het van de lijst van mentale ziektes. Dit zijn bewijzen dat er structureel meer openheid komt.”

14 januari 2013

Onregelmatige slaap is problematisch

Natalie Pattyn
Deze week protesteerden piloten tegen de Europese maatregel die hun huidige vliegschema aanpast. De nieuwe richtlijn zorgt voor minder regelmaat en dus minder veiligheid, heette het deze week aan pilotenkant. “Een onregelmatig slaappatroon is inderdaad problematisch ”, zegt Natalie Pattyn (medestichter van VIPER, verbonden aan de militaire school). “Gebrek aan slaap heeft een negatief effect op de prestaties. De luchtvaart is daarom al een lange tijd zeer gereguleerd. Dat dient diverse doeleinden: de veiligheid van de passagiers, de gezondheid van de piloten en de niet te onderschatten commerciële belangen.”

23 januari 2013

Het begrip ontoerekeningsvatbaarheid

“In België kennen wij de dichotomie in toerekeningsvatbaarheid,” zegt Lieve Dams, gerechtspsychiater aan het psycho-medisch centrum De Berkenwinning. “Dit betekent dat we ofwel de keuze hebben om iemand als volledig toerekeningsvatbaar of volledig ontoerekeningsvatbaar te beoordelen. We stellen iemand dus ofwel volledig verantwoordelijk voor zijn of haar gedrag ofwel volledig onverantwoordelijk. Ons advies strekt zich wel uit over verschillende momenten: voor , tijdens en na de feiten (heden). Als De Gelder voor, tijdens en na toerekeningsvatbaar was, dringt normalieter een straf zich op. Maar als hij heden als ontoerekeningsvatbaar beoordeeld wordt, kan de strafrechterlijke maatregel internering opgelegd worden.

Sarah Matkoski
“Ons strafrecht is inderdaad gebaseerd op wils- en oordelingsvermogen,” vult Sarah Matkoski verder aan. “Als je aan een geestesstoornis lijdt die het oordelend vermogen of de controle over je gedrag schaadt, doet dat je als misdrijf omschreven feit teniet. Tenminste, als er een oorzakelijk verband tussen beide bestaat. In dat geval wordt iemand geïnterneerd. Jammer genoeg zijn er te weinig plaatsen voor de groep geïnterneerden, daardoor komen zij vaak toch in de gevangenissen terecht.”

“Dat heeft ook te maken met de Belgische beperkte interpretatiemogelijkheden van het begrip. Het aantal geïnterneerden ligt mede daardoor in België veel hoger dan in Nederland. Daar beschouwt men relatief weinig personen als volledig ontoerekeningsvatbaar. Daar werken ze met een glijdende schaal, wat veel meer mogelijkheden biedt en een correctere inerpretatie mogelijk maakt.”

7 februari 2013

Het tekort aan spoedartsen

Kalaai Moulou
Ziekenhuizen kampen met een ernstig tekort aan spoedartsen. Dat komt voor een deel omdat veel patiënten meteen naar de spoeddienst trekken in plaats van naar de huisarts. “Dat klopt”, zegt Mouloud Kalaai, spoedarts bij Ziekenhuis Oost-Limburg. “Maar we moeten vooral beslissen wat we willen: willen we een systeem waarin de mazen van het net klein zijn of een systeem waarin ze wat groter zijn? Bij kleine mazen is de kans dat een patiënt sneller de juiste diagnose krijgt groter. Maagklachten kunnen bijvoorbeeld een teken zijn van een hartinfarct, een spoeddienst zal dat met de juiste apparatuur sneller herkennen, terwijl een arts soms geneigd is om een afwachtende houding aan te nemen. Bij een systeem met grotere mazen moeten we eerst de vraag beantwoorden hoe erg het is dat we eens iets over het hoofd zien. We moeten dus kiezen tussen een systeem waarbij een patiënt bij de minste twijfel naar de spoeddienst gaat, of waarbij meer aandacht gaat naar de huisarts. Indien we kiezen voor het eerste, moeten we daar wel de middelen voor vrij maken, moet de terugbetaling van de onderzoeken gemakkelijker worden en moeten de spoeddiensten meer middelen en manschappen krijgen.

20 februari 2013

Rouwen, hoe doe je dat?

Ann Onkelinx
“Het (h)erkennen en ‘normaliseren’ van de ervaren emoties, alsook ‘de aanwezigheid van de afwezige’ een plaats proberen te geven in het leven van de nabestaanden”. Dit zijn volgens Ann Onkelinx (psycholoog) belangrijke stappen in het rouwproces. “Dat klinkt nu heel handboekachtig maar natuurlijk is het niet zo eenvoudig.” Persoonlijkheid, geslacht, de eigen draagkracht, de aard van het verlies, de band met de overledene zijn maar enkele factoren die het rouwproces beïnvloeden. “En niet te vergeten: de culturele invoed. Vroeger kreeg de weduwe een aantal weken de tijd om te rouwen. Haar kledij veruiterlijkte dan haar rouw. Vandaag merken we dat we geen tijd meer krijgen om te rouwen, van anderen of van zichzelf. Hierdoor vergroot je de kans op ‘uitgestelde rouw’, wat kan leiden tot een gecompliceerd rouwproces”.
29 oktober 2012

Het conclaaf kan beginnen

Hildegarde Warnink

“Neen”, zegt kerkjuriste Hildegard Warnink (KU Leuven), ‘er is op dit moment geen machtsvacuüm in het Vaticaan. Wat er precies moet gebeuren op het moment dat er geen paus is, is allemaal goed geregeld. De regel is zelfs heel eenvoudig: er mogen alleen lopende zaken worden afgehandeld. De tekst Universi Dominici Gregis (1096), een apostolische constitutie die nog werd opgesteld door paus Johannes-Paulus II, bepaalt wat er precies moet gebeuren bij de verkiezing van een nieuwe paus. Zo vermeldt hij zij welke zaken kunnen worden afgehandeld door het college van kardinalen en welke zaken er gereserveerd zijn voor de toekomstige paus. Verder geeft de tekst aan dat na het overlijden van de paus 15 dagen moet worden gewacht vóór het conclaaf dat de nieuwe paus kiest, kan starten. Die periode is immers nodig om de begrafenis van de paus te regelen. Maar die regel gaat impliciet uit van het het overlijden van de paus, wat in dit geval niet van toepassing is.
Op 22 februari van dit jaar, 6 dagen voor hij aftrad, heeft Benedictus XVI de regels voor het conclaaf aangepast in het Motu Proprio “Normas nonnullas”. Het college van kardinalen mag het begin van het conclaaf vervroegen of verlaten. In principe moeten ze 15 volle dagen wachten tot alle stemgerechtigde kardinalen in Rome zijn. Wanneer ze er allemaal zijn kunnen ze besluiten om het conclaaf eerder te starten. Twintig dagen echter na het vacant worden van de Apostolische Stoel, door overlijden van de paus of door afstand van het ambt, moet het conclaaf van start gaan met de aanwezigen, ook als ze niet voltallig zijn.
Opmerkelijk in dit document is ook dat “het geheim van het conclaaf” sterk wordt beklemtoond en de schending ervan wordt bestraft met de hoogst mogelijk kerkelijk straf: excommunicatie van rechtswege (latae sententiae). Verder wordt er bepaald dat de nieuwe paus wordt verkozen met 2/3 van de stemmen van de aanwezige kardinalen. Vervolgens moet de verkozene gevraagd worden of hij het ambt aanvaardt en welke naam hij als paus wil dragen. Dan pas is er een nieuwe paus.

27 februari 2013

Één Europa

Mestrum

‘Ik geloof sterk in regionale samenwerking,’ zegt Francine Mestrum, Dr. In de sociale wetenschappen (Global Social Justice). ‘Ook al heb ik altijd veel kritiek gehad op het beleid van de Europese Unie, geloof ik wel in het federalisme. Daarom kijk ik met droefheid naar de evolutie naar een intergoevernementele Europese Unie. . In de Europese Raad schamen onze regeringen zich niet om te stellen dat punt A of B geen ‘Europese bevoegdheid’ is, maar dat ze niettemin aan de regeringen voorstellen A of B te doen! Het zijn onze eigen nationale regeringen die beslissen dat de verzorgingsstaten moeten afgebouwd worden, dat sociale rechten moeten ingeperkt worden en vragen dan aan de Commissie dit beleid uit te voeren. Niet ‘Europa’ vraagt ons de ‘gouden regel’ in de grondwet in te schrijven, maar de Europese Raad die bestaat uit onze regeringen. Dit zou dringend moeten uitgelegd worden aan de mensen, want hen wordt nu een rad voor de ogen gedraaid.

8 mei 2012

Anders zorgen

Majda Azermai
“Het overmatig gebruik van antipsychotica aan ouderen in woonzorgcentra kan grondig worden teruggeschroefd.” Dat blijkt uit onderzoek van professor doctor Majda Azermai (UGent). “Demente(rende) ouderen krijgen na geheugenverlies, vaak te kampen met complexe gedragsproblemen. Om de gedragsproblemen toch handelbaar te maken, krijgen ze onder meer antipsychotica toegediend, geneesmiddelen met veel bijwerkingen en zelfs risico op hartfalen, beroerte en sterfte. We moeten dus naar een andere manier van zorgen voor ouderen met dementie. Daarvoor is er niet alleen nood aan educatie, maar ook een attitudeverandering. En dat duurt even.”

“Toch zien we heel wat proefprojecten voor ‘anders zorgen’ ontstaan,” gaat Prof. Anja Declercq (KULeuven, LUCAS) verder. 

Anja Declercq

“Zo wint kleinschalig genormaliseerd wonen steeds meer aan populariteit voor personen met dementie. In deze woonvorm komen zware hulpbehoevende personen terecht. Maar anders dan in een rusthuis, biedt dit een thuis, waar men rekening houdt met hun eigen hobby’s en interesses. Het meetbare gevolg is dat het medicatiegebruik afneemt.”

7 april is het de wereldgezondheidsdag.
21 maart 2013

Auteursrecht in tijden van internet

Marie-Christine Janssens
“Het wordt steeds moeilijker om auteursrechten te handhaven,” zegt Professor Marie-Christine Janssens, KULeuven. “Sinds het ontstaan van het auteursrecht in de negentiende eeuw, zijn de basisbeginselen immers niet meer aangpast. Ondertussen zorgt het internet voor een gemakkelijke en snelle verspreiding van muziek, teksten en beelden en ontbreekt een wetgeving die inspeelt op deze nieuwe digitale. Natuurlijk blijven de basisprincipes gelden, zo weten de meesten wel dat je toestemming moet vragen om iemands werk te gebruiken. Maar dat is lang niet evident bij het gebruik van foto’s en ander materiaal van en op sociale netwerken.”
“In de digitale wereld missen we ook geharmoniseerde regels over de exploitatie van werken. Als je van een artiest muziek mag gebruiken, speelt het beginsel van territorialiteit. Dit betekent dat je naar de auteurswet van elk land moeten kijken om te weten wat wel en niet mag. Dat is in de wereld van het internet een moeilijk vast te houden principe.”
17 april 2013

3D-printer raakt sneller ingeburgerd dan we denken

Evi Swinnen
“Kunnen wetenschappers straks lichaamsdelen printen?”. Zulke vragen krijgt Evi Swinnen als coördinator van Timelab vaak te horen. “3D-Printing spreekt tot de verbeelding,” zegt ze, “het lijkt science fiction, maar zal sneller ingeburgerd zijn dan je denkt.”
Timelab brengt verschillende achtergronden samen om 3D-toepassingen te onderzoeken. “Wij werken vooral met zelfbouwprinters, die je eigenhandig in elkaar steekt. Daarmee print je dan een eigen ontwerp of je gebruikt een concept van verzamelsites. Omdat de mogelijkheden enorm zijn, populariseert de 3D-printer snel. Je kunt bijvoorbeeld zelf een hulpstuk produceren om je keukenkast of koffiezetapparaat te herstellen. De toepassingen zijn eindeloos en gaan van kleding of electromechanica tot voedsel zoals chocolade. Hierdoor krijgen produceren en consumeren op termijn een hele andere betekenis. Als je de mogelijkheden en kostprijs van productie met een 3D-printer bekijkt, zal het me niet verbazen als de lokale productie terug aan belang wint."
3 mei 2013 

Embryoselectie als preventie voor borstkanker

Tjalma Wiebren
De preventieve borstamputatie van Angelina Jolie is geen uitzonderlijk geval. “Ook bij ons komen dergelijke preventieve borstamputaties veel voor,” zegt professor doctor Tjalma Wiebren (UZA, borstkliniek). “In onze borstkliniek worden er jaarlijks 20 à 30 dergelijke amputaties uitgevoerd met reconstuctie. Bijna alle vrouwen met een sterk verhoogd risico die zich laten testen op de erfelijke belasting, maken die beslissing. Want een strikte opvolging of medicatie zijn de enige andere preventieve behandelingen. Een bijkomende optie voor de toekomst is misschien de behandeling van het genetisch materiaal bij iemand met genafwijking. Wat wel al kan is de ingreep om embryo’s te selecteren met IVF.”
Bettina Blaumeiser
“Inderdaad,” vult professor Bettina Blaumeiser aan “borstkanker die veroorzaakt wordt door het BRCA1 of BRCA2-gen, is autosomaal dominant. De kans dat je het overerft is dus 50%. Omdat het risico zeer hoog is dat je kinderen het gen erven, kiezen vele ouders voor preïmplantatie-genetische diagnostiek (PGD). De goede embryo’s worden geselecteerd, die met het kankergen worden vernietigd en de gezonde embryo’s worden teruggeplaatst. De meeste ouders verkiezen deze techniek boven prenatale diagnostiek omwille van het ethische aspect.”
14 mei 2013

Kinderen in oorlogssituaties

4 juni is de internationale dag voor kinderen die slachtoffer zijn van agressie. Hiermee wil de VN kinderen in oorlogssituaties onder de aandacht brengen.

Smader
“Als kinderen in een oorlogssituatie geboren worden en daar grotendeels in opgroeien, dan is er inderdaad een zekere gewenning”, stelt professor doctor Smadar Celestin-Westreich (VUB)aan. “Die kinderen leren al vroeg  om te leven in overlevingsmodus.  Kinderen  in zo’n extreme situaties  leren zichzelf af om  emotioneel te  betrokken te raken. Deze kinderen moeten nadien een herschikking van het emotionele breincircuit doormaken om zich terug te leren hechten. De potentiële impact in oorlogssituaties voor de toekomstige maatschappij is bijgevolg moeilijk te overschatten. Maar er zijn wel behandelingen om posttraumatische stress aan te pakken. Vanuit het FACE©-programma werken we op individueel niveau aan de driehoek doen-voelen-denken. Het is ook belangrijk om de omgeving hierbij te betrekken omdat dit versterkende factoren zijn. De behandeling is een werk van lange adem. Hoewel er snel kortetermijninterventie-effecten zichtbaar zijn, blijft er dikwijls de nood aan ondersteuning in de verdere levensloop en zeker tijdens scharniermomenten zoals de adolescentie, het aangaan van intieme relaties of de overgang naar ouderschap.”

31 mei 2013

Tijdig met vakantie gaan voorkomt jobstress

Els Clays
“Een hoge werkbelasting en lage jobcontrole leveren een gevaarlijke cocktail op voor jobstress”, zegt doctor Els Clays (doctor in de maatschappelijke gezondheidskunde Ugent). “Het risico op hart- en vaatziekten stijgt enorm door psychosociale stress op het werk en daarom raad ik aan om hier tegenin te gaan. Maar stresselementen wegnemen in de werksituatie is niet eenvoudig omdat dit sterk afhangt van ondersteuning van het management en specifieke kenmerken van de werkomgeving. Hoewel vaak gedacht, hebben leeftijd, sociale omgeving buiten het werk en de positie in het bedrijf niet altijd een grote invloed. Er is wel een verband tussen jobstress en bepaalde clusters beroepsgroepen. En uit recent onderzoek blijkt ook dat het sociaal kapitaal op de werkvloer sterk samenhangt met het ziekteverzuim en burn-outs. Er is nog meer onderzoek nodig naar manieren om de werkstress te reduceren, maar ik kan wel al meegeven dat men voldoende herstelperioden moet inlassen. Kom niet werken als je ziek bent (presenteïsme) en ga tijdig met vakantie.”

Stress kun je online behandelen
“Online therapie biedt een aantal voordelen ten opzichte van de reguliere vorm”, zegt doctor Debora  Vansteenwegen

Debora Vansteenwegen
(doctor in de leerpsychologie ISW Limits en KULeuven). Het is niet tijds- of plaatsgebonden en is anoniemer. Er bestaan in België nog maar een paar programma’s die e-hulp aanbieden. Om alcoholverslaving of depressie te behandelen. De online hulpverlening is even effectief als de face-to-face therapie. Steeds meer psychologen hanteren dan ook de ‘blended therapie’ waarbij ze beide vormen aanvullend gebruiken.”

21 juni 2013

“Leg een voetbalmatch stil bij homofoob gezang”

Yves Aerts
“Wanneer supporters homofobe slogans beginnen roepen, zou de scheidsrechter de voetbalmatch kunnen stilleggen. Zoals dat nu ook bij racistische kreten gebeurt." Dat zegt Yves Aerts, algemeen coördinator çavaria vzw. Het is maar een voorbeeld van hoe we de beeldvorming rond holebi’s in de sportwereld kunnen veranderen.”
Homoseksualiteit in de sportwereld is een groot taboe. Yves Aerts: “Dat komt volgens mij door drie elkaar versterkende factoren. Een topsporter is per definitie iemand die moet presteren, iemand die geen fouten kan maken. Zich outen kan zijn sportcarrière destabiliseren. Vergeet ook de financiële belangen niet: sponsors kunnen afhaken. Ten tweede bestaat in de sportwereld het beeld van een prototype man. Een macho, wat ‘de homo’ niet is. Daarbovenop is er de seksuele benadering van ‘holebi zijn’, wat het in teamsporten nog moeilijker maakt om zich te outen.”
Taboes doorbreek je door bewustmaking. “De trainers of de scheidsrechters kunnen het klimaat in een club of een competitie veranderen. Als homoseksualiteit zichtbaar wordt, door bijvoorbeeld een charter te ondertekenen, wordt het ook bespreekbaar.”
Daniëlla Somers

Hoe groot het taboe is, merk je volgens wereldkampioene thaiboks Daniëlla Somers, aan het lage aantal holebi’s in de wereldtop. “Voor vrouwen blijkt het gemakkelijker zich te outen. Voor mannen die in teamsport spelen, ligt dat blijkbaar gevoeliger. Het is tijd dat er een mannelijk homoseksueel rolmodel opstaat.”


Van 31 juli tot 11 augustus vinden in Antwerpen de World Out Games plaats.
26 juli 2013

Akoestiek in muziekzalen goed, maar niet in klaslokalen

Monika Rychtarikova
Met de nakende opening van Paleis 12 en de renovatie van het Sportpaleis stijgt de capaciteit voor concert- en evenementenzalen in ons land enorm. In welke mate houden de architecten rekening met de akoestiek bij de renovatie of bouw van een nieuwe zaal? “De Belgische zalen scoren internationaal zeer goed,”zegt Monika Rychtáriková (KU Leuven). “De Henry Le Boeufzaal in het Paleis der Schone Kunsten (Bozar) in Brussel stond bijvoorbeeld zeer hoog in de internationale vergelijking van Leo Beranek. Zalen voor akoestische doeleinden (muziek, gesproken informatiedracht) worden met een grote akoestische performantie ontworpen. Deze zalen krijgen veel aandacht en geld omdat ze een zekere reputatie in stand houden. Om de akoestiek te optimaliseren wordt de zaal opgemeten. Met een 3D-simulatie van de zaal, waarin de architect parameters aanpast, meet hij perfect het verschil tussen een lege en volle zaal. Met deze technologie simuleren de akoestici zelfs een gesproken stem die ze virtueel kunnen beluisteren. Kortom, er zijn heel wat mogelijkheden om de akoestiek in een zaal te optimaliseren. Heel anders is het echter gesteld met de zalen zonder specifiek akoestisch doel. Die hebben vaak een slechte akoestiek. Denk maar aan winkelcentra klaslokalen of turnzalen waar alles weergalmt. Hierdoor kunnen de kinderen gehoorschade oplopen en krijgen de leerkrachten stemproblemen.”

6 september 2013

Audiodescriptie op VRT positief onthaald

Aline Remael
“Audiodescriptie in Vlaanderen moet niet langer onderdoen voor AD in andere Europese landen,” zegt Aline Remael, professor vertaalwetenschap (UA). “Audiodescriptie is een techniek om visuele elementen te vertalen naar een duidelijke beschrijving voor blinden en slechtzienden.”
“Eigenlijk bestaat de techniek al sinds de jaren 80”, vult Nina Reviers, onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en audiobeschrijver. “Maar de laatste jaren kwam het bij ons in een stroomversnelling, onder andere dankzij de beheersovereenkomst van de VRT en haar focus op toegankelijkheid. Omdat we in Vlaanderen de doelgroep van meet af aan betrokken bij de ontwikkeling, zetten we in op hoge kwaliteit. Audiodescriptie kan bovendien ook nuttig zijn voor personen met geheugenproblemen, kinderen met ADHD en ouderen.”
“Dat er draagvlak is voor audiodescriptie staat dus buiten kijf,” besluit professor Remael. “Maar het is een arbeidsintensief proces. En het kan gebruikt worden in allerlei domeinen: film, toneel, musea, dans of zelfs sportevenementen. Daarom zou het een goede zaak zijn als er in het mediadecreet quota voor die verschillende sectoren worden opgenomen.”
Nina Reviers verzorgde de audiodescriptie van verschillende voorstellingen in het Toneelhuis. Zij vertelt u graag hoe dat precies in zijn werk gaat. Aline Remael legt u dan weer met precisie de technische barrières bij audiodescriptie voor een film uit. “En dat is helemaal anders bij een film dan bij een documentaire.”  En Intro zorgt er dan weer voor dat audiodescriptie stilaan doordringt in voetbalstadions en op culturele evenementen.

17 oktober 2013

Stemproblemen in de klas

Veerle Hermans
Uit onderzoek blijkt dat bijna de helft van de leerkrachten ooit te kampen heeft met stemproblemen, gaande van heesheid en keelpijn tot stemverlies. Dit leidt vaak tot inefficiënt communiceren, ziekteverlof of zelfs een carrièreswitch. Ook het lawaai in de lokalen en de resonantietijden kunnen de communicatie hinderen en voor overbelasting van de stem zorgen. “Oefensessies voor het aanleren van stem-technische en stem-ergonomische vaardigheden kunnen bijdragen tot het verminderen van stemproblemen van leerkrachten”, zegt prof. dr. Veerle Hermans (verantwoordelijke departement ergonomie bij IDEWE). Toch zijn oefensessies alleen niet voldoende. “Ze zijn alleen zinvol als er ook geïnvesteerd wordt in een goed ontwerp van de klassen en in aanpassingen op akoestisch vlak”, zegt Veerle Hermans. Ook preventieve maatregelen zoals een goede nachtrust en het vermijden van roken en medicatie zijn nuttig. “Sommige leerkrachten beginnen luider te praten of gaan hun stem verkeerd gebruiken, waardoor het probleem dikwijls nog erger wordt,” zegt Veerle Hermans. Informatie- en oefensessies met aandacht voor een correcte ademhaling, rustpauzes tussen de lessen, meer water drinken tijdens en na de les, betere verluchting van de lokalen … kunnen alvast de bewustwording over het stemgebruik stimuleren.

18 november 2013

Werk: loopbaanbegeleiding, genderkloven en uitsluitingsmechanismen

Marijke Verbruggen

Op enkele jaren tijd is het aantal centra voor loopbaanbegeleiding in Vlaanderen verviervoudigd. Dat heeft niet alleen te maken met het feit dat loopbaanbegeleiding sinds 2005 voor elke Vlaming een recht is, maar vooral met het feit dat de behoefte eraan groot is. “Loopbanen worden immers steeds turbulenter”, zegt docente HRM en personeelsbeleid Marijke Verbruggen (KU Leuven). “Personen die loopbaanbegeleiding kregen, gaan beter om met conflicten op het werk, ontwikkelen hun competenties, zijn in staat om hun loopbaan zelfstandig te sturen, gaan sneller actie ondernemen om hun loopbaan te ontwikkelen, of durven een gesprek aan te gaan met hun baas, wat daarvoor niet altijd even evident was. Kortom, ze zijn tevredener met hun baan. Werkgevers hoeven ook niet te vrezen dat wie loopbaanbegeleiding aanvraagt het bedrijf zal verlaten. Slechts de helft van die personen doet dat, de andere helft komt versterkt uit een loopbaanbegeleidingstraject.”

Síle O’Dorchai (ULB) spitst zich in haar werk toe op de genderloopbaankloof. “Kinderopvang is de enige neutrale maatregel die de overheid kan nemen in de strijd voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen op de werkvloer”, zegt ze. “Alle andere maatregelen hebben een verschillende invloed op de loopbaan van mannen en vrouwen, waardoor de loonkloof tussen beiden nog groter wordt. Omdat mannen meer verdienen dan vrouwen, is de keuze wie ouderschapsverlof zal nemen meestal snel gemaakt: degene met het laagste inkomen blijft thuis. Deeltijds werken vinden we dan weer voornamelijk terug in sectoren waar veel vrouwen werken. Ze worden dubbel gestraft, omdat ze minder werken en dus minder verdienen, maar een deeltijdse job wordt ook beloond met een lager uurloon dan dezelfde job in een voltijdse functie. De ongelijkheid op de arbeidsmarkt leidt ertoe dat vrouwen veel meer risico lopen om in armoede terecht te komen. Een gelijke kinderbijslag voor elk kind is een goed voorstel op zich. Het supplement voor arme gezinnen dat daarmee gepaard gaat, houdt echter een risico in wanneer het het gezinsinkomen is dat het recht op dit supplement bepaalt. In dat geval riskeert het nieuwe systeem een ontmoedigend effect te hebben op de tweeverdieners.”

Koen Buysse begeleidt bij SELOR werknemers en werkzoekenden. “Als opgeleide ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting herken ik meteen de uitsluitingsmechanismen waar werkzoekenden mee te maken hebben. Vaak gaat het om personen in armoede. Ik vertrek bij hun verhaal en dat is een volledig andere invalshoek dan die waaruit de andere deskundigen vertrekken. Personen in armoede hebben vaak een vertrouwensbreuk met de maatschappij. Hun competenties komen ook moeilijker tot uiting omdat kwetsuren in de weg zitten. Zo vraagt de begeleiding naar werk bijzondere aandacht.”

28 november 2013

Wetenschapsfraude neemt toe

Stefanie Van der Burght
Almaar meer raken er gevallen bekend van wetenschappers die frauderen met hun onderzoeksresultaten. “Wetenschappelijke integriteit gaat over meer dan fraude door fabricatie of vervalsing van onderzoeksdata of plagiaat” zegt Stefanie Van der Burght, medewerkster van de Directie Onderzoeksaangelegenheden van UGent en secretaris van de Commissie Wetenschappelijke Integriteit. “Er bestaat een grijze zone van handelingen die minder frauduleus lijken maar waar we toch vragen kunnen bij stellen. ‘Salami slicing’ bijvoorbeeld, waar één betekenisvolle paper in verschillende kleinere publicaties wordt opgedeeld met als doel het aantal publicaties op te drijven. Een recente metastudie toonde aan dat 2% van de wetenschappers toegaf een ernstige vorm van fraude te hebben gepleegd. Een derde gaf zelfs toe soms in de grijze zone te zitten. De grote meerderheid van het onderzoek gebeurt dus wel nog steeds zoals het hoort. Meestal ligt druk aan de basis van fraude. Dat kan een druk zijn om te publiceren, om financiering te houden of te krijgen. Maar ook  de concurrentie  en het ego van sommige onderzoekers zelf zijn soms bepalend.”
Om de kwaliteit van het onderzoek te bewaken, onderschreef de Universiteit Gent de Ethische Code van het Wetenschappelijk Onderzoek in België. Daarmee geeft ze aan dat ze zorgvuldigheid, voorzichtigheid, betrouwbaarheid, verifieerbaarheid, onafhankelijkheid en onpartijdigheid hoog in het vaandel draagt. “Daarnaast heeft de UGent ook een Commissie Wetenschappelijke Integriteit. Iedereen die op de hoogte is van inbreuken, kan dat melden. De commissie bestudeert het bewijsmateriaal, hoort de partijen en komt zo tot een oordeel.”

6 december 2013

Tabletgebruik: overdaad schaadt

Tablets worden ongetwijfeld één van de toppers van de eindejaarscadeaus. Maar stilaan wordt duidelijk dat overmatig gebruik van tablets ook heel wat nadelen kan hebben.
Veel jongeren gebruiken tablets vooral om te gamen. Kinder- en jeugdpsychiater Delphine Jacobs (KULeuven) pleit voor een beperkte schermtijd van maximaal 1 u per dag. “Dat komt zowel de fysieke gezondheid als de globale ontwikkeling van kinderen ten goede”, zegt ze. Computers en spelconsoles stimuleren immers de globale ontwikkeling van kinderen onvoldoende. “Er is geen enkele link naar sociale vaardigheden, omdat het geleerde niet transfereerbaar is naar de complexiteit van echte sociale relaties. Kinderen hebben beweging en (samen)spel nodig om al hun ontwikkelingsfasen op een goede manier te doorlopen. Gamen kan een onderdeel zijn van een gevarieerde vrijetijdsinvulling, maar het is niet meer dan dat.” Vooral kwetsbare kinderen ervaren de negatieve invloeden: “Kwetsbaar hierbij zijn de kinderen die over minder sociale vaardigheden beschikken en zich ook in hun eentje minder goed zinvol kunnen bezighouden. Zij trekken zich gemakkelijker eenzijdig terug in een virtuele wereld. Dat doen ze omdat die wereld sociaal weinig eisen stelt, en omdat het hen passief entertainment biedt, met weinig vraag naar eigen creatieve inbreng”.

Barbara Cagnie

Ook voor onze rug en nek zijn tablets niet echt gezond. “Het gevaar van de tablets schuilt precies in de grootte van de tablets”, zegt kinesitherapeute Barbara Cagnie (UGent). “Onderzoek heeft namelijk aangetoond dat tabletgebruik leidt tot een overmatige hoofdflexie, wat zorgt voor een hoge belasting en spanning in de nekspieren. Tabletgebruik leidt ook tot extreme polshoudingen, voornamelijk wanneer de tablet bij het typen met één hand wordt vastgehouden in een soort pincetgreep, terwijl de andere hand het scherm aanraakt. Over de precieze gevolgen van tabletcomputers op langere termijn is nog maar weinig bekend. Wel kunnen we de risico’s op het ontwikkelen van klachten verminderen door de tablet op tafel te leggen en niet op de schoot of in de hand te houden, en door gebruik te maken van een tablethouder of -hoes, die voor een betere kijkhoek zorgt. De tablet zal echter nooit volledig kunnen voldoen aan de ergonomische regels. Daarom speelt variatie in houding en beweging een belangrijke  rol om overbelasting te voorkomen en moet langdurig gebruik van de tablet worden vermeden. De tablet als vervanger van de desk- of laptop, is geen goed idee.”

17 december 2013

WEF Davos een gesloten praatclub?


Karolien De Bruyne
U2-zanger Bono noemde de jaarlijkse ontmoeting van het World Economic Forum in Davos een ‘fat cats in the snow’-meeting, waarmee hij bedoelde dat het niet meer was dan een interne praatclub voor de jetset. “Dat klopt niet helemaal”, zegt Karolien De Bruyne, econome aan de KULeuven/HUBrussel. “Sinds enkele jaren wordt parallel met het WEF immers het Davos Open Forum georganiseerd, dat voor iedereen toegankelijk is. Een aantal thema’s die dit jaar aan bod komen op het Open Forum zijn het vluchtelingenprobleem, het ethisch kapitalisme en gelijkheid tussen mannen en vrouwen.”
“De missie van het Forum is de wereld te verbeteren door een dialoog te faciliteren en te stimuleren tussen leiders uit het bedrijfsleven, de overheden, de academische wereld en andere leiders uit de samenleving. In het overleg tussen de industriële sector (i.e. de leden van het Forum) en de niet-industriële sector zijn er 3 belangrijke fases: ‘bonding’ (in dialoog treden), ‘binding’ (agenda’s vastleggen) en ‘building’ (actie ondernemen).”
“Hoewel het inderdaad vaak bij ‘bonding’ blijft, hebben de gesprekken op sommige gebieden hun nut bewezen. In het verleden gaven ze aanleiding tot verschillende initiatieven, zoals het Global Health Initiative (met als doel bedrijven te integreren in publiek-private partnerships om HIV, TBC, … aan te pakken), Global Education Initiative (met als doel via e-learning het onderwijs te optimaliseren) en Partnering Against Corruption Initiative (platform waar bedrijven ervaringen kunnen uitwisselen).”
“Naast de organisatie van de jaarlijkse meetings publiceert het World Economic Forum ook de Global Competitiveness Indicator. Daarin staat België op een mooie 17de plaats. Op vele vlakken scoort ons land zeer goed – zoals bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs en innovatie – maar onze score wordt sterk negatief beïnvloed door een inefficiënt belastingssysteem dat de stimulans om te gaan werken sterk vermindert. Als we de vergelijking doortrekken met onze noorderburen zien we dat zij beter scoren. Op het vlak van onderwijs en innovatie scoren zij eveneens hoog maar zij slagen erin betere tewerkstellingsstimulansen neer te zetten.”

21 januari 2014

Sotsji


De Olympische Winterspelen (OS) vinden dit jaar plaats in Sotsji, in het uiterste zuiden van Rusland, aan de grens met de Georgische regio Abchazië aan de Zwarte Zee. “Hoewel de ligging van de stad het tegendeel doet vermoeden, is het een typische Zuid-Russische stad”, zegt Aleksey Yudin, doctor in de Russische taalkunde en expert in de Slavische etnolinguïstiek. “Met een bevolking van merendeels etnische Russen sluit de stad taalkundig en cultureel perfect aan bij de rest van Rusland. Dit elitaire kuuroord en vakantieplaats voor machtige en bekende Russen wordt ook wel eens de Zuidelijke Hoofdstad genoemd. Als prestigeproject van het Kremlin is de stad goed beveiligd. De grootste dreiging gaat uit van Tsjetsjeense en andere moslimstrijders uit de regio.”

Katlijn Malfliet
“De organisatie van de OS biedt Rusland de mogelijkheid om zijn internationaal imago op te poetsen en te tonen dat de noordelijke Kaukasus niet alleen conflict en geweld genereert”, vult Oost-Europa-specialist Katlijn Malfliet (KU Leuven) aan. “Voor president Poetin is het een manier om zijn leiderschap in de verf te zetten. De kosten voor de Spelen zijn de pan uit gerezen; er zijn geruchten over corruptie en geldmisbruik door de oligarchen, en er zijn klachten over de milieuschade als gevolg van de bouw van het Olympisch dorp. De gastarbeiders uit Centraal-Azië worden op typisch Russische wijze (maar onaanvaardbaar voor Human Rights Watch) in deze bouw aan het werk gesteld. Terwijl wij dit eerder als misbruik van belastinggeld zouden zien, ligt dat anders in de Russische perceptie. Het is immers eigen aan de Russische politiek dat de leider zijn patrimoniale macht tentoon kan spreiden door zoveel staatsgeld in de spelen te investeren. Zolang Poetin als leider wordt aanvaard, moet hij daar ook geen rekenschap voor geven.”

30 januari 2014

Alledaagse vormen van psychopathie

kasia

Psychopathie wordt al te vaak geassocieerd met onbehandelbare, meedogenloze geweldenaars. Verschillende personen met psychopathische trekken leven nochtans gewoon in de maatschappij. Aan het woord is Kasia Uzieblo, hoofdlector Toegepaste Psychologie aan de Thomas More Hogeschool.
Uzieblo: "Onderzoek en praktijk blijven focussen op criminaliteit bij psychopathie, waardoor men voorbijgaat aan het lot van de onmiddellijke omgeving. Die wordt in eerste benadeeld door een persoon met psychopathische trekken. Uit ons onderzoek blijkt dat psychopathie ook buiten de criminele sfeer een grote impact op levens kan hebben. Zowel bij ouder-kindrelaties als bij partnerrelaties geeft het conflicten en psychosociale problemen als een van de betrokkenen psychopathische trekken heeft.”

Emilie Michaux

Emilie Michaux, onderzoeker Toegepaste Pyschologie (Thomas More) komt in haar onderzoek tot de vaststelling dat onderbelichte vormen van stalking eveneens verregaande gevolgen kunnen hebben voor slachtoffers. Haar onderzoek spitst zich toe op het voorkomen van stalking en de gevolgen ervan, meer bepaald bij studenten en bij buren.
“De toename van stalking onder studenten kan deels verklaard worden door het groeiend gebruik van sociale media. Deze bieden stalkers enerzijds de mogelijkheid om hun slachtoffers makkelijker te bereiken, en anderzijds laten ze persoonlijke grenzen steeds meer vervagen”.
“Ook burenstalking is geen uitzonderlijk fenomeen. 10 % van de ondervraagden bleek er effectief mee geconfronteerd te worden. Maar ondanks de relatief hoge prevalentiecijfers vond slechts een kleine minderheid de weg naar gespecialiseerde hulp.”
Kasia Uzieblo en Emilie Michaux besluiten: “Het gebrek aan aandacht en kennis over diverse vormen van grensoverschrijdend gedrag zorgt ervoor dat er nog te weinig preventie- en hulpvoorzieningen in Vlaanderen bestaan. Via het onderzoek binnen Thomas More willen we niet alleen de kennis over dergelijke fenomenen verbreden, maar trachten we bovendien practici die geconfronteerd worden met grensoverschrijdend gedrag te adviseren en concrete handvatten aan te reiken voor de aanpak van deze fenomenen.”

27 februari 2014

Wereldautismedag: aandacht voor competenties

Marleen Vanvuchelen

“Meer dan vroeger krijgen patiënten vandaag de diagnose autisme. Toch is er nog altijd een groot verschil tussen personen die het etiket autisme krijgen nadat ze door een grootschalige screening van de bevolking gedetecteerd worden (1/166) en  personen die de diagnose krijgen nadat ze zichzelf met hun problemen in een diagnostisch centrum hebben aangemeld (1/400).” Dat zegt prof Marleen Vanvuchelen (UHasselt). “Films als Rain Man en BenX hebben niet alleen geholpen om het stereotype beeld van autisme te doorbreken, ze hebben er ook voor gezorgd dat de omgeving meer vertrouwd raakte met de aandoening.” “Toch blijft de impact van die films beperkt”, waarschuwt autisme-experte Kathy De Meyere. “Eens de hype voorbij is, verdwijnt ook weer de aandacht voor de problematiek. En dergelijke films scheppen ook vaak een oppervlakkig beeld van wat autisme is.” Prof. Marleen Vanvuchelen kan dat bevestigen: “Een kind dat moeilijkheden heeft om op wederkerige manier met anderen om te gaan, roept veel vragen en vertwijfeling op bij de ouders. Voed ik mijn kind verkeerd op? Wat doe ik fout? Ben ik er te weinig voor mijn kind? Daarom is het belangrijk dat autisme al in een vroeg stadium wordt herkend.”

 Kathy De Meyere
“En dat ook de verdere begeleiding degelijk verloopt”, vult Kathy De Meyere aan. “In onze autismeklassen besteden we veel aandacht aan structuur, duidelijkheid, voorspelbaarheid, de sensorische over- en ondergevoeligheden, en een goede balans tussen wat de kinderen kunnen en aankunnen. Personen met een autistische aandoening denken niet rechtlijnig, maar via tussenstations. Vergelijk het met een IC-trein die meteen van A naar B rijdt, en een boemeltrein die in elk klein station stopt. In een professionele omgeving krijgen ze meestal niet de tijd en de ruimte die ze daarvoor nodig hebben, en dan gaat het nog wel eens fout.”


31 maart 2014

Dovenparlement zet nieuwe uitdagingen op de kaart

Goedele De Clerck

“Een toekomst waarin dove kinderen en volwassenen zich kunnen ontplooien, daar is de Vlaamse Dovengemeenschap zeer sterk mee bezig”, zegt onderzoekster Goedele De Clerck (UGent). “Gebarentaal, dovencultuur en dove vormen van kennis en leren gaan over van generatie tot generatie. We zullen het talig en cultureel erfgoed van de Vlaamse dovengemeenschap en de vrijwilligerswerkingen die er nu zijn, in de volgende jaren goed moeten ondersteunen om het optimaal te kunnen doorgeven aan de volgende generaties. Deze overdracht van taal en cultuur wordt nu heel sterk uitgedaagd door ontwikkelingen zoals de verspreiding van cochleaire implantatie, de beweging van dovenscholen naar inclusief/geïntegreerd onderwijs, toegenomen virtueel contact, sociale mobiliteit enz. Tegelijkertijd is gebarentaal zichtbaar geworden en is er meer interactie met de bredere samenleving. Dit wordt gesteund door de erkenning van de Vlaamse Gebarentaal en het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.”


Het Vlaamse Dovenparlement, een initiatief van participatief burgerschap, vormt een platform voor deze toekomstperspectieven. Via interactieve infoavonden in heel Vlaanderen wil deze dovengemeenschap dove en gebarentalige burgers inspraak en betrokkenheid bieden bij de nieuwe ontwikkelingen en wil ze deze punten ook op de beleidsagenda plaatsen.


Op 29 en 30 april 2014 organiseert UGent de Internationale Conferentie rond Gebarentaal, Gelijke Kansen en Duurzame ontwikkeling. “Voor het duurzaam omgaan met de veranderingen en de uitdagingen van bv. inclusief en kwaliteitsvol onderwijs, is er wetenschappelijke innovatie nodig als ondersteuning van de onderwijspraktijk,” licht Goedele De Clerck het doel van de conferentie toe.“We willen daarbij ook rolmodellen bieden om de doorstroming van dove en slechthorende studenten en onderzoekers in het hoger onderwijs te ondersteunen.”

17 april 2014

Unieke biodiversiteit rond eilanden


Marleen De Troch
Eilanden zijn geïsoleerde landmassa’s in zee. Hun isolatie gaat vaak hand in hand met een hoge graad van soortenrijkdom of biodiversiteit van zowel planten als dieren die er voorkomen. De organismen op eilanden zijn goed aangepast aan de unieke levensomstandigheden. Ze zijn daarom vaak endemisch of uniek voor dat eiland en verdienen onze bijzondere aandacht en bescherming. Niet alleen op het landgedeelte van een eiland is er een unieke biodiversiteit, ook in de ondiepe kustwateren rond eilanden worden bijzondere planten en dieren gevonden. Dit kan verklaard worden door het feit dat ze geïsoleerd zijn van andere kustgebieden (langs de continenten) door diepere wateren en zich zo ongestoord kunnen verder diversifiëren. Daarnaast kunnen ook de organismen op en rond bepaalde onderwaterconstructies (pilaren van windmolens, scheepswrakken, …) beschouwd worden als een soort ‘eilandgemeenschap’.
De specifieke aanpassingen  die deze eilandbewoners ondergaan, maken hen uniek, maar betekenen meteen ook hun kwetsbaarheid. De leefomstandigheden op en rond het eiland dienen als zeer specifiek en soms zelfs als extreem beschouwd te worden. Iedere (kleine) wijziging van dit leefmilieu betekent een ernstige bedreiging voor de soortenrijkdom van eilanden, nog meer dan voor de organismen op de continenten.
Marien biologe Marleen De Troch (UGent) geeft uitleg en duiding bij het thema van de Internationale dag van biodiversiteit op 22 mei.

20 mei 2014

Ouders mogen niet te veel meegaan in examendrukte

Rita Bleys

De examens zijn niet alleen voor studenten een stressperiode. Ook ouders en de directe omgeving van de student worden daarin betrokken. ‘Toch’, waarschuwt Rita Bleys (Associatie Universiteit Hogescholen Limburg) ‘mogen ouders zeker niet te veel meegaan in de examendrukte. Examens zijn moeilijke periodes voor jonge mensen maar studenten moeten ook daarmee leren omgaan. Ze worden er rijper door. Bovendien moeten jongeren ook leren dat je je moet inspannen om iets te bereiken. Ouders moeten de nodige ruggensteun en comfort bieden en ze moeten een klankbord zijn, maar verwennen en ‘pamperen’ tijdens examens helpt jonge mensen niet volwassen worden. Anderzijds gebeurt studeren meer en meer gedurende het ganse academiejaar. Competentiegericht evalueren gebeurt nu veel meer via opdrachten, werkstukken, presentaties die op meerdere momenten in het jaar plaatsvinden. Ouders of andere personen uit hun omgeving kunnen studenten heel het jaar door aanmoedigen om een correct beeld te krijgen van de eigen studiedoelen, studeerprestaties en de bijhorende resultaten.’


5 juni 2014

Beleggers verkiezen thuisland

Rosanne Vanpee
“Ondanks het grote aanbod aan buitenlandse aandelen en hun relatief goede toegankelijkheid, verkiezen beleggers een portefeuille die grotendeels uit binnenlandse aandelen bestaat. Daarbij negeren ze koppig de diversificatietheorie, die aantoont dat je eenzelfde rendement kunt behalen en tegelijkertijd je portefeuillerisico kunt verlagen door je portefeuille (internationaal) te diversifiëren”. Dat zegt Rosanne Vanpée, docent International Financial Management (KULeuven). “Je verlaagt beleggingsrisico's vooral wanneer je aandelen combineert die zo min mogelijk met elkaar gemeen hebben. Een portefeuille van BEL20-aandelen levert dus weinig diversificatievoordelen op. Men kan de vraag stellen of deze voorkeur voor binnenlandse aandelen, in de literatuur home bias genoemd, het resultaat is van een te lage financiële geletterdheid van de belegger. Dit blijkt niet zo te zijn. Ook professionele beleggers stellen portefeuilles op met een sterk overwicht aan binnenlandse aandelen. Rosanne Vanpée ziet twee categorieën van oorzaken voor deze 'home bias'. Enerzijds zijn er psychologische aspecten zoals nationalisme en een gevoel van vertrouwdheid die maken dat mensen kiezen voor aandelen uit het thuisland. Anderzijds kunnen ook rationele overwegingen zoals een taalbarrière en transactiekosten een rol spelen. Maar onderzoek toont aan dat de voordelen van buitenlandse aandelen de kosten sterk overtreffen. Het blijft dus verbazend dat beleggers pertinent blijven vasthouden aan een overwegend binnenlandse portefeuille.” 

23 juni 2014

Werknemers moeten de tijd krijgen om hun geloofsplichten te vervullen

Naima Lafrarchi

“De Koran schrijft voor dat moslims moeten vasten ‘zoals het aan de voorgaande profeten werd geopenbaard’”, zegt Naïma Lafrarchi (Faculteit Theologie en Religiewetenschappen - KULeuven). “Daarom onthouden moslims zich tijdens de Ramadan-maand van zonsopgang tot zonsondergang van eten, drinken en seksuele gemeenschap en trachten ze sober en bescheiden te leven. De essentie van het vasten is de spirituele herbronning en zingeving. In deze periode trachten moslims de spirituele en innerlijke aspecten van hun geloof te versterken en te verdiepen.”


Leen Holvoet
Die vastenperiode heeft uiteraard ook gevolgen op de werkvloer. “Een werkgever is niet wettelijk verplicht om rekening te houden met de Ramadan als dusdanig. Maar het arbeidsrecht stelt wel dat werkgevers hun werknemers ‘de nodige tijd moeten geven om hun geloofsplichten te vervullen’”, legt advocate Leen Holvoet uit. “De werkgever kan dan aangepaste pauzes toestaan zodat moslims tijdens hun werkdag op de vastgelegde tijdstippen kunnen bidden. Daarbij moeten de regels voor de minimumrustpauzes gerespecteerd blijven. Soms worden ook extra lunchpauzes tijdens avond- of nachtwerk toegestaan, en werken de betrokken werknemers daarna langer door. Om dit te kunnen verantwoorden bij een sociale inspectie, is het aan te raden om de aangepaste uurroosters formeel vast te leggen. Bovendien moet de werkgever zeker alert blijven voor de eventuele veiligheidsrisico’s tijdens het volgen van de Ramadan. Niet drinken en eten tussen zonsopgang en zonsondergang kan namelijk leiden tot dehydratatie en verminderde concentratie. Tijdig overleg met de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer is zeker aangewezen. In de praktijk blijft het belangrijk dat afwijkingen formeel worden vastgelegd en dat er duidelijk gecommuniceerd wordt met alle werknemers, ook de niet-moslims.”

27 juni 2014

Meertaligheid in de klas


Mostaert
Wanneer een anderstalig kind start in het Nederlandstalig onderwijs, is het cruciaal dat het deze nieuwe taal zo snel mogelijk verwerft. Toch kunnen leerkrachten niet verwachten dat een anderstalig kind na één jaar Nederlandstalig aanbod al op eenzelfde taalniveau functioneert als zijn eentalige klasgenoten. “Uit onderzoek weten we dat het minstens vijf jaar duurt vooraleer een anderstalig kind eenzelfde talig niveau bereikt als zijn eentalige klasgenoten. Wanneer een kind daarenboven niet blijvend gestimuleerd wordt in zijn moedertaal, kan het zelfs zeven tot tien jaar duren vooraleer het een adequaat schooltaalniveau bereikt”, legt Charlotte Mostaert (expertisecentrum Code, opleiding logopedie & audiologie, Thomas More) uit. “Uiteraard zal het al sneller kunnen communiceren met zijn Nederlandstalige vriendjes. De taal uit de klas is immers een stuk moeilijker dan de taal die bijvoorbeeld op de speelplaats onder kinderen gebruikt wordt. Schooltaal is doorgaans abstracter, minder contextrijk, en vergt meer cognitieve inspanningen.”
Tine Van Houtven
“Om anderstalige leerlingen zo goed mogelijk te stimuleren en te begeleiden in hun proces van (school)taalontwikkeling, besteden leerkrachten naast de vakinhouden best tegelijkertijd ook aandacht aan de taal die nodig is om die vakinhouden te verwerven”, zegt Tine Van Houtven (expertisecentrum Code, lerarenopleiding lager onderwijs, Thomas More). “Ze kunnen dit doen door hun lessen zo contextrijk mogelijk te maken en veel interactie en taalsteun aan te bieden. Het vereenvoudigen van teksten of taken is geen goed idee. Als teksten vereenvoudigd worden, verliezen ze vaak ook een duidelijke structuur en opbouw en worden verbanden tussen tekstdelen implicieter. Aangezien taal, denken en leren onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, werpt deze taalontwikkelende didactiek ook vruchten af voor moedertaalsprekers van het Nederlands.”

28 augustus 2014

Heeft een Week van de Mobiliteit zin?

Zwerts Enid
"In de week van de mobiliteit ligt de focus niet op een wereld zonder auto’s, wel op de positieve beleving van minder auto’s in de schoolomgeving, een autoluw stadscentrum", zegt Enid Zwerts (MINT). "Met een Autoloze Zondag, de Strapdag en Car Free day, wil men ons bewuster maken van ons autogebruik en een positief alternatief aanreiken via andere vervoermiddelen. Hoewel over de effecten van dit initiatief weinig geweten is, is het toch zinvol. Want net door de positieve toon van de actie, en vooral niet negatief tegen de auto, bied je mensen de kans om iets anders dan autoverplaatsingen te ervaren."
"Maar nog meer dan dat schetst de week een positief beeld van hoe een autoluwe toekomst eruit kan zien en hoeveel aangenamer en leefbaarder onze steden en gemeenten daarvan worden", vult Sarah Martens (Mobiel 21) aan."Natuurlijk staan er tussen het heden en die autoluwe toekomst heel wat praktische bezwaren: we hebben werktijden te respecteren, kinderen af te halen, boodschappen te doen, niet altijd de juiste bus- of treinverbindingen of de veiligste verkeersomgeving. Daarnaast zitten er heel wat vooroordelen tussen onze oren: de auto is altijd sneller, het regent te vaak om te fietsen, de afstand is te groot ... Dat los je niet allemaal op in een week per jaar." Dat vindt ook Enid Zwerts: "Om een echte gedragsverandering te creëren is er uiteraard meer nodig dan een week met leuke acties. Een overheid die inzet op duurzame mobiliteit, waarbij ruimtelijke ordening een heel belangrijk element is."
Sarah Martens
"Ook educatie, campagnes en gedragsveranderingsprojecten spelen een belangrijke rol", vindt Sarah Martens. "Hiermee verander je de mobiliteitscultuur in het hoofd van de bevolking en creëer je een draagvlak voor minder populaire maatregelen. In de jaren 70 was een rookverbod in cafés ondenkbaar, ondertussen is het not done om aan tafel een sigaret op te steken. We evolueren geleidelijk naar een toekomst waarin het not done is om de auto te nemen om bij de bakker om de hoek een brood te gaan kopen."

11 september 2014

Wereldvoedseldag: kunnen insecten ons helpen?

Heleen Verlinden
Volgens de Wereldvoedselorganisatie (FAO) is er wereldwijd voldoende voedsel voor het dubbele van de wereldbevolking. Maar dan moeten we het voedsel wel eerlijk verdelen. “De problematiek in de voedingsindustrie is niet zozeer dat er niet voldoende kan geproduceerd worden, eerder dat er inefficiënt wordt omgesprongen met de beschikbare producten”, zegt Heleen Verlinden (KULeuven). “Er zijn verliezen op elk niveau van de voedselketen: bij de oogst, perfect geschikte waren die op basis van uiterlijke kenmerken worden afgekeurd, maar ook bij het transport, de distributie en bij de consument zelf. Insecten kunnen ingezet worden om de zo ontstane reststromen efficiënt om te zetten naar nuttige proteïnen en vetten (het zogenaamd ‘sluiten van de nutriëntenkringloop’). Ze kunnen rechtstreeks gebruikt worden als humane voedingsbron, maar kunnen ook in dierenvoeders ingezet worden. Maar daarvoor is er, naast studies naar allergeniciteit en optimalisatie van het kweken van insecten, zeker nog verdere Europese wetgeving nodig.” 
Saartje Boutsen
"Dat onze eetgewoontes de komende decennia zullen veranderen is nu al duidelijk", zegt Saartje Boutsen van Vredeseilanden. “Voor producten als cacao en koffie zijn er nu al tekorten. Bovendien moeten tegen 2050 niet alleen 2 miljard extra monden worden gevoed, de toenemende welvaart en verstedelijking veroorzaken ook een verandering in het eetpatroon.” Ook Vredeseilanden legt daarom de nadruk op ketenontwikkeling: “We pleiten verder voor een betere ondersteuning van kleinschalige boeren in hun contact met de andere schakels in de voedselketen. Het bewustzijn groeit, zowel bij de consument als de voedingsbedrijven en distributie, dat we doelgerichter met onze voeding moeten omgaan, en dat er nood is aan een voedselsysteem waarbij iedere schakel in de keten er zijn boterham mee verdient.”

16 oktober 2014

Transnationale mobiliteit

Noël Salazar
Uitwisselingsprojecten voor studenten, werknemers of stagiairs die kiezen voor een job in het buitenland, senioren die overwinteren in warmere landen, we overschrijden gemakkelijker dan vroeger onze landsgrenzen. "Maar dat beeld klopt niet", zegt sociaal-cultureel antropoloog Noël Salazar (KULeuven). "Dergelijke transnationale mobiliteit komt minder frequent voor dan we denken. Bij studentenuitwisselingen spreken we over minder dan 10% en bij jobs in het buitenland ligt dat nog veel lager. Maar buitenlandse ervaringen krijgen vaak disproportioneel veel aandacht in de media. Dit hoeft zeker binnen een Europese context niet te verbazen. Bij beleidsmakers leeft immers de overtuiging dat meer mobiliteit (binnen de EU) leidt tot een meer Europese identiteit. Deze transnationale mobiliteit wordt a priori als positief beschouwd. Maar persoonlijke ervaringen bevestigen dit niet altijd." Noël Salazar spitst zich in zijn onderzoek toe op de waarde die onze samenleving hecht aan het oversteken van ‘grenzen’. "Wat betekent transnationale mobiliteit en wat levert het op, ook voor hen die daaraan niet kunnen of willen deelnemen? En wat met immigranten? Moeten ze opnieuw mobiel worden om te tonen dat ze goed geïntegreerd zijn in Europa?"

7 november 2014

Beeldvorming rond personen met een handicap krijgt onvoldoende


Peter Lambregts
Ons land besteedt niet voldoende aandacht aan de beeldvorming van personen met handicap. Nochtans heeft België het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH) ondertekend en zijn we dus verplicht om die opdracht na te komen. ‘Artikel 8 uit dat verdrag wijst op de taak van de overheid om de maatschappij te sensibiliseren over de rechten en het potentieel van personen met een handicap en om stigma en vooroordelen te bestrijden’ zegt Peter Lambreghts (Onafhankelijk Leven).
Patrick Vandelanotte
Patrick Vandelanotte van de burgerrechtenorganisatie GRIP sluit zich daarbij aan: ‘Het VN-Comité dat in september de situatie van België heeft beoordeeld, stelt met bezorgdheid vast dat het op het vlak van de beeldvorming rond personen met een handicap verkeerd zit. Het VN-comité wijst op het tekort aan mogelijkheden voor inclusief onderwijs, de lange wachtlijsten voor ondersteuning en het tekort aan toegankelijkheid’.

‘Het VN-Comité wil dat ons land een nationale strategie uitwerkt inzake bewustmaking,’ zegt Peter Lambreghts. ‘Het Comité beveelt aan om toegankelijke informatie- en bewustmakingscampagnes te organiseren over de rechten van personen met een handicap. Het grote publiek moet een positief beeld krijgen van personen met een handicap en de bijdrage die ze leveren aan de maatschappij, en dat in overleg met de organisaties van personen met een handicap. Het Comité doet deze aanbeveling omdat de visie die het Verdrag uitdraagt in België niet waarneembaar is. Het Verdrag gaat uit van het recht op volwaardig burgerschap met alle mensenrechten die daarbij horen.’

1 december 2014

Energiebesparing

Adviezen om energie te sparen en zo black-outs te vermijden richten zich vooral op de particuliere sector. Maar ook bedrijven kunnen daar hun bijdrage leveren. "De sector van de chemie, life sciences en kunststoffen is een belangrijke energieverbruiker in Vlaanderen en erg energie-intensief", licht Els Brouwers van Essenscia toe. "De productie van duizenden verschillende eindproducten is goed voor bijna 20% van het aardgas- en 25% van het elektriciteitsverbruik van Vlaanderen. Petroleum, aardgas en elektriciteit worden niet enkel gebruikt om warmte te leveren, maar ook als grondstof omgevormd tot producten van hogere waarde. Door veel te investeren in energie-efficiëntie draagt de sector bij aan de duurzaamheid van de maatschappij. Per ton CO2 die uitgestoten wordt in het productieproces van de chemische sector, wordt er gemiddeld 2,6 ton bespaard in de toepassing ervan. Continue aandacht voor energie-efficiëntieverbeteringen heeft geleid tot een duidelijke ontkoppeling tussen productie en energieverbruik. Het specifieke energieverbruik (per ton product) is hierdoor afgenomen tot 43% van het verbruik in 1990. Aan de basis hiervan ligt onder meer een sterk clusterdenken, waarbij de warmte die vrijkomt in bepaalde processen aangewend wordt voor het aandrijven van andere processen."

Niet alleen in de industriële sectoren, ook in de particuliere sector is er nog veel groeimarge. "Vooral de verwarming en verlichting van gebouwen (woningen, kantoren, scholen) nemen een groot deel van het energieverbruik voor hun rekening. De grootste besparing kan men dan ook realiseren door de energiebehoefte te beperken", zegt Sigrid Van Leemput van VIBE. "Voor particulieren zit het grootste potentieel in compactere en energie-efficiëntere woningen. Isoleren is daarbij de belangrijkste aanrader. Verder moeten we zuiniger omspringen met energie en het gebruik van 'fossiele' brandstoffen beperken. Hier is een belangrijke rol weggelegd voor de overheid die meer moet inzetten op de promotie en ondersteuning van de hernieuwbare energiesector. Enerzijds om onze energie-onafhankelijkheid te garanderen en anderzijds om onze klimaatdoelstellingen te halen. Ook betaalbaarheid van energie speelt een alsmaar belangrijkere rol. Een interessante ontwikkeling op dat vlak zijn de hernieuwbare energiecoöperaties waarbij burgers zelf mee investeren in productiemiddelen en levering van energie en de geproduceerde energie ook zelf kunnen verbruiken."

22 december 2014


Radicalisering en sociale media

Nele Schils
‘De sociale media zijn niet de oorzaak maar wel een versterkende factor in de radicalisering bij jongeren’, zegt criminologe Nele Schils (UGent). ‘Daarom moeten we de voedingsbodems aanpakken en zo de interesse bij jongeren voor extremisme wegnemen en de jongeren weerbaarder maken tegen een extremistisch discours.’ ‘Counter narratives’ op extremistische websites hebben maar weinig kans op slagen en kunnen zelfs contraproductief zijn’, zegt ze. ‘De perceptie van een positief alternatief binnen de samenleving zou reeds aanwezig moeten zijn vóór er sprake is van gewelddadige radicalisering.’ ‘Ons onderzoek naar radicalisering van jongeren via de sociale media toonde immers aan dat blootstelling aan extremisme via die sociale media vooral werkt wanneer die jongeren actief en doelbewust extremistische informatie opzoeken en wanneer de jongere reeds over een bepaalde extremistische attitude of interesse beschikt. Die bestaande interesse wordt vooral bepaald door ervaringen in de offline wereld. Vooral de perceptie van onrechtvaardigheid kan een voedingsbodem vormen. Dit staat los van de economische situatie van de jongere. Vervolgens is de directe sociale omgeving, met name peers, in samenspel met bepaalde individuele kenmerken, cruciaal in het maken van de stap naar actief extremisme.’

31 januari 2015

‘We hebben nood aan Vegucation’

nena baeyens
Een op de twee Vlamingen wil graag minder vlees eten, maar mist de kookkennis om die goede voornemens in de praktijk te brengen of vol te houden. ‘Toch merken we de jongste jaren een evolutie’, zegt Nena Baeyens van EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief). ‘Uit onderzoek blijkt dat 1 op 10 Vlamingen zichzelf parttime vegetariër (of flexitariër) noemt. Dat betekent dat hij of zij minstens 3 keer per week vegetarisch eet. Dat is een verdubbeling in vergelijking met 2011, toen was het nog 1 op 20. Als we daar de vegetariërs, veganisten, pescotariërs en bijna-vegetariërs bij optellen, komen we aan 1 op 6 Vlamingen die minstens een paar keer per week vegetarisch eet. We zien ook hoe het aanbod op restaurant steeds diverser en beter wordt. Topchefs zoals Kobe Desramaults en Gert de Mangeleer doen fantastische dingen met groenten. Jammer genoeg zijn de opleidingen in de hotelscholen niet mee geëvolueerd.’ ‘Er wordt inderdaad veel te weinig aandacht besteed aan vegetarische voeding in de koksopleidingen’, beaamt voedingsdeskundige en docente Katia Cornelis. ‘Het lespakket is al verlaagd van 38 naar 32 lesuren per week, de vakken rond voedingsleer waren daarvan het eerste slachtoffer. Koks denken nog al te vaak dat ze bij een vegetarische maaltijd het vlees gewoon kunnen weglaten en vervangen door groenten. Zo stel je echter geen evenwichtige maaltijd samen. Daarbij komt nog dat de leerlingen aan de hotelschool koken voor hun medeleerlingen. Ze willen daarbij in de eerste plaats scoren met lekkere maaltijden, maar laten zo een hele hoop kansen liggen.’

10 februari 2015

Expert in de kijker: onderzoeker sportgeneeskunde Carl De Crée

'Extreem sporten kan hormonale problemen veroorzaken bij vrouwen'

carl de cree
Carl De Crée is hoogleraar en wetenschappelijk onderzoeker in de sportgeneeskunde met subspecialisatie in reproductieve endocrinologie en inspanningsfysiologie. “Al sinds het begin van de jaren ’80 bestudeer ik de relatie tussen sport en hormonale problemen. Deze tak van de sportgeneeskunde noemt men wel eens ‘inspanningsendocrinologie’ of ‘sportgynaecologie’. Ik heb me toegespitst op wetenschappelijk onderzoek over hormonale problemen bij vrouwen, o.m. op wat men in de Angelsaksische landen de ‘Female Athlete Triad’ noemt. Sporters gaan soms tot het uiterste zowel qua inspanning als qua dieet om hun lichaam in een ideale toestand te brengen voor topprestaties in de gekozen discipline. Dat kan problemen opleveren in de menstruele cyclus bij sportende vrouwen, zoals onregelmatige cycli, tijdelijk verminderde vruchtbaarheid, of vroegtijdige botontkalking (osteopenie, of zelfs osteoporose). Soms zijn de gevolgen blijvend en zeer ernstig. Vooral vrouwen die intensief een sport beoefenen waarbij het gewicht een belangrijke rol speelt, zijn hier gevoelig voor. Typische probleemsporten zijn gymnastiek en schaatsen, maar ook duursporten.” Het wetenschappelijk onderzoek rond de invloed van sport op hormonen is in Vlaanderen nagenoeg onbestaand. Carl De Crée: “Dergelijk onderzoek vergt veel van de proefpersonen, zowel lichamelijk als emotioneel. Bovendien is hormonaal onderzoek een complexe en dure aangelegenheid.” Naast deze specialisatie is Carl De Crée ook thuis in Japanse cultuur en filosofie, in oosterse gevechtssporten, en in luchtvaartwetenschappen.

24 februari 2015

Thema in de kijker: Dag tegen de internetcensuur

“Grens met vrije meningsuiting soms heel dun”

In het Westen spitst internetcensuur zich vooral toe op specifieke doeleinden zoals de bestrijding van piraterij of terrorisme of de bescherming van jongeren. “Maar de grens met het recht op vrije meningsuiting is soms zeer dun”, zegt Eva Lievens, onderzoekster aan de KULeuven en professor mediarecht aan de UGent. “Aan de KULeuven onderzoeken wij wetgeving en rechtspraak over het filteren en blokkeren van inhoud, zowel op Europees als op nationaal vlak. De materie is vaak niet eenduidig. Dergelijke maatregelen zijn soms ook gemakkelijk technisch te omzeilen. Denk maar aan ‘The Pirate Bay’ die steeds weer opduikt. Rechtspraak en wetgeving schieten dan hun doel voorbij.”

“Jongeren begeleiden beter dan censureren”

Sofie Vandoninck
Steeds vaker wordt ook bij ons de vraag gesteld hoe we moeten omgaan met jongeren en gevoelige materie op het internet. “Blootstelling aan online risico’s is vandaag haast onvermijdelijk, ook bij kinderen en jongeren. Censuur is in veel gevallen dan ook niet de beste manier om daarmee om te gaan”, zegt Sofie Vandoninck, communicatiewetenschapster en onderzoekster bij het EU Kids Online project. “Uit ons onderzoek blijkt dat jongeren vanaf 12 jaar meer gebaat zijn met een goede omkadering en begeleiding van wat ze online zien dan met een verbod om bepaalde sites te bezoeken. Dat is ook al het geval bij lagereschoolkinderen, maar deze groep moet je wel nog behoeden voor te aanstootgevende of te gewelddadige beelden.”

“Internetcensuur in China nog steeds heel sterk”

Mieke Matthijsen
In sommige andere landen, zoals in China, censureert de overheid het internet veel ingrijpender. “In China is er nog steeds zware internetcensuur”, zegt sinologe Mieke Matthijsen. “Sinds de nieuwe president Xi Jinping aan de macht kwam, is de censuur nog strenger geworden. Chinezen kunnen zonder buitenlandse VPN bijvoorbeeld niet op Facebook, Youtube en Twitter. Opzoeken via Google kan alleen op de ‘Hong Kong’-versie en officiële Chinese zoeksites zoals Baidu leveren sterk gecensureerde resultaten op. De situatie lijkt erger dan een paar jaar geleden. Zelfs buitenlandse ondernemers die met data via de cloud werken, kunnen problemen ondervinden.”

8 maart 2015

Thema in de kijker: zonsverduistering

“Zonsverduistering geeft een uniek zicht op de corona”

Petra Vanlommel
Op vrijdag 20 maart 2015 is er in België een gedeeltelijke zonsverduistering. Voor veel mensen een speciale belevenis, maar voor wetenschappers creëert zo’n zonsverduistering ook unieke omstandigheden. Petra Vanlommel van de Koninklijke Sterrenwacht van België: “Vanuit wetenschappelijk standpunt is vooral een totale zonsverduistering interessant omdat de maan de zonneschijf dan net bedekt. Zo krijg je een uitzonderlijke kijk op de onmiddellijke omgeving rond de zon of de lage zonneatmosfeer met de ‘Helmet streamers’ (magnetische lussen in de vorm van een puntige helm). Net op die plaats in de corona wordt bijvoorbeeld de zonnewind versneld. De zonnewind is een continue stroom van massa die wegwaait van de zon over de aarde.”

“Eclips kan je netvlies beschadigen”

Ann Pyck
Om ongestoord van het fenomeen te kunnen genieten, is het belangrijk om de ogen goed te beschermen. “Eclipsblindheid voel je niet opkomen, maar je netvlies kan wel tijdelijk of zelfs permanent beschadigd worden”, zegt optometrist Ann Pyck. “Wanneer je onbeschermd naar de zonsverduistering kijkt, absorbeert het netvlies ook niet-zichtbaar ultraviolet en infrarood licht. Dat veroorzaakt interne chemische reacties waardoor delen van het netvlies uitvallen. Ook thermische reacties beschadigen het netlies. De kegeltjes en staafjes van je netvlies worden daardoor geschonden. Pas enkele uren later merk je dat je zicht vlekkerig en slechter wordt. De vlekken zitten bovendien midden in het gezichtsveld, je kan ze dus niet negeren. Kijk dus zeker met een erkende eclipsbril naar de zonsverduistering. Alternatieven zoals een cd, fotonegatieven, een zelfgemaakt brilletje of een gewone zonnebril volstaan niet.”

“Dieren ervaren stress”

Ook dieren ervaren een zonsverduistering als iets uitzonderlijks. “Dieren staan dichter bij de natuur en voelen een zons- of maansverduistering zeker aan”, zegt dierengedragstherapeute Inge Pauwels. “Bij natuurrampen, zoals de tsunami, is gebleken dat heel veel wilde dieren tijdig konden vluchten. Dat bewijst dat ze natuurfenomenen sterk aanvoelen. Een zonsverduistering bezorgt dieren sowieso stress. Op korte tijd kunnen ze dan enorme stresspieken vertonen. Sommige dieren zetten dat om in angst. Prooidieren zoals herten of paarden kunnen dan bijvoorbeeld vluchtgedrag vertonen. Je zet ze dus best veilig binnen. Sommige dieren lopen een heus trauma op en worden nadien bijvoorbeeld angstig bij schemering. Er is echter nog te weinig onderzoek gedaan om dit echt te kunnen bewijzen.”

17 maart 2015

Expert in de kijker: Vinciane van Grotenhuis

‘De tijd dringt voor verandering in de Antwerpse diamantsector’

Vinciane van Grotenhuis
Vinciane van Grotenhuis is specialiste in edelstenen, juwelen en luxegoederen. “Voor mijn eindthesis in de Politieke Wetenschappen koos ik als onderwerp ‘de politieke rol van diamant’. Het heeft mij sindsdien niet meer losgelaten”, zegt ze. Vinciane specialiseerde zich verder tot gegradueerd gemmologe en volgde ook een marketingopleiding aan de EM LYON business school in Frankrijk. “Om de sector te begrijpen, moet men de geopolitiek kennen. Politici hechten daar te weinig belang aan, waardoor foute beslissingen worden genomen. Neem nu het Kimberley Proces, dat de conflictdiamanten uit de internationale diamanthandel moet weren. Het systeem is niet efficiënt. Het controlesysteem van het Kimberley-Proces wordt alleen bij wet verplicht in landen die vrijwillig participeren. Hierdoor hebben nieuwe diamantcentra, voor wie ethiek minder belangrijk is, zich de laatste jaren kunnen ontwikkelen en klagen Afrikaanse mijnlanden de illegale smokkel aan. Onlangs werd bekendgemaakt dat de afgelopen decennia voor 12 miljard dollar aan ruwe diamant uit Zimbabwe werd gesmokkeld. Ook het gebrek aan financiering in de diamantsector is voor een deel het gevolg van het Kimberley-Proces. De Antwerpse diamantsector heeft er dus alle baat bij om een efficiënt controlesysteem uit te tekenen. Alleen dan kan ze een briljante toekomst tegemoet gaan!”

7 april 2015

Thema in de kijker: Dag van Europa

Op 9 mei is het Europadag. Dan wordt de 65ste verjaardag van de Schumanverklaring herdacht, de sleutelgebeurtenis in de oprichting van de Europese Unie.

“EU relatief onzichtbaar op wereldvlak”

Fabienne Bossuyt
“Op het wereldtoneel is de EU nog steeds een relatief onzichtbare actor”, zegt Fabienne Bossuyt, doctor-assistent aan het Centrum voor EU-Studies aan UGent. “Nochtans heeft de EU een breed ontwikkeld gemeenschappelijk buitenlands beleid dat inspeelt op zowat alle actuele hete hangijzers en actief inzet op het nastreven van gemeenschappelijke EU-belangen. Of het nu gaat over de post-2015 Sustainable Development Goals, de humanitaire ramp in Nepal, het conflict in Oekraïne of de oprukkende IS, de EU werkt voor alle internationale kwesties een specifiek beleid uit en treedt actief op voor zover ze over de nodige capaciteit en bevoegdheid beschikt. Zo heeft de EU 9 miljoen euro noodhulp aan Nepal geschonken om de meest directe noden aan te pakken in de nasleep van de aardbeving van eind april. Die noodhulp kwam er bovenop het sturen van humanitaire hulpverleners die in dienst zijn bij de Europese Commissie, en de individuele noodhulp van de lidstaten. Daarnaast volgt het Emergency Response Coordination Centre van de Europese Commissie de situatie 24 op 7 op en coördineert het de hulpverlening vanuit Europa.”

“Belgische europarlementsleden minst aanwezig op twitter”

Barbara De Cock
Barbara De Cock, professor in de Taalkunde aan UCL, werkte mee aan een onderzoek naar het twittergedrag van europarlementleden tijdens de Europese verkiezingen in 2014. “ Er zijn grote verschillen in gebruik en frequentie van tweets en hashtags tussen europarlementsleden. Maar ook binnen een partij of een land zijn er soms extreme verschillen. Spanjaarden tweeten meer over Europese thema’s, de Fransen meer over lokale gevolgen van het Europese beleid. Wanneer in het Verenigd Koninkrijk over Europa getweet wordt, is dat meestal vanuit de scherpe tegenstelling tussen de partijen die pro-EU zijn en de partijen die uit de EU willen stappen. De Belgen tweeten dan weer meer over het Europese beleidsniveau dan de Fransen en de Britten. Belgische europarlementsleden zijn wel minder aanwezig op twitter dan die uit andere landen. In alle landen wordt hoofdzakelijk over professionele activiteiten getweet - niet over privé-aangelegenheden - naar de nationale of regionale achterban. De meeste tweets zijn dan ook in de eigen taal. Volgers op twitter zijn voornamelijk journalisten en politiek actieve burgers. Er is dus weinig rechtstreekse uitwisseling met het grote publiek.”

7 mei 2015

Expert in de kijker: Bieke Gepts, marketingspecialiste voor de bouwsector


‘De ontwikkelingsmarkt bepaalt vandaag hoe we wonen’

Bieke Gepts
Bieke Gepts is zaakvoerster van Essencia, een marktonderzoeksbureau in de bouwsector. “Wij houden voortdurend de tendensen in de bouwsector in de gaten. Na een aantal gouden jaren aan het begin van de 21ste eeuw, heeft de kredietcrisis ook hier een impact gehad. De bouwproductie is in alle marktsegmenten sterk teruggevallen. De residentiële nieuwbouw leverde afgelopen 5 jaar 18% minder woningen op dan in dezelfde periode ervoor. Van de niet-residentiële gebouwen werd in deze periode 12% minder volume gebouwd. De vergunde renovatiemarkt hield nog het beste stand en viel maar 4% terug.”

Regelgeving

“Maar de bouwsector is niet alleen gevoelig voor de economische omgeving, ook voor bijvoorbeeld aanpassingen aan de regelgeving. En dat waren er de jongste jaren heel wat. Denk maar aan de noodzaak voor een meer energiezuinig bouw- én woonbeleid, btw-aanpassing voor renovatie, woonbonus … Gekoppeld aan de gewijzigde regelgeving zorgde de overheid ook voor fiscale stimulansen. Dat resulteerde in een stevige boost aan renovatiewerken om ons oude gebouwenbestand aan te passen aan de huidige energie-eisen.”

Socio-demografische ontwikkelingen

“Tot slot duwen ook de socio-demografische ontwikkelingen de sector in een bepaalde richting. De vergrijzing, meer scheidingen en kleinere gezinnen zorgen ervoor dat er niet alleen meer en meer appartementsgebouwen komen, maar dat er ook meer en meer appartementen in één gebouw worden ondergebracht. Het aangepast kredietbeleid leidt tot een minder toegankelijke woondroom. Jongeren moeten tevreden zijn met een huurhuis, een instapappartementje of een kant-en-klaar wijkhuis dat gebouwd is door een projectontwikkelaar. De ontwikkelingsmarkt is vandaag dan ook meer en meer de bouwheer die beslist hoe we gaan wonen.”

3 juni 2015

Expert in de kijker: Jelena Tatomir, ingenieur hoogspanningsnet en bovenleidingen


Elektriciteit leveren van producent tot consument is grote uitdaging

Jelena Tatomir
Jelena Tatomir berekent bovengrondse en ondergrondse kabels voor het hoogspanningsnet en bovenleidingen voor de spoorwegen. Daarbij bestudeert ze de mechanica van die geleiders, de doorhang van de kabels, de invloed op de masten en de thermische berekening. “Momenteel bereken ik in opdracht van Elia de thermische stabiliteit van ondergrondse kabels. Daarbij houd ik rekening met verschillende parameters zoals het vermogen en de eigenschappen van de kabel, maar ook met de eigenschappen van de grond. Daarvoor onderzoeken we altijd de grondstalen. Meestal is het zo dat hoe dieper kabel in de grond ligt, hoe beter de thermische omstandigheden zijn. Maar sommige grondlagen hebben een zeer slechte thermische geleidbaarheid en dan mogen de kabels maar op een beperkte diepte worden geplaatst.”

Spoorlijnen

“Bij de opkomst van de hogesnelheidslijnen in België berekenden we met ons team ook de bovenleidingen voor die lijnen. Ook nu nog bereken ik de hoogspanningslijnen voor het transport van elektriciteit in België en Nederland, binnenkort doe ik dat trouwens ook voor een aantal Europese spoorlijnprojecten.”

Duurzaam

“Elektriciteit transporteren van bij de producent tot aan de consument is een van de grootste uitdagingen wereldwijd. Het is belangrijk dat we werken aan een moderne, veilige en goedkope toegang tot duurzame energie. Het is immers de drijvende kracht achter onze economische vooruitgang en de bescherming van het milieu.”

6 augustus 2015

Thema in de kijker: Met plezier langer werken

Nu de regering de pensioenleeftijd verhoogd heeft, duikt steeds meer de vraag op hoe bedrijven hun werknemers zinvol aan de slag kunnen houden. Het lijkt immers een contradictie, in deze tijden waarin burn-outs en bore-outs steeds meer de kop opsteken. Onderschatten bedrijven het probleem en spelen ze te weinig in op hun menselijk kapitaal?

“Langer werken is anders werken”

Anita Stevens
“Langer werken moet ook gekoppeld worden aan anders werken”, zegt loopbaancoach Anita Stevens,“De uitdaging is dat arbeid een flexibele en een duurzame invulling krijgt. Dat vraagt een doelgericht overheidsbeleid dat voorziet in flexibele loopbanen die aansluiten bij zowel noden die gebonden zijn aan een bepaalde levensfase als individuele noden. Dit vraagt ook dat bedrijven de dialoog aangaan met hun werknemers en maatwerkoplossingen creëren. Werkgoesting is de sleutel tot langer werken, voor elke leeftijd, ook voor de vintage werknemer. Net zoals dat in de designwereld geldt, staan vintage werknemers symbool voor kwaliteit en waardevol; een combinatie van oud en nieuw zorgt voor meerwaarde. Net zoals vintage spullen gaan ook vintage werknemers op zoek naar een tweede carrière, in een andere functie of in een andere sector.”

“Creatieve generalisten”

Silvia Derom
Loopbaancoach Silvia Derom wijst dan weer op het belang van creatieve generalisten in bedrijven. “Velen onder hen worden gedreven doordat ze voortdurend nieuwe dingen ontdekken. Dikwijls worden ze echter negatief bekeken en wekken ze onterecht de indruk dat ze nooit kunnen uitblinken in één aspect of dat ze jobhoppers zijn. Dat is jammer, want bedrijven kunnen er net hun voordeel mee doen omdat die werknemers wendbaar, creatief en innovatief zijn. Ze krijgen net energie doordat ze geprikkeld worden door nieuwigheden. Dat zijn blijvende eigenschappen die ook nog op latere leeftijd aanwezig blijven, waardoor die werknemers, als er rekening wordt gehouden met hun nood aan afwisseling, minder snel uitgeblust raken.”

13 augustus 2015

Expert in de kijker: Nele Deleebeeck: experte milieurisico-evaluaties van chemische stoffen


“Europa neemt voortrekkersrol in beleid rond chemische stoffen”

Nele Deleebeeck
In het kader van Europese regelgeving, zoals ‘REACH’, moeten bedrijven aantonen dat de productie en het gebruik van hun stoffen geen onaanvaardbare risico’s hebben voor mens en milieu. “Daarom evalueren we eerst grondig de inherente gevaren van de stof”, zegt Nele Deleebeeck. Ze is doctor in de toegepaste biologische wetenschappen, optie milieutechnologie, en voert milieurisico-evaluaties uit van chemische stoffen bij consultancybedrijf Arcadis Belgium. “Er worden ‘veilige’ blootstellingsniveaus en milieuconcentraties bepaald, die niet overschreden mogen worden. In een tweede stap wordt de blootstelling bepaald. Dat gebeurt door modellering, of door gebruik van gemeten data aangeleverd door de betrokken bedrijven. Nadien evalueren we of de effectieve of de te verwachten blootstelling effectief onder de veilige waarden blijft. Zoniet, wordt er bekeken welke bijkomende maatregelen ingevoerd kunnen worden om de blootstellingsniveaus tot een aanvaardbaar niveau te verlagen.” ”

Veiligere alternatieven

Europa heeft zichzelf tot doel gesteld om stoffen met heel zware gevarenprofielen en waarvan de risico’s moeilijk onder controle te houden zijn, op termijn te vervangen door veiligere alternatieven. Nele Deleebeeck: “Maar uiteraard gaat Europa daarbij niet over één nacht ijs. Er komen bij deze beslissingen ook veel socio-economische aspecten aan bod. Toch stimuleert het engagement de industrie om op zoek te gaan naar haalbare alternatieven. Europa kan toch wel een beetje als een ‘trendsetter’ gezien worden, aangezien de inspanningen die hier worden geleverd geleidelijk ook worden overgenomen in andere regio’s in de wereld.”

Als expert in milieurisico-evaluatie werkt Nele Deleebeeck ook mee aan tal van andere types (vakoverschrijdende) studies waar kennis van en/of evaluatie van het gedrag en de gevaren van chemische stoffen is vereist.

20 augustus 2015

Thema in de kijker: Diversiteit in het onderwijs

"Een ontdekkingsreis voor leerlingen en leerkrachten"

Zowat 1,2 miljoen leerlingen van het Vlaamse leerplichtonderwijs bereiden zich voor om op 1 september een nieuw schooljaar te beginnen. Vanaf dit schooljaar hebben ook leerlingen met beperkingen het recht op inschrijving en op aanpassingen op hun maat in de reguliere klassen. Diversiteit binnen de klas is daardoor meer dan ooit aan de orde.

Nadine Engels
“De huidige klasgroepen zijn meer dan ooit gekenmerkt door diversiteit. Het sleutelwoord van vandaag is dan ook lesgeven ‘op maat’”, zegt Nadine Engels, professor pedagogie en educatiewetenschappen aan de VUB. “Van leraren wordt verwacht dat ze de lat hoog leggen en dat ze het onderwijsaanbod differentiëren. De uitdaging is: de rijkdom van die superdiversiteit kunnen benutten, talenten kunnen zien, leerlingen positief leren omgaan met de verschillen in een veilige maar uitdagende leer- en leefomgeving. Het is duidelijk dat dit hoge verwachtingen stelt aan het leraarschap. Het klassieke beeld van de individuele leraar voor een klas van op leeftijd gegroepeerde kinderen, beantwoordt niet langer aan die verwachtingen. Dit is de eeuw van leertrajecten op maat, van coaching in kleine groepen, van een flexibel aanbod ondersteund door technologie, van coöperatief leren.”

“Op heel wat scholen zijn we nog lang niet zo ver”, zegt Nadine Engels. “Daar overheerst nog het klassieke beeld. Maar het aantal scholen waar leraren actief de vernieuwing gestalte geven, stijgt. In deze nieuwe stijl hebben leerkrachten meer inspraak in het pedagogisch beleid van de school en ontwikkelen ze samen met collega’s een eigen aanpak. Dit laatste valoriseert de professionaliteit van het leraarschap. Bovendien neemt de veelbesproken eenzaamheid van het beroep af.”

“Klasgenoten beïnvloeden prestaties en zelfbeeld”

Bieke De Fraine
De diversiteit van leerlingen zorgt er ook voor dat er keuzes moeten worden gemaakt bij de samenstelling van klassen. In een homogene klas hebben alle leerlingen een gelijkaardig prestatieniveau. De verschillen tussen leerlingen binnen een klas zijn klein, maar de verschillen tussen de klassen (de ‘sterke’ klas en de ‘zwakke’ klas) zijn groot. In een heterogene klas is er meer diversiteit aan leerlingen. “De effecten van het groeperen van leerlingen in homogene of heterogene klassen zijn de voorbije decennia bestudeerd in grootschalig onderwijsonderzoek”, zegt Bieke De Fraine Ze is docente bij de onderzoekseenheid Onderwijskunde van de KU Leuven en doet onderzoek naar loopbanen van leerlingen in het basisonderwijs en secundair onderwijs.

“Uit de onderzoeken blijkt dat knappe leerlingen doorgaans beter presteren in een homogene klasgroep. Zwakkere leerlingen presteren daarentegen doorgaans beter in een heterogene klas. Maar verschillende studies stellen ook vast dat het zelfbeeld van sterke leerlingen gunstiger is in een heterogene klasgroep. Voor het zelfbeeld van zwakke leerlingen is een homogene groep dan weer gunstiger. Elke keuze voor de samenstelling van een klas heeft dus voor- en nadelen. Het belangrijkste is dat directies samen met hun leraren een doordachte keuze maken.”

27 augustus 2015

Expert in de kijker:

Katty Fremau, coördinator schoolsport bij Bloso

Naschools sporten: “jong geleerd, is oud gedaan”

Katty Fremau
Kinderen en jongeren krijgen gemiddeld twee uren per week sport op school. “Dat is eigenlijk niet voldoende”, zegt Katty Fremau, coördinator schoolsport bij Bloso. “Daarom is het belangrijk dat kinderen vanaf jonge leeftijd ook naschools aan sport of beweging doen. Dat proberen wij te stimuleren.”

Een gezonde geest in een gezond lichaam

“Samen met de Stichting Vlaams Schoolsport willen wij zo veel mogelijk kinderen en jongeren aan het sporten krijgen. Een gezond lichaam werkt een goede mentale gezondheid in de hand en zorgt ervoor dat de kans op overgewicht afneemt. Zo startten we enkele jaren geleden met de SNS-pas (sport na school) voor jongeren tussen 12 en 18 jaar. Ondertussen kunnen we deze pas in heel Vlaanderen aanbieden. Via deze pas kunnen de jongeren op schooldagen tussen 16 en 18 uur een sport binnen de zone van hun SNS-pas uitproberen. Ze kunnen dus ‘zappen’ tussen verschillende deelnemende sportactiviteiten. Vorig schooljaar maakten er bijna 10.000 jongeren gebruik van de SNS-pas. We zien ook dat 60% van de deelnemers meisjes zijn en 40 % jongens, 30 % van de deelnemers zijn daarnaast nog lid van een sportclub.”

Bewegen moet ‘leuk’ zijn

“Voor kinderen en kleuters hebben we ‘Sportsnac’k en ‘multimove’. Via Sportsnack willen we naschoolse opvang een sportieve twist geven. Dat doen we onder meer door een team leerkrachten te motiveren tot een sportieve invulling van de opvanguren. Scholen krijgen daarvoor ondersteuning vanuit Brede school met sportaanbod. Vorig schooljaar deden scholen uit 81 Vlaamse gemeenten mee aan de sportsnack. Multimove is een programma om kinderen vanaf 3 jaar een breed aanbod aan beweging te bieden, gericht op de ontwikkeling van hun motorische vaardigheden. Het is immers belangrijk om kinderen zo vroeg mogelijk te laten bewegen. Maar het is zeker even belangrijk om dat bewegen leuk te maken, en daar leggen we in Multimove de klemtoon op. Zo leggen de kinderen een goede basis voor de rest van hun sportieve leven.”

Katty Fremau is coördinator schoolsport bij Bloso. Samen met de Stichting Vlaamse Schoolsport promoot en stimuleert ze met haar team kinderen en jongeren om meer te bewegen en te sporten.

8 september 2015

Thema in de kijker: Vluchtelingencrisis

“Vluchtelingen maken deel uit van de globalisering”

Gily Coene
"Vluchtelingen zijn een fenomeen van alle tijden. “Toch worden ze nog te veel beschouwd als een soort afwijking, een probleem dat moet opgelost worden. Daarom is er ook geen structurele aanpak”, zegt doctor in de moraalfilsofie Gily Coene, verbonden aan de VUB. “Migraties zijn er altijd geweest, ze zijn inherent aan hoe onze maatschappij is ontstaan en evolueert. Ze brengen dynamiek in onze samenleving. Ook in de toekomst zullen er grotere migraties zijn, denk maar aan de klimaatvluchtelingen. De opvatting dat migraties moeten ‘opgelost’ worden, staat eigenlijk haaks op het idee van globalisering. Maar die opvatting zorgt er wel voor dat noch ons maatschappelijk systeem, noch ons beleid erop zijn afgestemd.”

“Door de toevlucht van oorlogsvluchtelingen uit Syrië is men momenteel sterk gefocust op het humanitaire aspect van vluchtelingenhulp. Dat is natuurlijk ook wat er nu in eerste instantie moet gebeuren, maar hoe gaat het verder na die eerste humanitaire opvang? Zal men de vluchtelingen zelf ook om hun mening vragen? De meesten van hen hebben een ondernemend karakter en een visie over de toekomst. Waarom zou men daar geen gebruik van maken? Er wordt bijvoorbeeld nu van bovenaf gehamerd op integratie en werkgelegenheid, maar hoe denken de vluchtelingen daar zelf over? Willen ze bijvoorbeeld niet zo snel mogelijk terug naar hun thuisland? Het valt me op dat de stem van de vluchtelingen weinig of niet wordt gehoord in het huidige discours. De vluchtelingenproblematiek zal in elk geval na het eerste humanitaire stadium nog stof bieden tot discussie. Denk maar aan sociale rechten, gezondheidszorg, de genderproblematiek,…”

“Soepeler visumbeleid zou veel vluchtelingen kunnen redden”

Kati Verstrepen1
“Na de eerste humanitaire opvang volgt voor veel vluchtelingen nog een slopende administratieve weg”, zegt ook advocate Kati Verstrepen. Ze is al 27 jaar gespecialiseerd in asiel- en migratierecht en momenteel stafhouder aan de Balie van Antwerpen. “Het is trouwens lang niet zeker dat alle vluchtelingen die tot in België geraakt zijn ook effectief erkend zullen worden als vluchteling of subsidiaire bescherming kunnen krijgen.”

“Mensen van buiten de Europese Unie hebben een visum nodig om naar hier te reizen, maar noch in Afghanistan, noch in Syrië of Irak is een Belgische ambassade om de aanvraag te doen. Wie bijvoorbeeld vanuit Syrië naar België wil, moet eerst naar Beiroet reizen om een visumaanvraag in te dienen in een Belgische ambassade. Doorgaans zal de aanvraag afgewezen worden. Wie gehuwd is met iemand die in België al asiel of subsidiaire bescherming heeft gekregen, kan wel een aanvraag voor een visum gezinshereniging indienen. Die moet echter op de dichtstbijzijnde ambassade worden ingediend. Vaak is dit onmogelijk, omdat de reis te gevaarlijk of te duur is. Wie er toch in slaagt, moet vervolgens terug naar huis keren om te wachten op het antwoord. Dit kan zes maanden duren. Wordt de aanvraag goedgekeurd, dan moet de gevaarlijke reis opnieuw ondernomen worden om het visum te gaan afhalen. Het zou veel efficiënter zijn als Belgische familieleden in België het ‘visum voor gezinshereniging’ in orde kon brengen, zoals dat nu bijvoorbeeld in Nederland al mogelijk is. Door de lange en moeilijke visumprocedure kunnen ook Syriërs met Belgische familie dus bijna niet anders dan clandestien en in gammele bootjes de gevaarlijke reis naar België ondernemen. Jammer dat we die kans laten liggen, het zou volgens mij veel mensenlevens kunnen redden. Voordeel voor België zou trouwens zijn dat de vluchtelingen die hier dan toekomen met een visum al op voorhand gescreend zijn.”

“Veel gelijkenissen met migraties van 100 jaar geleden”

Lien Vloeberghs
Mensen zijn altijd onderweg geweest. Tussen 1873 en 1934 vertrokken bijvoorbeeld zo’n twee miljoen Europeanen vanuit Antwerpen naar de Verenigde Staten en Canada met de Red Star Line. Lien Vloeberghs, historisch onderzoekster in het Red Star Line Museum: “Er zitten veel gelijkenissen in de migratieverhalen van honderd jaar geleden en vandaag. De belangrijkste motieven zijn nog steeds oorlog en de zoektocht naar een waardig bestaan en goed werk. De moeilijkheden van afscheid nemen, problemen onderweg en in het nieuwe land, zijn ook nog vaak dezelfde. Vrouwen die alleen reizen, zijn nog steeds kwetsbaar voor dezelfde gevaren. Migranten hadden toen contact met familie via brieven, vandaag gebeurt dat via Skype en Facebook. Honderd jaar geleden schreven Belgen, Russen en Duitsers naar huis hoe familieleden best de oversteek naar Amerika konden maken, waar ze voor moesten opletten, hoe ze grenzen konden oversteken, en wat ze best verzwegen tegen overheidsbeambten. Vandaag worden dergelijke berichten verspreid via sociale media op het internet.”

21 september 2015

Expert in de kijker:

Ann Baeke, personal coach bij Natural Leadership

“Natuurlijk leiderschap wakkert het engagement bij werknemers aan”

Ann Baeke
Ann Baeke heeft meer dan 15 jaar professionele management- en communicatie-ervaring. Vanuit haar bedrijf Natural Leadership begeleidt ze als gecertificeerd personal coach leidinggevenden in hun persoonlijk leiderschap en coacht ze organisaties bij het neerzetten van een engagementscultuur.

Engagementscultuur

“Mensen verlangen steeds vaker dat wat ze doen ertoe doet. Ook op het werk. Ze willen dat de zin en de waarden van de onderneming waarvoor ze werken hun eigen zingeving aanvult. Om talent aan te trekken en te behouden, zullen ondernemingen aandachtig moeten zijn voor wat werknemers echt motiveert: zinvol bezig zijn. Werknemers die zichzelf zijn en goed in hun vel zitten, werken actief mee aan een engagementscultuur. En dat biedt grote voordelen. Geëngageerde medewerkers genereren bijvoorbeeld maar liefst 43% meer omzet dan niet-geëngageerden. Organisaties met hoge engagementscores noteren dan ook gemiddeld 33% hogere winstgevendheid; 45% meer productiviteit en 66% minder uitval door ziekte.”

“Om een dergelijke cultuur in een organisatie te realiseren, heb je leiders nodig die op een natuurlijke manier leiding geven. Connecteren, zelfreflectie, mededogen en kwetsbaarheid zijn daarbij de sleutelwoorden. De eigenschappen die je als leidinggevende nodig hebt om je mensen mee te krijgen in verandering, zitten in elk van ons. De vraag is niet of je de juiste kwaliteiten hebt, de vraag is in welke mate je ze durft aan te wenden. Natuurlijk leiders laten los wie ze denken dat ze moeten zijn en omarmen wie ze werkelijk zijn. Het is iets dat iedereen in zich heeft, maar slechts weinigen durven het naar buiten brengen. Er zijn er enkele zoals bv Wouter Torfs, Fons Leroy, … die dat wel doen, en met succes. Er is zeker nog veel werk aan de winkel, 80 % van de werkende Belgen is niet graag op zijn werk…”

12 oktober 2015

Thema in de kijker: diabetes

Geneesmiddelen voor diabetes worden beter, maar de ziekte verspreidt zich nu ook in lageloonlanden

Betere geneesmiddelen

Chantal Mathieu
“Wereldwijd lijden bijna 400 miljoen mensen aan diabetes type 2, de diabetes-vorm waarin niet alleen erfelijkheid maar ook zwaarlijvigheid en een gebrek aan lichaamsbeweging een belangrijke rol spelen. “Het aantal patiënten neemt nog altijd sterk toe,” zegt prof. Dr. Chantal Mathieu (KU Leuven), “maar gelukkig worden ook de medicijnen beter. De grote revolutie kwam met de ‘incretine-gebaseerde’ therapieën, met name de DPP4-inhibitoren (oraal) en GLP1-receptor-agonisten. Deze producten geven een mooie glycemiedaling, zorgen niet voor een gewichtstoename en in het geval van de GLP1-receptor-agonisten zelfs voor een gewichtsverlies. Maar vooral is er geen of een zeer beperkt risico op hypoglycemie. De nevenwerkingen zijn beperkt, maar de producten zijn vrij duur. De meest besproken klasse nieuwe geneesmiddelen zijn de SGLT2-inhibitoren, die ervoor zorgen dat glucose in de nier niet kan worden heropgenomen, waardoor de patiënten het teveel aan glucose dus uitplassen. Dat betekent een daling van de bloedsuiker, maar zonder dat er gevaar is voor hypoglycemie. Gezien er glucose verloren gaat, gaan er ook calorieën verloren, met gewichtsverlies als gevolg. Dat is positief, ook al is er een verhoogde kans op genitale infecties. Bovendien werd in een recente studie aangetoond dat bij personen met vooraf bestaand cardiovasculair lijden, deze SGLT2-inhibitoren de mortaliteit konden doen dalen met ruim 30%.”

Ook in lageloonlanden

Josefien Van Olmen
Diabetes werd lang beschouwd als een welzijnsziekte, maar de jongste jaren zet deze vorm zich ook door in lageloonlanden. “Er zijn voldoende aanwijzingen dat er andere subtypes diabetes bestaan, onder meer in sub-Sahara Afrika. Het oude onderscheid tussen alleen type 1 en 2 voldoet niet meer, er zijn inmiddels ook andere vormen, zoals LADA-diabetes en MODY-diabetes. De term welzijnsziekte is dus niet geheel terecht. Juist arme mensen worden extra getroffen door deze golf van diabetes,” aldus Josefien van Olmen van het Instituut voor Tropische Geneeskunde. “Vooral in de verstedelijkte gebieden zijn er veel mensen die werken, lang onderweg zijn van werk naar huis, bijvoorbeeld met het openbaar vervoer. Ook de eetgewoonten veranderen: ze eten minder groenten, minder zelfbereid voedsel, eten ‘snack varianten’ langs de kant van de weg, … Ook is er minder tijd en gelegenheid voor lichaamsbeweging: mensen gebruiken het openbaar vervoer, er is geen veilige fietsroute, er zijn geen of te duren sportfaciliteiten.” Ten slotte zijn in die landen de nieuwe generaties geneesmiddelen ook nog niet beschikbaar. Of als ze er zijn, zijn ze veel te duur.

12 november 2015

Expert in de kijker: Vera Smets, financieel experte en bedrijfsleidster van Fincover


“Financiële begrippen en processen verstaanbaar maken is mijn dagelijkse missie”

Vera Smets
Financiële begrippen en processen op een eenvoudige manier voorstellen, voor velen is het een uitdaging, maar voor Vera Smets is het dagelijkse kost. Ze runt als financieel experte al sinds 1995 haar eigen bedrijf Fincover. Vera Smets: “Financiële begrippen vertalen naar ‘mensentaal’, dat is al 20 jaar mijn passie en mijn job. Ik onthul met plezier de geheimen van het financiële denken. Dat doe ik via opleidingen, webinars, e-learning,… Met wat ik doe, vorm ik een brug tussen financiële en niet-financiële werknemers in bedrijven. Ik werk vooral voor bedrijven in België, maar ook in Europa en in de rest van de wereld. Mijn motto: Finance is fun!” Vera ‘ademt’ financiën en gebruikt haar expertise ook graag om een breder publiek wegwijs te maken in financiële begrippen. Zo is ze een regelmatige gast in het tv-programma ‘De Afspraak’ op Canvas

2 december 2015

Thema in de kijker: Pensioenregeling bij overlijden, scheiding of een internationale carrière

Op welk pensioen heeft u recht? Voor veel mensen een vraag waar ze niet meteen een antwoord op hebben. Voor wie te maken krijgt met een echtscheiding, een overlijden of een internationale loopbaan zijn de regels bovendien niet altijd eenduidig. Professor Nan Torfs en advocate Chantal Hendrickx lichten toe.

Nan Torfs: “Eén pensioenregeling voor gehuwden en samenwonenden?”

In de huidige maatschappij maken de pensioenrechten van het wettelijk pensioen, het aanvullend pensioen en de individuele schema’s een groot deel uit van de rijkdom. Bij een scheiding of een overlijden gelden verschillende regels die bepalen of de partners recht hebben op een deel van de pensioenrechten, naargelang de samenlevingsvorm. Professor in de rechten Nan Torfs: “De rechten rond pensioenregelingen zijn voortdurend in evolutie. Het lijkt discriminerend om een afwijkende pensioenregeling te hebben naargelang de samenlevingsvorm, zoals dat nu in België het geval is. Zo kent men in ons land niet ‘de samenwonende partner’, hoe duurzaam de relatie ook was. Maar is het wel aangewezen om één regeling te hanteren voor alle partners, ongeacht of ze gehuwd zijn of niet, en ongeacht het huwelijksvermogensstelsel? De meningen daarover zijn verdeeld. Het loont wel de moeite om te kijken naar hoe andere landen een antwoord geven op de problematiek. Nederland is bijvoorbeeld interessant: daar is men geëvolueerd van een huwelijksvermogensrechtelijke benadering naar een eigen, op zichzelf bestaande regeling. Er is in elk geval veel rechtspraak rond deze materie, en er liggen ook nieuwe wetsvoorstellen op tafel. Zo wil men bijvoorbeeld bij wet strenger zijn dan de huidige rechtspraak en wil men de pensioenrechten beperken tot de titularis ervan, zonder de partner van de titularis er rechten op te geven.”

Chantal Hendrickx: “Aanvullende pensioenopbouw voor internationale werknemers verschilt sterk binnen de Europese landen”

Chantal Hendrickx
Werknemers met een internationale carrière bouwen - naast een wettelijk pensioen - soms in elk land een aanvullend pensioen op. Maar omdat aanvullend pensioen op het raakvlak ligt van arbeidsrecht, sociale zekerheid, fiscaal recht en verzekeringsrecht is de regelgeving zeer complex en niet altijd op elkaar afgestemd. “Er zijn natuurlijk Europese richtlijnen die deze materie regelen, zoals de richtlijn 2003/41/EG van 3 juni 2003 en de richtlijn 98/49/EG van 29 juni 1998. Maar toch zijn er nog veel pijnpunten, zegt advocate Chantal Hendrickx van Vandendijk & Partners. “Omdat er zo veel verschillen zijn, zijn er in de praktijk veel problemen voor de aanvullende pensioenopbouw van internationaal mobiele werknemers. Momenteel verschilt bijvoorbeeld de fiscale behandeling van de opbouw en de uitkering van de aanvullende pensioenen in de verschillende lidstaten van Europa. Sommige landen belasten de opbouw van het pensioen, andere de uitkering . Bovendien is in sommige landen een kapitaalsuitkering mogelijk terwijl in andere landen verplicht een rente uitgekeerd moet worden. In de nieuwe dubbelbelastingverdragen zien we ook een tendens om de heffingsbevoegdheid van pensioenen eerder aan de bronstaat toe te kennen dan aan de woonstaat.” In de Belgische wetgeving rond aanvullende pensioenen zijn trouwens ingrijpende wijzigingen op til. Zo wordt verwacht dat in de eindejaarswetten de rendementsgarantie en het tijdstip waarop de aanvullende pensioenen mogen worden uitgekeerd, gewijzigd zullen worden.”

21 december 2015

Expert in de kijker: Francesco Contino, onderzoeker nieuwe brandstoffen


“Een nieuwe generatie brandstoffen is op komst”

Francesco Contino
Professor Francesco Contino doet onderzoek naar de ontwikkeling van flexibele, energie-efficiënte en niet-vervuilende technologie voor de omzetting van energie. Francesco Contino: “De impact van niet-conventionele brandstoffen is essentieel in de huidige energie-context. Daarom werk ik mee aan de nieuwe generatie brandstoffen geproduceerd uit afval of lignocellulose. Er zijn veel alternatieve brandstoffen. De meest gekende is waterstof (H2) maar in het context van CO2-afvang kunnen we ook methaan, methanol, en meer complexe brandstoffen produceren.” In zijn onderzoeken spitst professor Contino zich toe op CFD-simulatie van de interne verbrandingsmotor, vervuilende emissies van voertuigen, en het gebruik van niet-conventionele brandstoffen. “Ik heb nu een project lopen waarin we onderzoeken hoe we duurzame energie kunnen opslaan via brandstof. In de toekomst zal hernieuwbaar energie steeds aan belang winnen, en zullen we tijdens de zomer energie opslaan en in de winter teruggeven.”

Vernieuwende reductiemethode

Francenso Contino is docent toegepaste mechanica aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn doctoraat behandelde biobrandstoffen en numerische simulaties in motoren. Aan de Université d'Orléansop werkte Francesco Contino aan een project rond biobrandstoffen afkomstig van hout. In samenwerking met de Politecnico di Milano ontwikkelde hij ook een vernieuwende reductiemethode waardoor het verbrandingsproces beter beschreven kan worden. Hij is daarnaast lid van de raad van bestuur van de Belgische Automotive Engineers (www.ubia.be) en secretaris van de Belgische afdeling van de Combustion Institute (www.combustioninstitute.org).

11 januari 2016

Thema in de kijker: Wereldkankerdag

Het wetenschappelijk onderzoek naar de behandeling en opsporing van kanker is zeer sterk in evolutie.

“Veel onderzoek naar meer doelgerichte behandelingen voor kanker”

Vanessa Deschoolmeester
De standaardbehandeling van kanker bestaat nog steeds uit het chirurgisch verwijderen van de tumor, vaak gecombineerd met chemotherapie of radiotherapie. Maar deze standaardaanpak blijft op sommige vlakken nadelig. “Het is alsof we met een kanon op de kankercellen schieten, waarbij de normale gezonde cellen de “collateral damage” oplopen”, zegt Vanessa Deschoolmeester van het Centrum voor Oncologisch Onderzoek (CORE). “In ons Centrum voor Oncologisch Onderzoek zijn we dagelijks bezig met onderzoek naar nieuwe behandelingen. Dankzij betere inzichten in het ontsporen van een cel tot een kankercel staan we daarin steeds sterker. Er werd een soort ‘scherpschutters’ ontwikkeld die enkel de kankercellen aanvallen en de gezonde cellen ongemoeid laten. Deze doelgerichte therapieën betekenen een belangrijk doorbraak. Ze bestaan zowel uit monoklonale antilichamen als uit inhibitoren die inwerken op specifieke moleculen die zich enkel op de kankercellen bevinden of daar in verhoogde mate aanwezig zijn. Daarnaast wordt er momenteel ook veel onderzoek gedaan naar immunotherapie waarbij ons eigen afweersysteem gestimuleerd wordt om de kankercellen aan te vallen of waarbij de mechanismen waarmee de kankercellen zich verstoppen voor ons immuunsysteem geblokkeerd worden. Om deze doelgerichte therapieën aan de juiste patiënten te kunnen toedienen, is het opsporen van nieuwe biomerkers zeer belangrijk. Er gebeurt vandaag veel onderzoek om na te gaan of deze biomerkers in het bloed getraceerd kunnen worden, zowel voor de diagnose als de behandeling.”

“Steeds meer erfelijke kankergenen worden geïdentificeerd”

Bettina Blaumeiser
De laatste jaren krijgt de wetenschap steeds meer vat op de erfelijkheid van kanker. Men staat op dit vlak al het verst bij borstkanker. Professor Dr. Bettina Blaumeiser van het Centrum Medische Genetica in Antwerpen: “Ongeveer 10 % van de borstkankers is erfelijk. Vrouwen die drager zijn van het borstkankergen BRCA 1 of 2 hebben zo’n 80 % kans om borstkanker te krijgen. Er is dan ook een verhoogd risico op eierstokkanker, zo’n 10 tot 20 %. Maar het is misschien minder bekend dat er de voorbije jaren ook andere genen geïdentificeerd werden die (borst)kanker kunnen veroorzaken. Zo weten we al dat bijvoorbeeld het gen TP53 en CHEK2 ook het risico op borstkanker vergroot. Pas sinds dit jaar worden ook die andere kankergenen onderzocht bij genetische screenings, in de zogenaamde ‘gene panels’. Maar omdat we nog niet van al die genen weten of ze effectief een risico vormen en hoe je er preventief kan tegen optreden, worden niet alle metingen doorgegeven aan de patiënt. We gebruiken ze wel voor onderzoek. Alleen de informatie waarover we zeker zijn, wordt meegedeeld. De 8 Belgische genetische centra hebben samen afgesproken welke ‘gene panels’ voortaan onderzocht worden bij genetische screenings, zodat ze overal in ons land gelijk lopen. Het gaat om een pallet van in totaal 5 genen. ”

28 januari 2016

Thema in de kijker: Vakantiesalon

Van 4 tot 8 februari is het jaarlijks vakantiesalon weer te gast in Brussels Expo. Hoe gaan Vlamingen vandaag graag met vakantie? Wat zijn de trends?

“Belevingstoerisme en duurzaam transport zitten in de lift”

Noël Salazar
“Het aantal toeristen neemt nog jaarlijks toe. De meesten vinden het niet leuk om dicht opeengepakt op dezelfde plaats te ‘ontspannen’. Logisch dus, dat het aanbod aan bestemmingen en soorten vakanties blijft groeien”, zegt sociaal-cultureel antropoloog Noël Salazar. “Omdat het aanbod zo divers is, is het ook moeilijker om grote trends te identificeren. Traditionele strandvakanties of culturele routes blijven een groot aandeel van de toeristen lokken. Maar daarnaast zijn er ook steeds meer uiteenlopende alternatieven. Die zijn vooral in trek bij ‘veelreizers’ die focussen op belevingstoerisme. Zij zijn meestal op zoek naar een unieke ervaring , maar sommigen pakken ook graag uit bij vrienden, familie en buren. Wat nog opvalt is dat steeds meer mensen aandacht besteden aan de manier van reizen van en naar een bestemming of tussen bestemmingen. Deze nieuwe manier van reizen heeft te maken met reflecties over duurzaamheid maar ook met nostalgie naar oudere, tragere vormen van transport. Men kiest bijgevolg niet alleen steeds vaker voor duurzame transportmiddelen ter plaatse, maar ook ‘onderweg’.”

“Reizigers stellen graag zelf hun reis samen”

Claudine Huyghe
“Reizigers nemen vandaag graag zelf het heft in handen”. Dat zegt Claudine Huyghe, reisbegeleidster van culturele reizen. “De mensen vergelijken graag en vaak prijzen. Niet alleen van pakketten, maar ook van solo trips. Ze zijn constant op zoek naar nieuwe bestemmingen en boeken steeds later. De reiziger anno 2016 timmert bij voorkeur zijn reis zelf in elkaar. Daarvoor gebruikt men vooral sociale media en professionele sites. Eens op de bestemming, wil hij of zij ook liever met rust gelaten worden. Via allerlei e-tools vinden vakantiegangers vandaag gemakkelijk tips voor leuke uitstappen: ze springen op de fiets, stappen er met hun kroost op uit en koken steeds vaker zelf.”

2 februari 2016

Expert in de kijker: Els Moens (musicologe)

“Klassieke muziek moet steeds vaker aan andere verwachtingen voldoen” Ligt de toekomst van klassieke muziek in de post-moderne samenleving achter ons? “Neen” zegt Els Moens, musicologe en artiestenmanager bij "Els & the Artists. “Maar er is wel een tendens naar nieuwe concertformules en versmelting met andere genres en disciplines.”

Naam Expert
“Ik zie klassieke muziek meer en meer in twee richtingen evolueren”, zegt musicologe Els Moens. “Enerzijds geloof ik dat het klassieke concert en de klassieke muziek zoals we dit kennen zal blijven bestaan. Klassieke muziek maakt deel uit van ons cultureel erfgoed. Klassieke concerten zullen naar mijn mening ook blijven bezocht worden, zoals men een belangrijk monument blijft bezoeken. Maar aan de andere kant zijn er ook grote veranderingen en vernieuwing gaande in deze sector. Er is een versmelting met andere genres en disciplines, er ontstaan nieuwe concertformules en de verwachtingen van publiek en programmatoren liggen steeds hoger. Tegenwoordig volstaat het niet meer dat je als artiest uitstekend je instrument kan bespelen, je moet jezelf ook goed kunnen verkopen, kunnen communiceren met het publiek, je moet een verhaal te vertellen hebben, zeer creatief en vernieuwend met de materie kunnen omgaan. Daarin ligt een grote uitdaging voor artiesten en componisten, maar ook voor het muziekonderwijs. Een opmerkelijke tendens is ook dat er meer en meer initiatieven zijn om buiten de concertzaal te treden, denk aan buurtconcerten, concerten op alternatieve plaatsen en concerten waaraan scholen kunnen participeren. Een cruciale rol is weggelegd voor het onderwijs, waar kinderen en jongeren het onderscheid moeten leren maken tussen commerciële muziek en kwaliteitsmuziek, of dat nu klassiek, jazz, wereldmuziek of andere is.”

16 februari 2016

Thema in de kijker: Batibouw

Batibouw trekt jaarlijks vele duizenden bezoekers. Duurzaam bouwen is een duidelijke trend, maar voor duurzame renovatie is er nog veel groeipotentieel. En hoe betaalbaar is wonen in Vlaanderen vandaag eigenlijk nog?

“Nog veel groeipotentieel voor duurzaam renoveren”

Griet Verbeeck
Vanaf 1 januari 2021 moet nieuwbouw minstens aan de BEN-normen (BEN = bijna energieneutraal) voldoen. “Maar ook vandaag al merken we meer interesse voor duurzaam bouwen”, zegt Griet Verbeeck, hoofddocent aan de faculteit Architectuur en Kunst van de Universiteit Hasselt. “Elk jaar zijn er meer particulieren die een BEN-woning bouwen.” Voor duurzame renovaties groeit de interesse minder snel. “Nochtans kampen onze oude woningen veel meer dan de nieuwe met een te hoog energieverbruik. Duurzaam verbouwen heeft dus zeker nog groeipotentieel, en daar wordt ook op ingezet. Zo focust de overheid meer en meer op het beslissingsproces voor renovaties. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de premies vandaag hoger liggen voor gecombineerde ingrepen dan voor aparte maatregelen. Men ging er in het verleden vaak van uit dat enkel het financiële aspect een drempel is om niet energetisch te renoveren, maar de realiteit blijkt veel complexer. Mensen denken soms te snel dat hun woning redelijk energiezuinig is. Ze weten vaak ook niet waar ze betrouwbaar advies kunnen inwinnen en ze zien op tegen de rompslomp van een renovatie. Van haar kant ontwikkelt de bouwsector steeds goedkopere manieren om te renoveren, zoals prefaboplossingen. Er zijn ook initiatieven om via groepsaankopen en collectieve renovaties mensen te overtuigen of om 'one-stop-renovatieshops' op te richten, die mensen begeleiden tijdens het volledige renovatieproces. Duurzaam bouwen wordt vandaag ook nog grotendeels geassocieerd met energiezuinig bouwen, maar eigenlijk komt er veel meer bij kijken. Zo is het een interessante piste om renovaties voor levenslang wonen te combineren met energiezuinigheid. De Belgische overheid denkt ook na over een wetgeving rond duurzaam materiaalgebruik, zoals er nu al in Nederland bestaat. Architecten moeten daar bij elk nieuw gebouw de milieu-impact berekenen. Zowel bouwheren als architecten staan er immers nog te weinig bij stil hoeveel materiaal er in een gebouw kruipt, terwijl de grondstoffen wel degelijk eindig zijn.”

Hoe betaalbaar is wonen nog in Vlaanderen?

Sien Winters
“Eerst en vooral is het belangrijk om niet alleen naar de woningprijzen te kijken voor een antwoord op deze vraag. Hogere woningprijzen betekenen niet noodzakelijk hogere woonuitgaven”, zegt Sien Winters van het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA) aan de KULeuven. “Ook de intrestvoet en de looptijd van de lening zijn bepalend. Bovendien betekent een hogere uitgave niet noodzakelijk een verminderde betaalbaarheid wanneer die gepaard gaat met een gestegen inkomen. Om de betaalbaarheid te beoordelen, moeten we dus de relatie leggen tussen uitgaven voor wonen en inkomen. Als we kijken naar het aandeel huishoudens dat meer dan 30% van het inkomen betaalt voor de huur of afbetaling van de woonlening, dan zijn de betaalbaarheidsproblemen globaal toegenomen van 13% in 2005 naar 20% in 2013. Het meest opvallend is de toename van de betaalbaarheidsproblemen op de private huurmarkt. In 2013 betaalde bijvoorbeeld meer dan één op twee private huurders (52%) meer dan 30% van het inkomen aan huur. In 2005 was dit 39%. Ook bij eigenaars die nog een woning afbetalen namen de betaalbaarheidsproblemen toe: van 17% in 2005 naar 27% in 2013. Het voordeel van de woonbonus is hierin niet mee verrekend. Een andere methode om betaalbaarheidsproblemen te beoordelen is nagaan of het inkomen dat overblijft na betaling van de woonuitgaven volstaat om de noodzakelijke dagelijkse uitgaven te doen om menswaardig te leven. Als we zo meten, dan zijn de betaalbaarheidsproblemen globaal niet gewijzigd en bedragen ze 14%, zowel in 2005 als in 2013.”

23 februari 2016

Expert in de kijker: Karin Kustermans (zelfstandig jeugdboekenrecensent en leesbevorderaar)

Van 5 tot 20 maart is het Jeugdboekenweek. “De vraag of kinderen en jongeren van vandaag nog genoeg lezen, stelden we ons decennia geleden ook al” zegt Karin Kustermans. “Maar feit is dat boeken het vandaag moeten afleggen tegen de nieuwe media, zeker bij kinderen vanaf 11 jaar.”

“Kinder- en jeugdboeken zijn vandaag zeer trendgevoelig”

Karin Kustermans
Precieze cijfers over hoeveel kinderen in Vlaanderen vandaag nog lezen, zijn er niet. “In 2014 was er wel een onderzoek naar leesgedrag en vrijetijdsbesteding van Vlaamse jongeren tussen 9 en 12 jaar. Daaruit bleek dat vier op de 10 kinderen lezen tot zijn of haar favoriete bezigheden rekent. Eén op de 10 leest (bijna) dagelijks. Graag lezen is voor de meeste kinderen wel synoniem voor graag strips lezen”, zegt zelfstandig jeugdboekenrecensent en leesbevorderaar Karin Kustermans. Karin is ook ex-hoofdredacteur van Leesgoed, een blad over kinderliteratuur en leesbevordering. “De tijd die wordt besteed aan lezen neemt wel fors af rond de leeftijd van 11 jaar, wanneer kinderen meer nieuwe media gebruiken. Ook bij de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen (een boekenjury van kinderen tussen de 4 en de 16 jaar) zien we dat de interesse afneemt met de leeftijd. In de drie jongste leeftijdsgroepen, tot 10 jaar, deden vorig jaar steeds meer dan 1.500 kinderen mee. Tussen 10 en 12 zakte dat tot 1.253, maar bij 12 tot 14 jaar en 14 tot 16 jaar waren er respectievelijk 375 en 193 deelnemers. Tegelijk blijft het mooi dat 6.475 kinderen en jongeren in hun vrije tijd deelnamen aan zo'n intensief leesproject.”

“Het aanbod van kinderboeken lijkt soms minder gevarieerd dan vroeger. In de bestsellerlijsten verschijnen immers steevast eenzelfde soort boeken. Dat komt vooral omdat dat de kinderliteratuur de afgelopen twee decennia bijzonder trend- en hypegevoelig geworden is. Steeds vaker wordt geprobeerd het succes van bestsellers te kopiëren door soortgelijke boeken uit te geven. De stroom aan fantasyboeken hebben we bijvoorbeeld aan Harry Potter te danken. Op eenzelfde manier zette Geronimo Stilton de deur open voor kinderboeken die spelen met de bladspiegel en de hoeveelheid tekst op een bladzijde sterk herleidden. En zo krijg je algauw de indruk dat er maar weinig variatie is. Maar ze is er wel degelijk. Een goed kinderboek is een ‘rijk’ boek. Die rijkdom kan in de inhoud zitten, of in de taal, of in een filosofisch laagje...”

7 maart 2016

Thema in de kijker: Gezonder leven

Wie gezonder wil leven, combineert vaak sport met gezonde voeding. Dertig minuten per dag aan matige intensiteit bewegen levert al een gezondheidsvoordeel op.

“De juiste keuzes maken en discipline tonen”

Ria Vanderstraeten
“Tegelijkertijd overstappen naar gezond eten én meer bewegen is voor velen hooggegrepen. Gedragsverandering of beter het behouden van gedragsverandering is vaak het moeilijkst”, zegt Ria Vanderstraeten, sportdiëtist en specialist social marketing. “Het gaat er eigenlijk ook niet om hoe lang men iets volhoudt, maar of men z’n doelstelling bereikt. Haalbare doelstellingen zijn een belangrijke voorwaarde om te slagen. Liefst zo specifiek mogelijk, meetbaar, aanvaardbaar, realistisch, tijdsgebonden en ook nog leuk. Een gezond gewicht of een gezonde levensstijl bereiken is geen hogere wiskunde. Het is een kwestie van de juiste keuzes maken en discipline. De essentie is samen te vatten in twee aanbevelingen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: zorg voor een gevarieerde functionele voeding en beweeg of sport regelmatig. Diëten is een verkeerd woord, het gaat om functioneel eten. Functioneel eten wil zeggen enkel die voedingsstoffen gebruiken die het lichaam nodig heeft. Ga niet voor te veel maar voor juist gepast. Kies de voedingsmiddelen die aanbrengen wat je nodig hebt om goed te functioneren en je vitaal te voelen en gezond te zijn. Een (sport)diëtist kan daarbij helpen. Als men goed weet waarom men zijn of haar gedrag verandert, is het gemakkelijker om te kiezen en er helemaal voor te gaan. Dat geldt niet alleen voor eten, maar ook voor bewegen. Starten met bewegen is het moeilijkst. Eens je op regelmatige basis beweegt, voel je je beter en ga je er vanzelf tijd voor vrijmaken.”

“10.000 stappen per dag brengen al gezondheidsvoordeel op”

Annelies Vandenberghe
Het gebrek aan beweging is wereldwijd een even grote doodsoorzaak als roken en zou verantwoordelijk zijn voor 5,3 miljoen sterftes op een totaal van 57 miljoen. “Wie te weinig beweegt, maakt inderdaad meer kans om hartziekten, diabetes of sommige kankers te ontwikkelen”, zegt Annelies Vandenberghe, stafmedewerker ‘Beweging’ bij het Vlaamse Instutuut voor gezondheidspromotie en Ziektepreventie (VIGeZ). Voor België en de VS zien we dat 7 tot bijna 13% van deze aandoeningen en sterftecijfer te wijten is aan een gebrek aan beweging. In niet-Westerse landen zoals India en Kenia ligt dit percentage vaak lager, wat de invloed van de modernisering en automatisering op beweging bevestigt. Dagelijks meer bewegen heeft dus onmiskenbaar een gunstig effect op je gezondheid. Maar dat betekent niet noodzakelijk dat je intensief moet sporten om gezondheidsvoordeel te behalen. Een matige inspanning waardoor je iets sneller en dieper gaat ademhalen gedurende minstens 30 minuten per dag is al voldoende om resultaat te behalen. Dat komt overeen met dagelijks 10.000 stappen zetten. Een ander probleem in onze huidige levensstijl is ‘sedentair gedrag’. De term ‘sedentair gedrag’ omvat alle activiteiten die we in zittende of liggende houding uitvoeren. Vlaams kleuters, kinderen, jongeren en volwassen zijn 50% tot 85% van hun dag sedentair, slapen niet inbegrepen. Kleuters, kinderen en jongeren zitten gemiddeld 6 tot 9,5 uur per dag , volwassenen gemiddeld 8,3 uur per dag. Ook wie aan de bewegingsnorm voldoet (30 minuten per dag aan matige intensteit bewegen), kan wel nog een sedentair leven leiden. En ook dat brengt gezondheidsrisico’s met zich mee.”

20 april 2016

Thema in de kijker: Sociale verkiezingen

In mei vinden nieuwe sociale verkiezingen plaats. Duizenden werknemers kiezen dan wie hen de komende vier jaar zal vertegenwoordigen in comités voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) en in ondernemingsraden.

Leen Holvoet
Leen Holvoet, advocate gespecialiseerd in arbeidsrecht schetst het juridisch kader: “Ondernemingen die minstens 50 werknemers tellen, moeten sociale verkiezingen organiseren voor de werknemersvertegenwoordigers van een CPBW. Vanaf 100 werknemers moet men ook verkiezingen voor een ondernemingsraad organiseren. Alle werknemers die op de datum van de verkiezingen minstens drie maanden in de onderneming werken, mogen stemmen. Bepaalde werknemers, zoals de zogenaamde leidinggevenden, mogen dat niet. Om kandidaat te kunnen zijn moeten werknemers aan een aantal voorwaarden voldoen. Ze moeten onder meer voorgedragen worden door de representatieve werknemersorganisaties, m.a.w. ABVV, ACLVB en ACV. Enkel als er een aparte lijst van kaderleden is, kunnen de kaderleden (en enkel zij) buiten deze traditionele vakbonden om kandidaat zijn.”

“Ook de werkgever krijgt veel terug”

Abderrazak El-Omari
Maar wat is het nut van sociale verkiezingen? We vragen het aan Abderrazak El-Omari. Hij is jurist gespecialiseerd in arbeidsrecht en heeft in 2008 en 2012 de sociale verkiezingen bij zijn toenmalige werkgever georganiseerd. “Ondernemingsraad en CPBW zijn samen met de syndicale afvaardiging organen waar werkgevers- en werknemersvertegenwoordiging elkaar ontmoeten. Voor het personeel heeft dit gestructureerd sociaal overleg het voordeel dat de inspraak wettelijk geregeld is en niet geweigerd kan worden. Daarnaast komen de werknemers verenigd aan tafel en worden zij ondersteund door professionelen. Maar ook de werkgever krijgt veel terug voor de tijd, energie en het geld die hij in de sociale verkiezingen en het sociaal overleg investeert. Bezorgdheden en ongenoegens bij het personeel worden via deze kanalen besproken en ontmijnd. Zonder deze organen zou elk individueel probleem met de individuele werknemer overlegd moeten worden. Daarnaast appreciëren werknemers deze inspraak, wat de motivatie ten goede komt.” El-Omari besluit: “Een goed georganiseerd sociaal overleg heeft dus alleen maar voordelen. De sociale verkiezingen zijn de aanloop naar dat overleg. Oproep aan de werkgevers: ga hier constructief mee om! Oproep aan de werknemers: neem deel aan de stemming!”

“De tijd is rijp voor een modernisering”

Ria Matthijssens
Volgens Ria Matthijssens van BDO Legal is de tijd rijp voor een modernisering van de sociale verkiezingen en het sociaal overleg. “Waarom maken we geen gebruik maken van de huidige IT-infrastructuur om de sociale verkiezingen eenvoudiger en toegankelijker te maken? Zo zou het perfect mogelijk zijn om elektronisch te stemmen vanop je pc thuis. Ook de organisatie van het sociaal overleg kan beter: de huishoudelijke reglementen voor ondernemingsraden dateren van de helft van de vorige eeuw. Intussen is er veel veranderd, zowel op vlak van het sociale klimaat als dat van de infrastructuur. Bedrijven en werknemersvertegenwoordigers moeten nu creatief omspringen met regels over e-mails, intranet en dergelijke. Nieuwe spelregels, aangepast aan de 21ste eeuw, zouden meer dan welkom zijn!”

3 mei 2016

Expert in de kijker: Ann Ackaert (Vakgroep Informatietechnologie)

“Co-creatie en innovatie staan centraal in Home- en Officelab”

Ann Ackaert
Ann Ackaert is doctor in de Toegepaste Wetenschappen en medewerkster in de Vakgroep Informatietechnologie aan de Universiteit van Gent. Ze is gespecialiseerd in ICT-innovatie en co-creatie, voornamelijk binnen de zorgsector. Ann Ackaert: “Momenteel zijn we binnen de Vakgroep Informatietechnologie vooral bezig met de uitrol van ons Homelab en Officelab die later dit jaar gelanceerd worden. Homelab is een experimentele omgeving in een reëel huis op de technologiecampus in Zwijnaarde. Daar willen we samen met eindgebruikers en bedrijven uit verschillende sectoren met een link naar de zorgsector aan co-creatie doen. Het is een plaats om te experimenteren en samen oplossingen te bedenken voor technologische vraagstukken in de thuiszorg, mantelzorg, ouderenzorg, … Ook ziekenhuizen en eindgebruikers in de zorg zullen mee kunnen experimenteren. Het Officelab is vooral toegespitst op het bedrijfsleven. Het fysieke Officelab situeert zich op vier verdiepingen in het iGent kantoorgebouw van onze universiteitscampus. Binnenkort testen we er zelf verschillende soorten technologische toepassingen uit, zoals vernieuwende sensoren, testen van luchtkwaliteit,reële bezettingsgraad van vergaderzalen,… Onze toepassingen doen op het eerste gezicht misschien denken aan ‘Living Tomorrow’, maar onze labs zijn experimenteler opgevat. De klemtoon ligt op innovatie en co-creatie samen met andere partijen, afgewerkte producten zijn er dus minder te vinden.”

13 mei 2016

Thema in de kijker: Klimaatverandering

Dat het klimaat momenteel grote veranderingen ondergaat onder invloed van de uitstoot van broeikasgassen door de mens, is bekend. Ook op de oceaan heeft klimaatverandering een alarmerend effect.

“Stijging zeespiegel kan dramatische gevolgen hebben”

Mieke Sterken
Mieke Sterken van het Vlaams Instituut voor de Zee: ‘De meest directe (en meest bekende) invloed van de klimaatverandering op de zee is de stijging van de zeespiegel. In de periode 1961-2003 steeg de zeespiegel wereldwijd met 1,8 mm/jaar, een stijging die nog versnelde tussen 1993 en 2003 (3,1 mm/jaar). Die stijging wordt grotendeels veroorzaakt door de uitzetting van het zeewater (ten gevolge van het opwarmen van het water), maar een groot deel is ook te wijten aan het afsmelten van gletsjers en poolijskappen. Het stijgen van de zeespiegel kan dramatische gevolgen hebben voor de vele dichtbevolkte laaggelegen gebieden in de wereld. Denk aan Bangladesh met zijn 158 miljoen inwoners, of dichter bij ons, Venetië, dat momenteel al vecht met de stijgende waterlijn. Andere gevolgen van de klimaatverandering zijn het verschuiven van het leefgebied van vissen en andere mariene organismen. Dit zorgt voor problemen in de lokale visserijen. In de Noordzee, bijvoorbeeld, zijn in de voorbije 20 jaar duidelijke verschuivingen in de visbestanden waargenomen. Er is ook sprake van een ‘verkwalling’. Daarnaast breiden ook de zogenaamde ‘dead zones’ uit (regio’s in kustgebieden waar door zuurstoftekort grote vis- en andere sterfte voorkomt). Last but not least is er sprake van verzuring van de oceaan door het verhoogde CO2-gehalte in de atmosfeer en oceaan. Dit laatste heeft een negatief effect op het voorkomen van kalkhoudende organismen, zoals krabben, koralen en larven van oesters.’

“Als we nu niets doen, lopen rioleringen in de toekomst twee maal zo vaak over”

Wendy Francken
Volgens Wendy Francken, directeur van Vlario, het kenniscentrum en overlegplatform voor de riolerings- en afvalwaterzuiveringssector in Vlaanderen moeten er dringend maatregelen genomen worden om het hoofd te bieden aan wateroverlast door klimaatverandering. De rioleringen kunnen de grote hoeveelheid water immers niet meer slikken.

‘De wateroverlast van de voorbij dagen zal door klimaatverandering in de toekomst nog veel vaker voorkomen. Er is betere afstemming tussen alle bestuursniveaus nodig om deze problematiek aan te pakken. Zowel op privé- als op het publieke domein zijn maatregelen nodig (berging, infiltratie, ...). Om het hoofd te kunnen bieden aan de grotere extreme regenbuien zullen gemiddeld in Vlaanderen 20% tot 30% bijkomende buffervoorzieningen moeten gebouwd worden. Als er niets gedaan wordt, zullen rioleringen en bijbehorende bergings- en infiltratievoorzieningen gemiddeld twee maal zo vaak overlopen. We moeten echter wel opletten dat we geen nieuwe problemen creëren door op een ongecoördineerde manier berging en hemelwaterafvoersystemen aan te leggen. Dat betekent dat er nood is aan bovengemeentelijke hemelwaterafvoerplannen, waarin de grote lijnen van de hemelwaterafvoer vastgelegd worden. Dit is momenteel in Vlaanderen niet verplicht. Rioleringen en hemelwaterafvoersystemen dreigen de enige bouwwerken te worden die zonder globaal plan gebouwd worden.’

Wendy Francken besluit: ‘Een betere afstemming tussen de code van goede praktijk voor het ontwerp van rioleringssystemen, de watertoets, de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en andere stedenbouwkundige voorschriften is noodzakelijk. De instrumenten om er iets aan te doen zijn er maar we moeten ze efficiënter en doeltreffender gebruiken.’

7 juni 2016

Expert in de kijker: Chris Verlinden (director Belgium bij PARSHIP)

“Meer jonge daters dan vroeger”

Chris Verlinden
Chris Verlinden is Country director Belgium bij PARSHIP en co-auteur van het boek ‘Mag ik deze date van u? Ze is thuis in alle trends en evoluties bij het online daten en gaf reeds tal van reportages op radio, tv en in de geschreven media. “De technologische revolutie betekende een grote ommekeer in de manier waarop we zijn gaan daten”, zegt Chris Verlinden. “Vroeger had je de relatiezoekertjes. Die zijn nu helemaal verdwenen. Het relatiezoekertje werd vooral gebruikt door 50-plussers. Maar door de vele nieuwe tools zien we nu ook veel meer jongeren die via datingsites op zoek gaan naar een relatie. Vooral sinds de mobile apps is er bij ons een toestroom van 25-plussers. 30 % van de daters in onze database blijkt jonger te zijn dan 35 jaar. Wij zien bij PARSHIP drie grote groepen daters: 1) The next generation: mensen tot 35, jong, single, meestal zonder kinderen. 2)Mensen tussen 36 en 50. Meestal komende uit een langdurige relatie, met kinderen. 3) De 50-plusser. Opnieuw single na lange relatie en de kinderen veelal uit het huis.”

“Dankzij de 10.000-en anoniem ingevulde vragenlijsten beschikken we over heel wat gegevens om research te doen. Zo blijkt bijvoorbeeld dat jongeren meer belang hechten aan trouw dan 50-plussers. Onder de 35 jaar is het uiterlijk voor de meesten een belangrijk criterium, terwijl 55-plussers bijvoorbeeld meer belang hechten aan dynamiek en hartelijkheid. Ook tussen landen zijn er soms grote verschillen. Zo zijn Belgen bijvoorbeeld veel emotioneler dan Nederlanders of Duitsers. Ze zullen een date ook sneller een tweede kans geven. Onderzoek van onze databank bevestigt ook het cliché dat oudere mannen (55-plussers) sneller op zoek gaan naar een jongere vrouw. Vrouwen boven de 55 blijven dan weer vaak te afwachtend. In de online datingwereld moet dan ook veel meer initiatief genomen worden, door beide sexen. Zonder actie immers geen reactie. Mensen die online daten weten ook van elkaar dat iedereen met hetzelfde doel aanwezig is: het vinden van een partner.”

16 juni 2016

Thema in de kijker: Een duurzame zomervakantie

“5 tips voor een duurzame zomervakantie”

Barbara Janssens
‘Duurzaam reizen betekent groene keuzes maken voor het vervoer naar je vakantieplek, de accommodatie ter plekke en de activiteiten die je er doet’, zegt Barbara Janssens, van het Netwerk Bewust Verbruiken. Ze heeft 5 tips voor een duurzame zomervakantie.

‘Tip 1: Trek er te voet of per fiets op uit. Dankzij gps, fietsknooppunten en langeafstandsroutes kan je in zowat heel Europa langs gemarkeerde fietspaden rijden.

Tip 2: Kies een ecologisch hotel, vakantiehuis of camping. Het internationale keurmerk Groene Sleutel beloont milieuvriendelijke toeristische accommodaties die zorgvuldig omspringen met water, energie en afval. Bij Groene Vakantiegids vind je toffe bio-logeeradressen en campings in heel Europa.

Tip 3: Ruil eens van huis. Via huisruil kan je alle kanten op en betaal je geen huur.

Tip 4: Deel een auto. Via verschillende kanalen kan je kostendelend of gratis met andere chauffeurs meerijden naar elke uithoek van Europa, of kan je zelf passagiers meenemen.

Tip 5: blijf thuis voor een ontspannende staycation. Op Uit In Vlaanderen vind je alle activiteiten en festiviteiten. De website Logeren In Vlaanderen geeft een overzicht van accommodaties voor hoeve-, plattelands-, dorps- en stadstoerisme.’

Voor nog meer tips over een duurzame zomervakantie kan je terecht bij Barbara Janssens.

“Een betere spreiding in tijd en ruimte voor een optimale vakantie-ervaring”

Griet Geudens
Ook Griet Geudens van Toerisme Vlaanderen is overtuigd van het belang van duurzame vakantie. ‘Uiteraard is ecologisch toerisme heel belangrijk. Volgens mij is dat ook de grootste uitdaging. Jonge ouders onderschatten hoe plezierig kinderen het vinden om met de trein te gaan. De trein is al een beleving op zich. De sector zou meer moeite kunnen doen om autoloze vakanties te stimuleren. Als logies bijvoorbeeld proactief aanbieden om toeristen op te halen in het station, kiezen mensen misschien sneller voor een autoloze vakantie’, zegt Griet Geudens.

‘Maar een ander aspect van duurzaam toerisme wordt vaak onderbelicht. Wanneer er te veel toerisme komt, gaat de essentie van toerisme namelijk verloren. De gastvrijheid komt in het gedrang wanneer regio’s overbelast worden. Een goede dienstverlening is de basis voor een optimale vakantie-ervaring. Door een slechte spreiding in ruimte en tijd kan die gastvrijheid en goede dienstverlening niet altijd gegarandeerd worden. Het is belangrijk dat ondernemers hier aandacht voor hebben, maar ook het beleid kan enkele zaken doen om een betere spreiding te garanderen. Er gaan stemmen op om schoolvakanties minder lang te maken en beter te spreiden. Op Europees vlak zijn er afspraken, zodat niet alle Europese toeristen op hetzelfde moment op skivakantie gaan.’

7 juni 2016

Thema in de kijker: Olympische spelen in Rio

Op 5 augustus gaan de Olympische zomerspelen in Rio van start. Ann Cools en Kristien Depluverez volgen de Olympische spelen met bijzondere interesse.

“Atleten kunnen aan blessurepreventie doen”

Kristien Depluverez
Kristien Depluverez van Kinepraktijk Latem is sportkinesiste. Ze vertelt ons over het verschil tussen gewone en sportrevalidatie. ‘Het belangrijkste verschil is dat in sportrevalidatie (en zeker topsportrevalidatie) het lichaam van de sporter naar een veel hoger niveau moet worden teruggebracht. Sporten vereist meer fysieke capaciteiten dan een terugkeer naar de dagelijkse activiteiten. De eerste fase van de revalidatie loopt doorgaans gelijk met die van een niet-sporter. Maar daarna komt de return-to-sport fase waarin het lichaam net iets harder gepusht moet worden om opnieuw aan de hoge fysieke eis van die specifieke sport te kunnen voldoen.’

Atleten kunnen er uiteraard ook aan werken om blessures te voorkomen. Kristien Depluverez: ‘Atleten kunnen een blessurepreventieve screening laten doen. Aan de hand van enkele testen worden de zwakke schakels in het lichaam gezocht. Lenigheid, stabiliteit, kracht en bewegingsbiomechanica worden grondig geëvalueerd. Op basis van deze analyse wordt een individueel risicoprofiel opgemaakt. De zwakke punten worden aan de hand van een preventief programma sterker gemaakt om zo de kans op blessure te verkleinen.’

”Samenwerken met topsporters is erg uitdagend”

Ann Cools
Ann Cools is onderzoeker binnen het domein van de sportrevalidatie, kinesitherapeut in de sportmedische praktijk en docent aan de opleiding kinesitherapie. Ze werkt vaak samen met topsporters. ‘Samenwerken met topsporters is erg uitdagend. Ze zijn bijzonder getalenteerd en heel intensief getraind om optimale prestaties te leveren. De meeste van hen zijn al in uitstekende conditie. Toch zijn ze heel veeleisend om steeds beter, hoger, sneller en performanter te zijn. Topsporters worden omringd door een zeer competent team van coaches, sportartsen, kinesitherapeuten en verzorgers. Als academicus volg ik hen vanop enige afstand, maar ik merk dat de mening van academici bijzonder serieus wordt genomen. Topsporters brengen onze aanbevelingen in de praktijk om hun prestaties nog te verhogen. Zo wordt verantwoordelijkheid in onze handen gelegd. Als academicus en clinicus wil ik er steeds alles aan doen om topsporters te begeleiden in het bereiken van hun doelstellingen. Daarnaast vind ik het belangrijk om topsport breder te kaderen in onze maatschappij. De brede bevolking aanzetten tot beweging en fysieke activiteit moet dezelfde aandacht krijgen als het optimaliseren van topprestaties bij onze topsporters.’.

Of ze zelf de Olympische spelen gaan volgen?

Kristien Depluverez: ‘Ik werkte tijdens de kwalificatie als kinesiste met één van de schermers die geselecteerd werden voor de spelen. Schermen en volleybal volg ik zeker. Maar ook andere sporten zijn zeker de moeite om te volgen. Je weet dat elke atleet heel hard heeft gewerkt om daar te kunnen staan, en dat maakt het sowieso mooi en boeiend.’

Ann Cools: ‘Ik heb immense bewondering voor alle atleten. Wanneer de Belgen aan zet zijn, ben ik toch ook een beetje nerveus. Ik probeer dan ook die momenten live te volgen. Ik heb ook heel veel appreciatie voor de paralympiërs, en vind het jammer dat ze minder aandacht krijgen.’

7 juni 2016

Thema in de kijker: The Belgian Red Flames gaan naar het EK 2017

The Belgian Red Flames, onze nationale damesvoetbalploeg, verzekerden vorige week hun kwalificatie voor het EK van 2017 met een 1-3 winst tegen Servië en puntenverlies van concurrenten uit andere poules. Vandaag spelen ze de laatste kwalificatiewedstrijd thuis, tegen Engeland.

“Doorzettingsvermogen om school en voetbal te combineren”

Julie Biesmans
Julie Biesmans is topvoetbalster bij Standard en The Belgian Red Flames. Ze combineert dit met een studie Pedagogische Wetenschappen: ‘Die combinatie is zeker niet evident. Voor Standard doen we vier trainingen en één wedstrijd per week. Daarnaast spelen we dit jaar met de nationale ploeg de kwalificatiewedstrijden voor het EK in 2017. Voor mijn master Pedagogische Wetenschappen volg ik het gewone studieprogramma. Dat is heel intensief. Zo vlogen we op 4 juni terug naar België na de kwalificatiewedstrijd tegen Estland en begon ik op 7 juni aan de examens. Gelukkig heb ik een topsportstatuut, waardoor het geen probleem is als ik lessen mis. Maar het werk moet ik natuurlijk wel inhalen achteraf. Er is geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt om met één van beide te stoppen. Ik wil vooruitgang maken, ik wil veel bijleren, zowel op school als in voetbal. Met voldoende doorzettingsvermogen blijft de combinatie mogelijk.’

”Samenwerken met topsporters is erg uitdagend”

Fabienne Van De Steene
Fabienne Van De Steene is al 23 jaar de kinesitherapeute van de ploeg: ‘Naar aanloop van de kwalificatiewedstrijden traint de ploeg twee keer per dag. Als kine ben ik de hele dag in de weer met de verzorging van de speelsters: dit start reeds van ’s morgens aan het ontbijt, voor de training aanleggen van de tapes, geven van revalidatie, mobiliseren van een gewricht, ... Vrouwen spelen op een andere manier dan mannen. Mannen spelen meer krachtvoetbal, bij vrouwen gaat het om het technische spel. Dat merk ik als kine ook aan de letsels. Pezen en spieren worden bij mannen en vrouwen anders belast.

Ik vind het fijn dat vrouwenvoetbal de laatste jaren meer aandacht krijgt. We hebben sterkere spelers. Bijna de helft van onze huidige selectie speelt immers in het buitenland. De fanbase van The Belgian Red Flames wordt ook groter. We merken dat meer meisjes geïnteresseerd zijn in voetbal.’

19 september 2016

Expert in de kijker: Sarah Dury, onderzoeker ouderen en kwetsbaarheid

“We ondersteunen lokale beleidsmakers met hun ouderenbeleid”

Sarah Dury
Sarah Dury is doctor binnen de Belgian Ageing Studies (BAS) en onderzoekscoördinator van het project D-SCOPE, rond ouderen en kwetsbaarheid. Ze behaalde haar doctoraat met een proefschrift over het thema ‘vrijwilligerswerk op latere leeftijd in relatie met de context’. Dit doctoraat biedt een breder conceptueel kader met multidimensionale factoren die van invloed zijn op de beslissing van ouderen om al dan niet vrijwilligerswerk te verrichten. Voor haar onderzoek (zowel binnen BAS en D-SCOPE) werkt ze nauw samen met de gemeentes. ‘We vinden het heel belangrijk om niet in onze ivoren toren te blijven zitten. We vertalen ons onderzoek naar de samenleving en ondersteunen lokale beleidsmakers met hun ouderenbeleid op basis van wetenschappelijk onderbouwde indicatoren. Ook dragen we co-creatie met onze populatie, de ouderen, hoog in het vaandel. Elke stap in het onderzoek toetsen we eerst bij hen af. We werken meestal op vraag van gemeentes. Ze komen bij ons met de vraag om onderzoek te doen over de noden en behoeften van zestigplussers die thuis wonen. Onze vragen gaan heel breed: over de woning, het sociale leven … De bevragingen gebeuren anoniem, omdat we ook veel gevoelige vragen stellen. Zo zijn er bv. vragen over oudermishandeling, eenzaamheid of de financiële situaties. Wij onderzoeken al deze factoren, en contextualiseren vervolgens de resultaten en ondersteunen de gemeenten in de vertaling van de cijfers naar beleid.’ Verder verricht Sarah nog onderzoek in Brussel en andere steden. Vrijwilligerswerk, maatschappelijke participatie en de deelname door ouderen in de buurt en gemeenschap zijn haar voornaamste onderzoeksinteresses. Zo werkte Sarah mee aan een innovatief project, Het BuurtPensioen, dat een nieuwe vorm van pensioensparen is en begeleidt ze het project wetenschappelijk.

29 september 2016

Thema in de kijker: De eerste Week van NAH

Dit jaar gaat voor het eerst in Vlaanderen ‘De week van NAH’ door, die aan mensen met een niet-aangeboren hersenletsel een gezicht wil geven. Van 10 tot 16 oktober worden allerlei activiteiten georganiseerd voor mensen met NAH en hun mantelzorgers en acties om het grote publiek te sensibiliseren

“Elk jaar worden 50.000 mensen getroffen door een NAH”

Mieke Geernaert
Mieke Geernaert is Master in de klinische psychologie, met een bijkomende specialisatie in de neuropsychologie. Ze is al 10 jaar coördinator in De Nieuwe Notelaar, een tehuis en dagcentrum voor mensen met NAH in Brugge. Ze licht toe wat NAH precies is: ‘Elk jaar worden 50.000 mensen getroffen door een niet-aangeboren hersenletsel of NAH, door een ongeval, hersenbloeding, herseninfarct, zuurstoftekort, tumor of infectie. 15.000 personen houden er blijvende, ernstige gevolgen aan over. Desondanks blijft ‘NAH’ voor velen een onbekende. We lezen over zware weekendongevallen in de krant of horen van iemand die een beroerte gekregen heeft, maar staan weinig stil bij de lange weg die deze mensen moeten afleggen. Na een periode van coma, volgt vaak een intensief revalidatieproces. Vele gevolgen zijn echter blijvend: geheugenproblemen, vermoeidheid, evenwichtsstoornissen, verlamming, … tot zelfs karakterveranderingen die ervoor zorgen dat de persoon precies een ander iemand is geworden. Vaak kan het vertrouwde leven niet meer opgenomen worden, waardoor de verlieservaring groot is.’

”Gevangen in mijn eigen lichaam”

Fabienne Van De Steene
Ervaringsdeskundige Dirk Schockaert kan dit beamen. Hij was woordvoerder van De Lijn en docent communicatie, tot hij op zijn 42ste plots een herseninfarct kreeg in zijn slaap. Sindsdien leeft hij met beperkingen. Hij is halfzijdig verlamd en zit dus in een rolstoel. Maar het ergste zijn de vermoeidheid en de aandacht- en concentratieproblemen: ‘Momenteel ben ik bijvoorbeeld doodop. Ik heb veel rust nodig en moet mijn inspanningen doseren. Ik moet luisteren naar mijn lichaam, maar ik heb de neiging om mijn oude gewoontes te hervallen. Ik wil te veel doen op één dag. Ik heb het gevoel dat ik gevangen zit in mijn lichaam.’

Dirk Schockaert vindt het belangrijk dat mensen beseffen wat NAH inhoudt en wat de impact ervan op je leven is. Daarom organiseerde hij mee de studiedag van de provincie West-Vlaanderen voor de eerste Week van NAH. Daarnaast engageert hij zich als ambassadeur van de vzw Onafhankelijk Leven, een organisatie die opkomt voor mensen met een beperking en ervoor zorgt dat ze een gewoon leven kunnen leiden. ‘Zelf heb ik bijvoorbeeld twee assistentes die me helpen om boodschappen te doen en de kinderen van school te halen.’

“Meer aandacht dan vroeger voor omgaan met NAH op verschillende levensdomeinen”

Heidi Tanghe
Heidi Tanghe is Zorgcoördinator transmurale zorg in het revalidatiecentrum BZIO in Oostende. In het BZIO zet ik samen met mijn collega’s in een interdisciplinair team trajecten op om mensen of groepen naar oplossingen te begeleiden, op alle levensdomeinen. Dit kan over eenvoudige dingen gaan, zoals opnieuw leren de bus nemen, of over complexe zaken, zoals het traject om weer thuis te gaan wonen na NAH. Na NAH moeten mensen soms de eenvoudigste dingen opnieuw leren, zoals boodschappenlijstjes maken. Ze hebben ook soms andere problematieken dan andere mensen met een beperking. Ik denk maar aan seksueel ontremd gedrag. Hoe ga je hier als familie mee om? Daar begeleid ik families en patiënten in. Ook respijtzorg maakt deel uit van mijn verantwoordelijkheid. Dat betekent dat we een oplossing zoeken voor zieke mantelzorgers.

Ik merk dat er de laatste jaren veel veranderd is. Vroeger werd er puur medisch naar mensen met NAH gekeken. Nu is er veel meer begeleiding. De instellingen werken nu proactief rond diverse levensgebieden, bv. arbeid of vrijetijdsbesteding.’ Ook in haar persoonlijke leven kreeg Heidi Tanghe te maken met de gevolgen van NAH: ‘Mijn mama heeft recent een hersenletsel gekregen. In eerste instantie stond ze niet open voor de begeleiding rond vrije tijd, maar enkele maanden later was ze er net heel dankbaar voor.’

6 oktober 2016

Thema in de kijker: Ouderenweek van 21 tot 27 november

“Zorg op maat voor iedereen”

Saloua Berdai
Saloua Berdai-Chaouni leverde vernieuwend en baanbrekend werk over interculturalisering van de zorg- en welzijnssector. Ze wordt als één van de pioniers in het werken rond vergrijzing en diversiteit in Vlaanderen beschouwd. Momenteel is ze docent aan Karel de Grote Hogeschool en als PhD-onderzoekster aan het Erasmus Hogeschool Brussel en de VUB verbonden. Haar huidig onderzoek richt zich op dementiebeleving en dementiezorg bij ouderen met migratieachtergrond.

“Alle ouderen hebben dezelfde wens: ze willen een kwaliteitsvolle oude dag, waarbij rekening wordt gehouden met hun noden en behoeften. Bij ouderen met een migratieachtergrond betekent dit dat je ook rekening houdt met de migratiegeschiedenis. Er wordt vaak gezegd dat mensen met een migratieachtergrond geen professionele hulp wíllen opzoeken. Die individuele drempels bestaan zeker, maar belangrijker zijn de structurele drempels: de zorg is niet aangepast aan die groep ouderen. Als mensen wél de stap zetten om professionele hulp te zoeken, haken ze vaak af wanneer de zorg niet aangepast blijkt te zijn. Bij maatzorg moet je rekening houden met de levensgeschiedenis van de oudere. Dit geldt voor elke oudere, ook voor ouderen met een migratieachtergrond. Zo zal een Italiaan bijvoorbeeld zijn pasta al dente willen eten, en niet platgekookt zoals hij hem voorgeschoteld krijgt in onze rusthuizen. Zo’n vraag wordt snel geculturaliseerd, terwijl het op zich heel gewone vragen zijn. Elke oudere wil zich graag omringen met wat hij of zij kent.

Bij dementie worden die noden heel scherp gesteld. De zorgnood is op een bepaald moment heel hoog waardoor professionele zorg onvermijdelijk is. Het is een fysiologisch feit dat mensen met dementie cognitieve functies verliezen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld hun aangeleerde taal verliezen, en opnieuw in hun moedertaal beginnen spreken. Als er dan geen zorg is van iemand die de taal spreekt, wordt de oudere niet optimaal geholpen en geraakt hij/zij in sociaal isolement. Let op, dit kan evengoed gebeuren met een Vlaming in Brussel die zijn hele volwassen leven Frans heeft gepraat, maar plots terug in zijn Vlaamse dialect begint te spreken. Het is belangrijk om deze vragen niet te problematiseren en te kijken naar de mogelijkheden.

Er zijn mogelijkheden om die brug te maken. Meertaligheid wordt nog veel te weinig als een troef gezien bij aanwervingen in de zorgsector. Maar er bestaan ook apps die hierbij kunnen helpen.”

”Drempels wegnemen door de zorg aan te passen”

Ozer Sukran
Ozer Sukran is gespecialiseerd in cultuurspecifieke zorg aan senioren van Turkse en Marokkaanse afkomst. In die gemeenschappen worden mensen op jongere leeftijd zorgbehoevend. Tegelijk ligt de drempel om gebruik te maken van bestaande zorginstellingen hoger.

“Gemiddeld worden mensen in de Turkse en Marokkaanse gemeenschap vanaf 65 jaar zorgbehoevend. Dit komt door hun sociaaleconomische achtergrond. Ze werkten vaker onder slechte omstandigheden, bijvoorbeeld in de mijnen. Veel vrouwen van de eerste en tweede generatie hebben suikerziekte. In die gemeenschappen wordt vaak verwacht dat jongeren voor ouderen zorgen. Ook de Islam schrijft dit voor. Maar die norm vervaagt nu er steeds meer tweeverdieners zijn. Mensen met kleine kinderen kunnen niet zomaar de zorg voor hun ouders opnemen. Natuurlijk worstelen ook autochtone Belgen hiermee, maar ik merk dat de nood bij mensen van Turkse en Marokkaanse afkomst nog groter is. Er rust bij die ouderen vaak nog een taboe om naar een rusthuis te gaan. Bovendien zijn de rusthuizen niet aangepast. Ouderen laten zich graag omringen met dingen die ze herkennen. De drempel om naar een rusthuis te trekken zou veel kleiner zijn, mochten rusthuizen halalmaaltijden aanbieden of inzetten op verzorgend personeel dat de moedertaal van de oudere spreekt.”

15 november 2016

Thema in de kijker: Wereldlichtjesdag

Op 11 december is het Wereldlichtjesdag. Op die dag worden overal ter wereld overleden kinderen herdacht. Die dag valt niet toevallig in december. De feestdagen confronteren veel mensen immers extra met gemis. Drie rouwexpertes aan het woord.

“Vraag wat je voor iemand kan doen en luister!”

Ann Onkelinx
Ann Onkelinx is psychologe: ‘In december staat alles in het teken van gezelligheid en samenzijn, maar net daardoor wordt wie er niet meer is nog meer gemist. Het gemis is er elke dag, maar de focus erop wordt groter door de sfeer van gezelligheid en samenzijn. Dit begint al bij de eerste kerstlichtjes. De maatschappelijke druk hierbij kan groot zijn. Vooral mensen die bijvoorbeeld vijf jaar geleden iemand hebben verloren, krijgen al gauw te horen: zet je erover en kom toch gezellig mee feesten. Maar voor die mensen voelt dat alsof het nog maar gisteren was. Mensen in rouw raad ik aan om voldoende aan zelfzorg te doen. Bekijk wat je zelf nodig hebt om de dagen door te komen. Voel je niet verplicht om mee te feesten. Durf nee te zeggen.

Ook de mensen in de omgeving kunnen hierbij helpen. Vraag wat je kan doen voor iemand en luister! Uit goede bedoelingen denken we vaak in de plaats van een ander, maar we vergeten soms te vragen aan de persoon zelf wat hij nodig heeft. Mensen in rouw denken dan: ze bedoelen het goed en ze durven geen nee zeggen.’

“Maak ruimte voor emoties en haal herinneringen op”

Elke Vermeyen
Elke Vermeyen is gespecialiseerd in rouw bij kinderen. ‘Met Sinterklaas die pas terug naar Spanje vertrokken is, is de tijd van de verlanglijstjes en vele cadeautjes weer volop aangebroken. Voor rouwende kinderen is dit vaak een moeilijke periode. In het bijzonder voor kinderen die een ouder verloren hebben. Hoe ga je als omgeving in deze maand vol met feestelijkheden nu eigenlijk het beste om met rouw en verdriet bij kinderen en jongeren? We denken vaak dat de feestdagen vooral leuk moeten zijn. Toch horen verdriet en gemis er ook bij. Door je eigen gevoelens te tonen en uit te leggen, geven we onze kinderen de ruimte om hun emoties ook te tonen. Enkel zo kan je een gespannen situatie rond de feestdagen vermijden. Bespreek ook samen met de kinderen hoe je de overledene wilt betrekken tijdens de aankomende feestdagen. Het is de ideale periode om bewust tijd vrij te maken om herinneringen op te halen. Door samen te zijn of samen stil te staan bij degene die er niet meer is, kunnen de kinderen de warmte van het samenzijn tijdens de feestdagen ervaren.’

“Mensen in niet-erkende rouw voelen zich nog eenzamer”

Evamaria Jansen
Evamaria Jansen, psychotherapeute en rouwspecialiste wijst ons erop dat ook onzichtbare of niet-erkende rouw extra zwaar om dragen is tijdens de feestdagen. ‘We weten stilaan dat rouw kan isoleren en proberen er rekening mee te houden. Maar wat als de rouwende niet in zijn rouw erkend wordt? Bij sommige vormen van rouw staan we veel te weinig stil, omdat we vinden dat er geen legitieme reden is voor het verdriet, omdat het verdriet al ‘te lang duurt’ of omdat er getreurd wordt om iemand die maatschappelijk niet geaccepteerd is. Mensen in niet-erkende rouw voelen zich nog eenzamer. Zo vinden bijvoorbeeld kinderen van een gedetineerde die overlijdt moeilijk een open oor wanneer ze verdriet hebben. Ook perinatale sterfte of een ‘doodgewone’ miskraam kunnen tot niet-erkend verdriet leiden. En zo zijn er nog voorbeelden: rouw om een moeder van kleine kinderen die een ‘laffe’ suïcide pleegde of een homoseksueel kind dat aan aids stierf. En wat als niemand van de rouw af weet, omdat de overledene een geheime minnaar was? Wat als iemand uit schaamte zwijgt over het gat dat geslagen werd door het verlies van een huisdier? Misschien is het een tip voor deze dagen - en altijd - om in gedachten eens je vrienden- en bekendenkring te overlopen en je ogen en oren open te houden.’

7 december 2016

Thema in de kijker: inbraakpreventie en cybercriminaliteit

Laat inbrekers je feestdagen niet verpesten! Tijdens de donkerste dagen van het jaar gebeuren er immers traditioneel meer inbraken.

“Zorg dat dieven in het licht staan”

Annemie De Boye
Volgens Annemie De Boye heeft inbraakgevoeligheid veel met omgevingskenmerken te maken, maar kunnen we zelf ook wel één en ander doen om ons huis beter te beveiligen. ‘Globaal gezien kunnen we stellen dat steden inbraakgevoeliger zijn dan het platteland. Er is meer leven op straat en meer anonimiteit. Anderzijds is er in steden meer sociale controle, zelfs ’s nachts, en zijn er op het platteland meer vluchtwegen. Het is met andere woorden een mes dat aan twee kanten snijdt. Aan de ligging van je woning kan je weinig veranderen, maar je kan wel degelijk dingen doen om je woning of bedrijf beter te beveiligen tegen inbraak. Het belangrijkste is sociale controle. Zorg voor voldoende inkijk in je woning, school of bedrijf. Mensen denken soms dat ze dieven afschrikken door hoge hagen rond hun gebouw te plaatsen, maar die zorgen er net voor dat een dief ongestoord zijn gang kan gaan. Gemiddeld heeft een dief drie à vier minuten nodig om binnen te geraken. Je kan hem natuurlijk afschrikken met een hele stevige voordeur die tien minuten kost om open te breken. Maar als de buren die voordeur niet kunnen zien, heeft een dief toch alle tijd van de wereld om aan de voordeur te morrelen. Het beste wat je dus kan doen, is inbrekers het gevoel geven dat ze snel moeten zijn omdat ze in het zicht staan en ervoor zorgen dat de weerstand om je woning binnen te geraken groter is dan drie minuten.’

“Mensen beseffen dat ze hun deur moeten sluiten, maar de virtuele deur laten ze openstaan”

Evelien De Pauw
Evelien De Pauw wijst erop dat vooral de online criminaliteit stijgt, zeker in de bedrijfswereld. ‘Men stuurt bijvoorbeeld vanuit het gekraakte e-mailadres van de CEO een mail naar de secretaresse om geld over te schrijven op een rekening. Dat geld is weg, en van de dader vind je geen spoor meer terug. Voorlopig zijn burgers nog in mindere mate het slachtoffer, maar het gebeurt toch steeds meer. De voorspelling is dat het steeds vaker zal gebeuren. Er wordt nu al geregeld ingebroken in de online banking apps, er worden phishingmails gestuurd, mensen worden gechanteerd met naaktfoto’s die men vond op een gekraakte computer of smartphone. De daders zijn ook slim. Als mensen een mail krijgen van de federale politie over een onbetaalde boete, slaan ze al snel in paniek. Maar we mogen niet te goedgelovig zijn. Mensen denken altijd dat het hen niet zal overkomen, maar we moeten ons er dringend meer bewust van worden dat het wel kan gebeuren. Burgers weten heel goed dat ze hun deuren en ramen moeten sluiten, maar zijn zich te weinig bewust van de gevaren die online op de loer liggen. Iedereen gebruikt hetzelfde soort paswoord, zoals de naam van de kinderen of van de hond, de netwerksleutel ligt gewoon op de router, ... Mensen met slechte bedoelingen weten die dingen wel te vinden. Het belangrijkste is om altijd alert te blijven.’

27 december 2016

Expert in de kijker: Professor Cecile Baeteman over de zeespiegel en andere misvattingen

Cecile Baeteman

Volgens het Intergouvernementeel Panel inzake Klimaatsverandering IPCC van de Verenigde Naties zal de zeespiegel wereldwijd stijgen door de opwarming van de aarde en zullen lage kustgebieden hierdoor massaal overstromen. Professor Cecile Baeteman van het Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen en de Vrije Universiteit Brussel nuanceert dit scenario en stelt dat menselijke activiteiten een veel grotere impact hebben op het overstromingsrisico van lage kustgebieden dan een globale zeespiegelstijging.

“Uit mijn onderzoek aan de VUB blijkt dat de simulaties en voorspellingen van de Verenigde Naties enigszins genuanceerd moeten worden. Het verhaal is complexer dan op het eerste gezicht lijkt. Het is niet correct om gewoon de hoeveelheid ijs dat van de poolkappen afsmelt om te rekenen naar een globale stijging van het zeeniveau in centimeters en de invloed hiervan te voorspellen op een bepaald kustgebied. Bovendien kan men ook niet eenvoudigweg concluderen dat alle lage kustgebieden volledig zullen overstromen.”

“Studies van de verschillende factoren die een zeespiegelstijging veroorzaken doen besluiten dat er niet zoiets als een globale zeespiegel bestaat en dat er onvoldoende rekening gehouden wordt met kustprocessen en de factoren die kustveranderingen bepalen. Er zijn meer parameters waar men rekening mee moet houden om te kunnen voorspellen waar en hoeveel de zeespiegel zal stijgen. De oceanen staan weliswaar allemaal in verbinding met elkaar, maar het zeeoppervlak is er niet overal op hetzelfde niveau. De verspreiding van het smeltwater is veel belangrijker dan het volume dat er bij komt. Vooral menselijke activiteiten hebben immers een invloed op het overstromingsrisico van lagere kustgebieden. Een dam op een rivier veroorzaakt meer kusterosie dan een zeespiegelverhoging. Subsidentie of de daling van het grondoppervlak in de megasteden ten gevolge van het overmatig pompen van grondwater is in sommige gevallen tien keer groter dan de huidige zeespiegelstijging en vormt een veel groter probleem voor de kwetsbaarheid van die gebieden en hun enorme bevolking. Trouwens, uit de geologische geschiedenis van de laatste 10 000 jaar blijkt dat in ontwikkelingslanden waar de kusten nog op natuurlijke wijze kunnen evolueren omdat er nagenoeg geen dijken zijn, de kustgebieden wel gelijke tred kunnen houden met de snelheid van de voorspelde zeespiegelstijging door natuurlijke sedimentafzetting.”

23 januari 2017

Thema in de kijker: Internationale Epilepsiedag op 13 februari 2017

Op maandag 13 februari 2017 is het Internationale Epilepsiedag.

‘10 procent van de mensen heeft epilepsie maar het blijft taboe’

Gwendolyn Maris
Gwen Maris van de Epilepsie Liga: ‘Hoewel naar schatting wereldwijd 1 op de 100 mensen epilepsie heeft, merken we dat er nog steeds een taboe rond de aandoening heerst. Wanneer we als Epilepsie Liga bijvoorbeeld op zoek gaan naar een meter of peter voor een project, vinden we geen enkele bekende Vlaming die ervoor durft uit te komen dat hij/zij epilepsie heeft, hoewel we weten dat ze er zijn. Daarom is het belangrijk om dit thema blijvend in de kijker te zetten, onder meer door een jaarlijkse Epilepsiedag.

Mensen met epilepsie vinden moeilijker werk. Om een geldig rijbewijs te halen mag je bijvoorbeeld al een jaar geen aanval meer gehad hebben. Daardoor zijn heel wat jobs al buiten bereik. Werkgevers staan ook niet altijd te springen om iemand met epilepsie aan te nemen, al mogen ze er strikt genomen niet naar vragen. Maar epilepsie wordt ook niet erkend als arbeidshandicap. Alleen mensen met veel aanvallen hebben recht op een uitkering voor ziekte of invaliditeit. Andere epilepsiepatiënten vallen tussen schip en wal.

Ook in relaties ligt epilepsie moeilijk. Mensen weten niet hoe ze hiermee moeten omgaan. Daarom geven we met de Liga veel informatie over hoe je ermee moet omgaan als iemand een aanval krijgt, waar je wel of niet bang voor moet zijn. Epilepsiepatiënten zijn soms bang om kinderen te krijgen, maar epilepsie is meestal niet erfelijk. Iedereen kan van vandaag op morgen epilepsie krijgen. Kinderen van iemand met epilepsie hebben hoogstens een licht verhoogde kans om na een hersenschudding of hersenvliesontsteking epilepsie te krijgen. Gelukkig is er nu steeds meer genetisch onderzoek dat kan nagaan of er een erfelijke vorm van epilepsie in het spel is én mogelijkheden biedt naar aangepastere behandeling.’

‘30 procent epilepsiepatiënten niet geholpen met huidige anti-epileptische geneesmiddelen’

Najat Aourz
Najat Aourz is onderzoekster aan de VUB. Ze schreef een doctoraat over nieuwe aangrijpingspunten voor geneesmiddelen tegen epilepsie: ‘Epilepsie is een vaak voorkomende en ernstige, chronische neurologische aandoening die wordt gekenmerkt door plots optredende en terugkerende aanvallen als gevolg van ongecontroleerde, elektrische ontladingen in de hersenen. Momenteel lijden in de wereld naar schatting 65 miljoen mensen aan epilepsie en de ziekte treft alle bevolkingsgroepen zonder een onderscheid te maken in leeftijd, ras of socio-economische status. Er is nog geen manier gevonden om de ziekte te genezen maar de voorbije decennia werden wel vele nieuwe geneesmiddelen ontwikkeld die bij een deel van de patiënten de symptomen verbeteren. Desondanks reageert tot op heden 30% van de epilepsiepatiënten niet op het huidige arsenaal aan anti-epileptische geneesmiddelen. De identificatie van nieuwe geneesmiddelen met vernieuwde werkingsmechanismen is dus van uiterst belang om de grote groep resistente patiënten te kunnen behandelen. In de onderzoeksgroep Experimentele Farmacologie van de Vrije Universiteit Brussel zijn wij daarom al jaren intensief bezig met deze zoektocht. Door gebruik te maken van verschillende preklinische modellen, hebben wij de voorbije jaren al verschillende moleculen kunnen identificeren die in staat zijn om in de gebruikte modellen de epileptische aanvallen te onderdrukken via nieuwe werkingsmechanismen. Met dit onderzoek proberen we op termijn nieuwe therapieën te ontwikkelen om zo de levenskwaliteit van de epilepsiepatiënten te verbeteren.’

8 februari 2017

Thema in de kijker: Dag van de alleenstaande ouder op 21 maart

Op 21 maart is het de dag van de alleenstaande ouder. Experts Bea Cantillon en Christine Van Peer waarschuwen voor het armoederisico dat alleenstaande ouders lopen, zowel in België als in andere ‘rijke’ landen van de EU. Vivian Van Bremen is zelf alleenstaande moeder en richtte het netwerk ‘Krachtvrouwen’ op.

‘1 op de 5 eenoudergezinnen maakt kans om in armoede terecht te komen’

Christine Van Peer
Christine Van Peer is sociologe en onderzoekster bij de Studiedienst van de Vlaamse Regering van het Departement Kanselarij en Bestuur. Ze doet onderzoek naar echtscheiding, welbevinden van kinderen en (alleenstaand) ouderschap. ‘Ruim één op de vijf eenoudergezinnen loopt vandaag het risico om in armoede verzeild te geraken’, zegt ze. ‘Alleenstaande ouders vertegenwoordigen 11% van alle huishoudens in de leeftijdsklasse 25-54 jaar. Toch maken zij slechts 3,5 % uit van de werkende bevolking in die leeftijdsgroep. Ze zijn dus ondervertegenwoordigd op de arbeidsmarkt. Zij vormen nochtans een sociologisch belangrijke groep: binnen de gezinnen met kinderen is hun aandeel al uitgegroeid tot 19%. In 2014 lag hun werkzaamheid op de leeftijd tussen 25 en 54 jaar 9 procentpunten lager dan die van samenwonende moeders, maar na de 50 wordt het verschil nog veel groter. In de periode 2012 tot 2014 zagen we bovendien een lichte daling in de werkzaamheid bij 25-54-jarige alleenstaande moeders, terwijl die in die jaren lichtjes verbeterde bij vrouwen in het algemeen en bij moeders met een partner. De afstand tot de arbeidsmarkt voor alleenstaande moeders blijft dus groot, en de kloof met andere moeders en vrouwen in het algemeen lijkt nog toe te nemen. De meest kwetsbare subgroep zijn laaggeschoolde vrouwen met jonge kinderen en vrouwen met geen of beperkte werkervaring die lange tijd alleenstaand blijven. Een te lage netto-verdiencapaciteit en een te moeilijke combinatie arbeid-gezin staat staan arbeidsmarktparticipatie vaak in de weg.’

‘Armoederisico van eenoudergezinnen stijgt in heel Europa’

Bea Cantillon

Bea Cantillon is professor aan de universiteit Antwerpen en directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid. Ze werkte mee aan een recent sociologisch onderzoek naar het armoederisico van eenoudergezinnen in EU-staten met een uitgebreid sociaal vangnet, zoals Oostenrijk, België, Duitsland, Frankrijk, Nederland, Duitsland, Zweden, Finland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Het onderzoek spitste zich toe op werkloze eenoudergezinnen en eenoudergezinnen met een fulltime minimumloon. Cantillon: ‘Uit ons onderzoek blijkt dat de bruto minimumlonen ontoereikend zijn voor alleenstaande ouders. Denemarken en Zweden zijn de enige twee uitzonderingen op deze regel. In de meeste landen is de bruto/netto-verhouding voldoende om de gezinsinkomens van fulltime werkende alleenstaande ouders net boven de armoedegrens te tillen. Behalve in Denemarken, is het sociale vangnet voor werkloze gezinnen in alle onderzochte landen ontoereikend. Met het oog op de bestrijding van armoede onder eenoudergezinnen moeten deze staten vechten tegen werkloosheidsvallen. Het minimuminkomen van werkende en niet-werkende eenoudergezinnen moet omhoog. Sommige landen moeten een toename van het bruto minimumloon overwegen, anderen zullen in de eerste plaats de sociale vangnetten en werkprikkels in evenwicht moeten brengen, terwijl nog een andere groep van landen de lage nettolonen moeten verhogen.’

Jonge weduwen met kinderen vinden steun bij ‘Krachtvrouwen’

Vivian Van Bremen

Vivian van Bremen verloor haar man aan een hartaderbreuk toen ze 41 weken zwanger was van haar jongste zoon. Sindsdien is ze alleenstaande moeder van Mees (2002) en Simon (2005). Ze richtte recent het netwerk ‘Krachtvrouwen’ op om lotgenotes te helpen. Vivian van Bremen: ‘Nadat ik plots mijn man verloor, wist ik echt niet wie ik was zonder hem. Het heeft tijd nodig gehad om alles een plek te geven. Ik vond het heel heftig om het moederschap alleen te dragen. Nu, twaalf jaar later, kan ik zeggen dat ik me heel gelukkig voel samen met mijn twee geweldige zonen. In juni 2016 ontstond mijn idee om een lunch te organiseren voor jonge weduwen. In oktober plaatste ik een oproep op Facebook om weduwen met jonge kinderen te leren kennen en te brainstormen over mijn idee. In een week tijd kreeg ik zoveel reacties, dat ik besloot een Facebookgroep te starten. De vrouwen waren enthousiast en lieten mij weten dat er in België nauwelijks initiatieven zijn voor weduwen met minderjarige kinderen en al helemaal geen online community. Nu, 5 maanden later, hebben 65 weduwen met minderjarige kinderen uit heel Vlaanderen de groep gevonden. Daarom besloot ik een netwerk op te richten: ‘Krachtvrouwen’. Ik voel het als mijn missie om jonge weduwen samen te brengen zodat dat zij hun verdriet verwerken en weer écht kunnen leven. In het online netwerk op Facebook hebben ze de mogelijkheid om ervaringen te delen, vragen te stellen en verhalen te lezen van andere weduwen. Ik heb gemerkt dat er hierdoor ruimte ontstaat om een nieuw pad te kiezen, verdriet te verwerken en oplossingen te vinden voor uitdagingen waar een jonge weduwe dagelijks alleen voor staat.’

17 maart 2017

Expert in de kijker: Ilse Weeghmans: “Patiëntenrechten zijn nog onvoldoende bekend”

Sinds 2002 bestaat er een wet patiëntenrechten om een kwaliteitsvolle en toegankelijke gezondheidszorg te verzekeren. “Toch is die nog te weinig bekend”, zegt Ilse Weeghmans, directeur van het Vlaams Patiëntenplatform. “De wet patiëntenrechten garandeert dat iedere persoon die zorg nodig heeft, meerdere rechten krijgt als patiënt. Zo weet de patiënt wat hij mag verwachten en weet de zorgverlener wat van hem verwacht wordt. Een goede communicatie tussen patiënt en zorgverlener is dan ook een voorwaarde voor kwalitatieve zorg. De wet op patiëntenrechten bestaat ondertussen al 15 jaar, maar is nog te weinig bekend. Wekelijks krijgen wij klachten en vragen binnen van patiënten waaruit dat pijnlijk duidelijk wordt.”
Ilse Weeghmans
“Uit een recente enquête bleek dat 1 op de 5 personen niet op de hoogte is van het bestaan van patiëntenrechten. 1 op de 10 had zelfs nog nooit gehoord over patiëntenrechten. Maar ook bij mensen die weten dat er patiëntenrechten bestaan, is er nog werk aan de winkel. Velen zijn amper op de hoogte van de inhoud ervan. Een ander belangrijk pijnpunt is de werking van de ombudsdiensten voor patiëntenrechten. Van de 201 personen die een klacht hadden over een eestelijnszorgverlener (huisarts, tandarts,…) diende 88% geen klacht in. 81,5% van deze personen heeft ook geen idee waar ze daarmee terecht kunnen. Ook in ziekenhuizen is er nog ruimte voor verbetering: slechts 40% van de bevraagden is tevreden over de klachtverwerking van de ombudsdienst. Als Vlaams Patiëntenplatform pleiten we er dan ook voor om het klachtrecht op te nemen in de hervorming van de eerstelijnszorg.”

18 april 2017

Expert in de kijker: Theesommelier Jessica Van Humbeeck

 Jessica Van Humbeeck
Jessica Van Humbeeck is gecertificeerd theesommelier. Ze ontwikkelde een eigen theelijn en baat in Aarschot een theewinkel en theewebshop uit. Ze geeft ook zelf basisopleiding tot theesommelier. “Mijn liefde voor thee is begonnen na een opleiding door onder meer de bekende Britse theespecialist Jane Pettigrew, maar de echte vonk is overgeslagen na een intensieve opleiding bij theemeesteres Mei Lan Hsiao. Dankzij haar ben ik officieel ingewijd in de Chinese Tea Arts en mag ik mij een gecertifieerd ‘Tea Sommelier' noemen. Maar eigenlijk duurt een opleiding theesommelier een leven lang. Over thee valt immers veel te vertellen én veel te leren. Iedereen heeft al eens gehoord van zwarte thee, groene thee, witte thee, oolong thee of kruideninfusie. Maar het is heel boeiend om de verschillende aspecten van al die soorten te ontdekken. Zo mag enkel het aftreksel van de theeplant Camellia sinensis ‘thee’ genoemd worden. Groene, witte, gele, zwarte, Oolong, Pu-erh thee en Matcha zijn stuk voor stuk pure theetjes. Andere extracties die niet afkomstig zijn van deze plant horen thuis onder de categorie ‘infusies’. Denk maar aan thee gemengd met vruchten of kruiden, zoals een infusie gemaakt van kamille, kersen, munt of appel. Onder meer de groene thee wint de laatste jaren bij ons duidelijk aan populariteit. Deze gezonde en krachtige thee is erg geliefd in Azië, het theecontinent bij uitstek. Vers geplukte groene theeblaadjes worden gestoomd of verhit en nadien gedroogd. Groene thee is bekend om zijn heilzame werking, een sterk aroma en een natuurlijke grassige smaak.”

5 juni 2017

Thema in de kijker: 4 augustus is internationale bierdag

Maudgal Krishan: ‘De bierdrinker van vandaag is een meerwaardezoeker’

Maudgal Krishan
“Vandaag heerst bij ons de trend ‘drink less, taste more’. Het aantal liter bier dat jaarlijks per hoofd in België wordt geconsumeerd is op 25 jaar tijd van 130 naar 72 liter gedaald. Maar het gamma speciaalbieren is populairder geworden ” Dat zegt Maudgal Krishan, zaakvoerder van Maudgal int. en BeerAgency en daardoor betrokken in verschillende projecten van individuele brouwerijen, bier- en brouwersverenigingen. “Belgisch bier is vandaag heel populair, maar is onderhevig geweest aan veranderende marktomstandigheden. Dat komt onder meer omdat het consumentengedrag grondig gewijzigd is. Zo is het maatschappelijk niet meer verantwoord om meer dan een glas bier na elkaar te hijsen. Anderzijds heeft de hardwerkende Belg meer dan vroeger nood aan een moment van ontspanning. Een moment waar hij zichzelf verwent door een goed glas bier te drinken. Dat verklaart meteen ook de populariteit van het hele gamma speciaalbieren. De bierdrinker van vandaag is een meerwaardezoeker. Hij drinkt nog vaak zijn favoriete pils, maar is zich ook bewust van het hele pallet daarnaast aan smaken, kleuren, stijlen en aroma’s. Bier wordt vandaag gedronken in functie van het consumptiemoment en het gezelschap waarin men zich bevindt. Belgisch bier is trouwens een zeer sterk merk geworden. De brouwers in België hebben hun brouwtechnieken en -installaties steeds verder verfijnd, maar ze hebben ondertussen ook hun merk ook op (inter)nationaal vlak opgebouwd. Bieren die in het verleden enkel verkocht werden onder de kerktoren, worden nu in landen over de hele wereld verkocht. Zo is het Belgisch bier uitgegroeid tot een heus merk dat vertrouwen uitstraalt, en dat staat voor een enorme diversiteit, authenticiteit en geloofwaardigheid.”

Chantal Bisschop: ‘Vandaag zijn er ruim 1850 verschillende Belgische bieren’

Chantal Bisschop
De UNESCO heeft de Belgische biercultuur in november 2016 opgenomen in de Representatieve Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid. De erkenning is eerder symbolisch maar is wel een morele opsteker voor de inspanningen om de kennis en ervaring te bewaren en aan de volgende generaties door te geven. Chantal Bisschop, stafmedewerker immaterieel erfgoed bij het Centrum Agrarische Geschiedenis vzw (CAG), werkte samen met brouwers, zythologen, bierliefhebbers en collega-erfgoedorganisaties mee aan het voorbereidend dossier. ‘Wat bij de UNESCO-commissie vooral in de smaak viel, waren de maatregelen die genomen worden om de biercultuur te beschermen, zoals professionele opleidingen, promotie en de oprichting van een observatorium ter bewaking van de diversiteit van de brouwkunst.’ Chantal verdiepte zich in de historiek van bier. ‘De eerste sporen van bier vinden we terug in de Oudheid. In de vroege Middeleeuwen brouwden vrouwen thuis voor eigen consumptie. Vanaf de 8ste eeuw ontstonden dorps- en abdijbrouwerijen. Dankzij het brouwproces bevatte bier geen bacteriën meer, in tegenstelling tot het dikwijls zwaar vervuilde drinkwater. Het thuis brouwen maakte vanaf de 12de eeuw stilaan plaats voor een meer professionele aanpak. Tijdens de industrialisatie van de 19de eeuw was de omschakeling naar stoomkracht voor veel kleine brouwerijen te duur. Pas na de Eerste Wereldoorlog werd het pilsbier populair. Maar het aantal brouwerijen nam razendsnel af, zeker na de Tweede Wereldoorlog. In het begin van de twintigste eeuw waren er ongeveer 3.000 brouwerijen. Maar tegen 1960 was dat aantal gezakt tot amper een honderdtal. De productie én appreciatie van artisanale bieren stond onder druk. Sinds 1975 en vooral sinds de jaren 1990 kunnen we spreken van een ware heropleving. Sinds 1980 steeg de verhouding artisanale en speciale bieren van 10 naar meer dan 30%. Vandaag zijn er in België 244 brouwerijen en 142 bierfirma’s. Zij brouwen samen ruim 1850 verschillende bieren.’

Biersommelier Sofie Vanrafelghem: ‘Drie clichés over bier van de toog geveegd’

Sofie Vanrafelghem
‘Internationale bierdag is het ideale moment om een aantal clichés van de toog te vegen’, zegt Sofie Vanrafelghem, master biersommelier. ‘Vaak denkt men dat Belgen niet trots zijn op hun biercultuur. Toch vindt 90% van de Belgische bierdrinkers dat bier uit eigen land beter is dan buitenlands bier. In Nederland is dat slechts 1 op de 5. Belgen zijn op zich dus echt wel trots op hun nationale streekproduct, al pakken ze daar niet altijd mee uit. Ze zullen bijvoorbeeld niet snel bier bestellen in een gastronomisch restaurant, ze genieten liefst ’s avonds in de zetel van hun favoriete bier. Dat brengt ons bij een tweede cliché: bier is niet verfijnd. Bier kampt inderdaad al jaren met een imagoprobleem. Onterecht, want het is een geraffineerd product, resultaat van een eeuwenoud ambacht en geen fabrieksproduct zoals jammer genoeg nog altijd de gangbare opinie is. Als biersommelier streef ik er al jaren naar om bier naar het culinaire niveau te tillen dat het verdient. Dat imago evolueert positief, maar er is nog veel werk aan de winkel. Een uitgebreide keuze aan bier op restaurant zou bijvoorbeeld een evidentie moeten zijn, toch word je nog vaak scheef bekeken als je bier bestelt in een gastronomische omgeving. In twee op de drie horecazaken tref je bier niet op hetzelfde niveau als wijn. De keuze is beperkt en het personeel heeft weinig tot geen kennis van de rijke biercultuur. Een derde hardnekkig cliché is dat bier een mannendrank is en vrouwen enkel zoete fruitbieren drinken. Ook dat klopt niet. Onderzoek heeft immers aangetoond dat drie Belgische vrouwen op de vier minstens één keer per maand bier drinken. Bovendien kiest slecht 20% van de vrouwen voor fruitbier. Het is al langer aangetoond dat gendermarketing in bierreclames zijn doel mist. Vrouwen houden van verschillende bierstijlen, net als mannen. Alleen maakt onbekend vaak onbemind.’

25 juli 2017

Expert in de kijker: Hilde Lamers: ‘Tegen 2060 is het aantal mensen met dementie verdubbeld’

Hilde Lamers
We leven steeds langer, maar de vergrijzing brengt een hoop maatschappelijke uitdagingen met zich mee, zoals dementie, met de ziekte van Alzheimer als meest voorkomende vorm. Op 21 september is het Werelddag dementie. “Elke 4 seconden krijgt iemand ergens ter wereld dementie”, zegt Hilde Lamers, directeur van Alzheimer Liga Vlaanderen vzw. “De kans is dan ook 1 op 5 dat iemand in zijn leven dementie krijgt. Leeftijd is daarbij de belangrijkste risicofactor. In Vlaanderen hebben naar schatting 122.000 mensen dementie. Men verwacht dat dat aantal als gevolg van de vergrijzing tegen 2060 verdubbeld zal zijn. Het taboe rond dementie vermindert wel, maar er zijn nog steeds maatschappelijke clichés die de levenskwaliteit van mensen met de aandoening aantasten. Ze worden bijvoorbeeld nog vaak betutteld, uitgesloten of minder ernstig genomen.”

Een specifieke vorm van dementie is jongdementie, waarbij de patiënt symptomen en een diagnose krijgt vóór 65 jaar. Hilde Lamers: “Het aantal mensen met jongdementie in België varieert tussen 3000 en 12000. Het duurt gemiddeld vierenhalf jaar voordat de diagnose jongdementie wordt gesteld. Bij jonge mensen worden de klachten immers sneller geassocieerd met drukte op het werk of problemen in het gezin. Men denkt eerder aan stress, burn-out, relatieproblemen of een depressie.”

“De diagnose ‘dementie’ heeft een grote impact op de patiënten zelf én op die van hun naaste omgeving. Omgaan met beginnende dementie is dan ook niet evident. Men gaat eerst door een rouwproces. Aanvaarding is een belangrijke eerste stap. Omdat het kortetermijngeheugen eerst begint te falen wordt structuur erg belangrijk. Het is ook belangrijk om sociale contacten te onderhouden. Voor een persoon met dementie kunnen de aanwezigheid en nabijheid van vroegere bekenden immers ontzettend waardevol zijn. In Vlaanderen bestaan verschillende ondersteuningsvormen, maar 70% van de mensen met dementie woont thuis en wordt verzorgd door naaste familie of omgeving. Die mantelzorgers verlenen doorlopend hulp aan de hulpbehoevende. Van een mantelzorger wordt tact, geduld, inlevingsvermogen en aanpassingsvermogen gevraagd. Mantelzorg kan vreugde of voldoening geven, maar kan ook zeer intensief en zwaar zijn, zowel lichamelijk als geestelijk. Mantelzorgers en familieleden hebben daarom behoefte aan lotgenotencontact. De Alzheimer Liga Vlaanderen helpt daarbij.”

20 september 2017

Expert in de kijker: Professor Eva Lievens over auteursrecht

Eva Lievens
Professor Eva Lievens, docent Recht & Technologie aan UGent: “Auteursrecht is een recht dat wordt toegekend aan iemand die een origineel idee op een concrete manier vormgeeft. Enkel ideeën met een duidelijke persoonlijke stempel van de auteur worden beschermd. Er moet ook sprake zijn van originaliteit, wat we een ‘eigen intellectuele schepping’ noemen. Auteursrechten bestaan voor allerlei producten, zoals boeken, muziek, teksten, films, foto’s, schilderijen,... Via auteursrecht kan een auteur zelf beslissen wat er met zijn werk gebeurt en hij kan daar ook een vergoeding voor vragen. Er bestaan ook nog andere rechten die van toepassing kunnen zijn, zoals verbodsrechten, morele rechten, naburige rechten, vermogensrechten… Auteursrecht geldt ook op het internet. Men mag dus niet zomaar foto’s, films of muziek kopiëren of delen via netwerken of sociale media zonder toestemming van de auteur. Via de zoekinstellingen van zoekmachines kan je wel op zoek gaan naar informatie, foto’s of beelden die rechtenvrij zijn. Dat kan bijvoorbeeld via een ‘Creative Commons’-licentie. Een CC-licentie laat een auteur toe om zelf aan te geven op welke manier zijn werk mag worden gebruikt, bijvoorbeeld naam vermelden, niet gebruiken voor commerciële doeleinden, vrij delen,... Deze licentie kan je gemakkelijk herkennen aan een CC-symbooltje. Voor andere content blijft de gouden regel: vraag toestemming aan de auteur of betaal de vergoeding waarop de auteur recht heeft. Slechts in een bepaald aantal nauwkeurig omschreven gevallen is er geen toestemming van de auteur nodig, bijvoorbeeld in het geval van citaatrecht, parodie en uitzonderingen in het kader van onderwijs & onderzoek. Het auteursrecht geldt tot 70 jaar na het overlijden van de auteur. Na afloop van de beschermingstermijn komen de werken terecht in het ‘publiek domein’, vanaf dan mag iedereen de werken vrij gebruiken.”

6 november 2017