Experten inteviews

Thema in de kijker: Foto’s op sociale media: wat is hun impact en hoe springen we ermee op?

Post u ook wel eens een foto van alcohol op sociale media? Hoeveel selfies nam u dit jaar? Sociale media én onze smartphone zijn niet meer weg te denken uit ons leven. Professor Kathleen Buellens doet onderzoek naar de impact van alcoholfoto’s op sociale media en smartphonefotografe Vicky Bogaert analyseert hoe we vandaag met onze smartphonecamera omspringen en wat de valkuilen zijn.

Professor Kathleen Beullens: “Alcohol posten op sociale media doet drinken”

Kathleen Beullens
Professor Kathleen Beullens, verbonden aan de School voor Massacommunicatieresearch (OE) van de KU Leuven, onderzoekt de impact van alcoholfoto’s op sociale media op de samenleving, en dan vooral op jongeren. “Er zijn bijzonder veel referenties naar alcoholgebruik op sociale media. Dat komt omdat we daar voornamelijk leuke gebeurtenissen delen, die vaak gevierd worden met alcohol. Alcoholgebruik wordt op sociale media bijna uitsluitend getoond in een positieve context, terwijl de negatieve effecten ervan nauwelijks zichtbaar zijn. Bovendien krijgen mensen die een foto posten vaak positieve reacties van vrienden. De blootstelling aan dergelijke berichten kan op termijn zorgen voor positievere normen en attitudes ten opzichte van alcoholgebruik, wat op zijn beurt kan leiden tot een frequenter gebruik. Vooral voor jongeren is die impact niet te onderschatten, vrienden zijn een belangrijk deel van hun leven. Uit ons onderzoek blijkt dat 68 % van de jongeren minstens één keer per jaar iets over alcohol post op sociale media. 13 % doet het enkele keren per maand, 2 % minstens één keer per week. In ons onderzoek proberen we na te gaan welke effecten de blootstelling aan dergelijke berichten bij jongeren heeft op lange termijn, bij welke jongeren deze het sterkst optreden en hoe we deze effecten kunnen verklaren. Hiervoor voeren we longitudinaal onderzoek waarbij we Vlaamse jongeren volgen doorheen de tijd.”

Smartphonefotografe Vicky Bogaert: “Sociale media als Instagram bepalen zelf wie welke foto’s ziet”

Vicky Bogaert
Vicky Bogaert is meester in de Beeldende kunsten en gespecialiseerd in smartphonefotografie. “Vandaag neemt zowat iedereen smartphonefoto’s. In mijn workshops smartphonefotografie is het publiek zeer divers: oudere mensen die een nieuwe smartphone hebben en daar hun reizen mee willen vastleggen, jonge ouders die hun kinderen willen fotograferen, creatievelingen die smartphonefoto’s inzetten om (semi)professionele redenen, … De smartphone heb je dan ook altijd bij de hand en de camera is handig in gebruik. De laatste jaren is de kwaliteit van die camera’s enorm verbeterd, maar toch blijft fotograferen met de smartphonecamera technisch veel beperkter. De lens en de sensor zijn kleiner, waardoor je bij weinig licht geen goede foto kan maken. De resolutie is ook beperkter, daar moet je rekening mee houden. Je kan je foto niet oneindig vergroten en inzoomen is sowieso uit den boze. Hét populairst zijn natuurlijk de selfies. Zelfportretten zijn in de kunst al eeuwen een interessant gegeven, maar bij de selfie is het door de korte afstand tussen camera en onderwerp moeilijk om een interessante kadrering te gebruiken. Vandaag nemen veel mensen ook heel veel foto’s: kwantiteit gaat vaak boven kwaliteit. Dat is op zich niet zo erg, maar er wordt nadien niet veel gedaan met die overvloed aan beelden. Dat is jammer, want de dragers waarop we onze digitale bestanden bewaren gaan niet eeuwig mee. Dus een hard copy van die mooie momenten is eigenlijk geen overbodige luxe. Ik pleit ook graag voor bewuster fotograferen: wat meer de tijd nemen voor een boeiende compositie en het aantal foto’s wat beperken. En laat je zeker niet leiden door likes: een sociaal medium als Instagram bepaalt zelf wie je foto’s kan zien, dat is maar een beperkt deel van je volgers. Door de algoritmes die aldoor veranderen, wordt Instagram soms te veel binnen een duidelijk afgelijnd plaatje gehouden, en speelt het vooral in op trends, eerder dan ieders individuele beeldtaal en kijk te vieren, … een gemiste kans voor échte creativiteit.”

3 januari 2018

Expert in de kijker

Fatma Cosar, consulente ondernemen: ‘Vluchtelingen die willen ondernemen hebben specifieke begeleiding nodig’

Fatma Cosar
Fatma Cosar is consulente ondernemen bij Stebo vzw. Ze werkt onder meer aan het project ‘AZO!’ AZO! ondersteunt vluchtelingen die in Vlaanderen willen ondernemen. Fatma Cosar: “Onze potentiële starters hebben vaak heel weinig inzicht in onze manier van denken en handelen op het vlak van ondernemerschap. Zij hebben ondersteuning nodig op verschillende domeinen: keuzes maken, plannen, organiseren, overtuigen, een netwerk opbouwen, boekhouding doen, btw-verplichtingen nakomen, belastingen opvolgen, kansen zien, meerwaarde aanbieden ten opzichte van de concurrenten, ... Hun valkuil is dat zij de vraag en het aanbod niet op elkaar kunnen afstemmen. Cultuurverschillen spelen hier zeker een belangrijke rol. Daar komt nog bij dat zij vaak ook geen netwerk hebben, buiten hun eigen landgenoten. Dat maakt het voor hen extra moeilijk om hun product of dienstverlening bekend te maken aan een ruimer doelpubliek, wat in Vlaanderen wel belangrijk is. Samen met verschillende partners (Syntra, Stebo, Exchange, UNIZO, Zenitor, Microstart, Idrops, Starterslabo, Smart) proberen wij vluchtelingen die willen ondernemen te ondersteunen. Enerzijds geven wij de theoretische omkadering van hun projectidee mee en anderzijds gaan wij hen daadwerkelijke ondersteunen tijdens het ondernemen.”

23 november 2017

Expert in de kijker: Professor Eva Lievens over auteursrecht

Eva Lievens
Professor Eva Lievens, docent Recht & Technologie aan UGent: “Auteursrecht is een recht dat wordt toegekend aan iemand die een origineel idee op een concrete manier vormgeeft. Enkel ideeën met een duidelijke persoonlijke stempel van de auteur worden beschermd. Er moet ook sprake zijn van originaliteit, wat we een ‘eigen intellectuele schepping’ noemen. Auteursrechten bestaan voor allerlei producten, zoals boeken, muziek, teksten, films, foto’s, schilderijen,... Via auteursrecht kan een auteur zelf beslissen wat er met zijn werk gebeurt en hij kan daar ook een vergoeding voor vragen. Er bestaan ook nog andere rechten die van toepassing kunnen zijn, zoals verbodsrechten, morele rechten, naburige rechten, vermogensrechten… Auteursrecht geldt ook op het internet. Men mag dus niet zomaar foto’s, films of muziek kopiëren of delen via netwerken of sociale media zonder toestemming van de auteur. Via de zoekinstellingen van zoekmachines kan je wel op zoek gaan naar informatie, foto’s of beelden die rechtenvrij zijn. Dat kan bijvoorbeeld via een ‘Creative Commons’-licentie. Een CC-licentie laat een auteur toe om zelf aan te geven op welke manier zijn werk mag worden gebruikt, bijvoorbeeld naam vermelden, niet gebruiken voor commerciële doeleinden, vrij delen,... Deze licentie kan je gemakkelijk herkennen aan een CC-symbooltje. Voor andere content blijft de gouden regel: vraag toestemming aan de auteur of betaal de vergoeding waarop de auteur recht heeft. Slechts in een bepaald aantal nauwkeurig omschreven gevallen is er geen toestemming van de auteur nodig, bijvoorbeeld in het geval van citaatrecht, parodie en uitzonderingen in het kader van onderwijs & onderzoek. Het auteursrecht geldt tot 70 jaar na het overlijden van de auteur. Na afloop van de beschermingstermijn komen de werken terecht in het ‘publiek domein’, vanaf dan mag iedereen de werken vrij gebruiken.”

6 november 2017

Thema in de kijker: Wereldstotterdag op 22 oktober

Sinds 1998 wordt jaarlijks op 22 oktober de 'Wereldstotterdag' georganiseerd. “Stotteren is een fysiek probleem, wetenschappers vermoeden dat er ook een genetische component meespeelt”, zegt docente Sabine Van Eerdenbrugh. “Wereldwijd ligt het stotterpercentage op 1% van de bevolking”, zegt logopediste Joyce Neyt, zij stotterde zelf tussen haar 4 en 14 jaar. Volgens logopediste Katrien Stinders ligt de piekleeftijd waarop het stotteren bij de meeste kinderen begint rond de 3 à 4 jaar.

Sabine Van Eerdenbrugh: “Stotteren is een fysiek probleem”

Sabine Van Eerdenbrugh
“Ondanks wetenschappelijk onderzoek is het nog steeds niet helemaal duidelijk wat de oorzaak van stotteren is”, zegt Sabine Van Eerdenbrugh, docente logopedie en audiologie aan Thomas More. “Men vermoedt wel dat het een probleem is van de verbinding in de hersenen tussen gebieden die instaan voor het spreken. Daardoor raakt de planning en uitvoering van de spraakbewegingen verstoord. Stotteren is dus een fysiek probleem. Angst of stress kunnen het wel verergeren. Er wordt ook aangenomen dat stotteren veroorzaakt wordt door een genetische component, maar hoe die wordt doorgegeven is nog niet duidelijk. Stotteren ontstaat meestal wanneer kinderen woorden samenvoegen tot korte zinnen, het kan plots of geleidelijk ontstaan. Het beste wat ouders kunnen doen is een geïnteresseerde luisteraar zijn en een normaal gesprek proberen te voeren. Het is ook belangrijk om tijdig een therapie op te starten. Een stotterbehandeling heeft immers het meest effect op jonge leeftijd (tot 6 jaar). Onderzoek wijst uit dat opgroeiende kinderen vaak negatieve ervaringen opdoen door het stotteren, ze zijn ook vaker het mikpunt van pestgedrag. Ook volwassen personen die stotteren hebben zeven keer meer kans op het ontwikkelen van een sociale angststoornis. Het stotteren zorgt er bijvoorbeeld voor dat ze situaties of personen angstvallig en buitenproportioneel gaan vermijden.”

Joyce Neyt: “Probeer zeker niet te raden wat de persoon die stottert wil zeggen”

Joyce Neyt
Logopediste Joyce Neyt is niet alleen gespecialiseerde logopediste in stotteren, maar ze is ook ervaringsdeskundige. Van haar vierde tot haar veertiende jaar stotterde Joyce Neyt hevig. Dankzij een intensieve training in een gespecialiseerd centrum kwam ze van het stotteren af. Ondertussen studeerde ze zelf enkele jaren geleden aan de Gentse universiteit af als logopediste. Ze is de eerste vrouw met een spraakgebrek in België die daarin slaagde. “Wereldwijd ligt het stotterpercentage op 1% van de bevolking. Dat is heel wat, en toch is stotteren vandaag nog te vaak taboe. In onze maatschappij moet het steeds sneller en efficiënter vooruitgaan en dat is voor mensen die stotteren erg lastig. Heb je een stotterend persoon in de vriendengroep of familie, vraag dan gewoon wat hij of zij wil dat je doet. Meestal kan je best gewoon de persoon die stottert aankijken en hem of haar de tijd geven om te zeggen wat hij/zij wil. Probeer zeker niet te raden wat hij/zij wil zeggen, want als het fout is, kost het nog extra moeite om te verbeteren. De stottertherapie richt zich vandaag steeds vaker op verschillende vlakken tegelijkertijd: de cognities en emoties, de sociale impact én op de verbaal-motorische aspecten. Dit alles om het algemene dagelijkse functioneren te optimaliseren. Het is belangrijk dat een persoon die stottert zich in het dagelijkse leven niet laat tegenhouden door het stotteren en dus alles durft, maar daarnaast is het ook belangrijk dat een persoon die stottert inzicht krijgt in het spraakproces en weet hoe dit te beïnvloeden.”

Katrien Stinders: “Niemand spreekt echt vloeiend”

V
“Mensen die perfect vloeiend spreken bestaan niet”, zegt Katrien Stinders van Logopediepraktijk De Ladder. “Vloeiend praten houdt in dat je praat met normale snelheid, zonder haperingen of ‘onvloeiendheden’, met een normaal ritme en zonder overmatige fysieke of mentale inspanning. Natuurlijk voldoet niemand hier ooit aan. Zelfs de meest vlotte spreker moet wel eens zoeken naar woorden. Kinderen die niet stotteren vertonen 6 à 8 onvloeiendheden per 100 lettergrepen. Volwassenen maken er een 5-tal per 100 lettergrepen. Hardop lezen doen volwassenen tegen 150 à 200 woorden per minuut. Kinderen praten een stuk trager, al is de spreeksnelheid in een mensenleven het hoogst in de puberteit. Als vlot spreken wél moeite begint te kosten of er te veel onvloeiendheden opduiken die niet zomaar onder controle te brengen zijn, dan kan het gaan om een ‘vloeiendheidsstoornis'. Dan zijn er nog twee mogelijkheden: stotteren of broddelen. Men zou stotteren eenvoudig kunnen omschrijven als een ongewilde verstoring in de vloeiende opeenvolging van de spraakklanken. De spreker maakt daarbij onvrijwillige klank- of lettergreepherhalingen, verlengt klanken of blokkeert op klanken. Stotteren begint vrijwel altijd op jonge leeftijd, bijna steeds voor de leeftijd van 9 jaar. De piekleeftijd waarop het bij de meeste kinderen opduikt, ligt rond de 3 à 4 jaar.”

20 oktober 2017

Thema in de kijker

1 oktober: dag van de koffie

Weinig dranken zijn zo veelbesproken als koffie. Bio-ingenieur Isabel Vertriest van WWF en voedingsexperte Birgit Gilis delen hun expertise naar aanleiding van de dag van de koffie op 1 oktober.

Isabel Vertriest: “Klimaatopwarming is een reële bedreiging voor de koffieplantages”

Isabel Vertriest
“Ongeveer 125 miljoen mensen over de hele wereld zijn voor hun bestaan afhankelijk van koffie. 25 miljoen kleine boeren produceren 80% van het wereldwijde koffieaanbod” zegt Isabel Vertriest, International Programs Director bij WWF Belgium. “De wereldwijde koffieconsumptie is de voorbije 40 jaar verdubbeld van 4,2 miljoen ton in 1970 tot 8,8 miljoen ton in 2014. Koffie is van oorsprong een bosplant uit Ethiopië, en is in principe een schaduwplant. In de jaren ‘70 en ‘80 heeft men op de koffieplantages echter veel schaduwbomen gekapt zodat er meer koffieplanten konden groeien en de productie kon opgedreven worden. Het wegkappen van het bos betekende uiteraard een groot verlies aan biodiversiteit. Bovendien rijpt koffie die in de zon groeit te snel, waardoor de kwaliteit daalt. Koffie wordt vandaag gekweekt in meer dan 70 landen, maar meer dan 60 % van het wereldwijde koffieaanbod is afkomstig uit Brazilië, Vietnam, Colombia en Indonesië. Door de klimaatopwarming verkleint echter het areaal voor goede koffie. Daarom moet er dringend geïnvesteerd worden in een betere bescherming tegen de groeiende extreme weersomstandigheden zoals droogte en overvloedige regen door het aanplanten van schaduwbomen en herbebossing. Fairtrade koffie wordt gelukkig steeds populairder. Over de hele wereld kweken fairtrade koffieboeren koffie op meer dan 1 miljoen hectare. Zij produceren naar schatting 550.000 ton koffie. De fairtrade premie levert waardevol bijkomend kapitaal dat boerenorganisaties de kans biedt om opnieuw te investeren in verbeterde infrastructuur, diensten voor boeren zoals vorming over betere landbouwtechnieken of krediet- en financiële diensten, maar ook om contante betalingen te ondersteunen aan de boeren die problemen hebben op het vlak van voedselzekerheid of andere basisbehoeften.”

Birgit Gilis: “Koffie brengt ons lichaam in een vicieuze cirkel”

Birgit Gilis
“Op drukke en/of stressvolle momenten – voor veel mensen is dat tijdens de werkweek – hebben veel mensen de neiging om zichzelf te ‘besturen’ door middel van voedingsmiddelen”, zegt voedingsexperte Birgit Gilis. “Wie zich wat moe voelt, of voelt dat hij zijn focus verliest, grijpt nogal graag naar een koffie. Het is wetenschappelijk bewezen dat het drinken van koffie onder meer adrenaline vrijgeeft in het bloed. Daardoor krijgt men inderdaad tijdelijk een betere focus, maar de cafeïne beïnvloedt ook die plaatsen in de hersenen die een signaal geven dat men aan een werkpauze toe is. Die hersenfuncties worden als het ware ‘verdoofd’. Mensen voelen de signalen van hun lichaam niet meer aan en gaan ‘over the top’. Bijkomend probleem is dat wie te veel koffie drinkt, ook ’s avonds moeilijk kan ontspannen door al die adrenaline. Vaak grijpt men dan weer naar andere voedingsmiddelen om het effect van de koffie te neutraliseren, zoals alcohol of suikers. Zo geraakt men in een vicieuze cirkel die op lange termijn nadelige effecten kan hebben op de gezondheid.”

27 september 2017

Expert in de kijker: Hilde Lamers: ‘Tegen 2060 is het aantal mensen met dementie verdubbeld’

Hilde Lamers
We leven steeds langer, maar de vergrijzing brengt een hoop maatschappelijke uitdagingen met zich mee, zoals dementie, met de ziekte van Alzheimer als meest voorkomende vorm. Op 21 september is het Werelddag dementie. “Elke 4 seconden krijgt iemand ergens ter wereld dementie”, zegt Hilde Lamers, directeur van Alzheimer Liga Vlaanderen vzw. “De kans is dan ook 1 op 5 dat iemand in zijn leven dementie krijgt. Leeftijd is daarbij de belangrijkste risicofactor. In Vlaanderen hebben naar schatting 122.000 mensen dementie. Men verwacht dat dat aantal als gevolg van de vergrijzing tegen 2060 verdubbeld zal zijn. Het taboe rond dementie vermindert wel, maar er zijn nog steeds maatschappelijke clichés die de levenskwaliteit van mensen met de aandoening aantasten. Ze worden bijvoorbeeld nog vaak betutteld, uitgesloten of minder ernstig genomen.”

Een specifieke vorm van dementie is jongdementie, waarbij de patiënt symptomen en een diagnose krijgt vóór 65 jaar. Hilde Lamers: “Het aantal mensen met jongdementie in België varieert tussen 3000 en 12000. Het duurt gemiddeld vierenhalf jaar voordat de diagnose jongdementie wordt gesteld. Bij jonge mensen worden de klachten immers sneller geassocieerd met drukte op het werk of problemen in het gezin. Men denkt eerder aan stress, burn-out, relatieproblemen of een depressie.”

“De diagnose ‘dementie’ heeft een grote impact op de patiënten zelf én op die van hun naaste omgeving. Omgaan met beginnende dementie is dan ook niet evident. Men gaat eerst door een rouwproces. Aanvaarding is een belangrijke eerste stap. Omdat het kortetermijngeheugen eerst begint te falen wordt structuur erg belangrijk. Het is ook belangrijk om sociale contacten te onderhouden. Voor een persoon met dementie kunnen de aanwezigheid en nabijheid van vroegere bekenden immers ontzettend waardevol zijn. In Vlaanderen bestaan verschillende ondersteuningsvormen, maar 70% van de mensen met dementie woont thuis en wordt verzorgd door naaste familie of omgeving. Die mantelzorgers verlenen doorlopend hulp aan de hulpbehoevende. Van een mantelzorger wordt tact, geduld, inlevingsvermogen en aanpassingsvermogen gevraagd. Mantelzorg kan vreugde of voldoening geven, maar kan ook zeer intensief en zwaar zijn, zowel lichamelijk als geestelijk. Mantelzorgers en familieleden hebben daarom behoefte aan lotgenotencontact. De Alzheimer Liga Vlaanderen helpt daarbij.”

20 september 2017

Thema in de kijker: 4 augustus is internationale bierdag

Maudgal Krishan: ‘De bierdrinker van vandaag is een meerwaardezoeker’

Maudgal Krishan
“Vandaag heerst bij ons de trend ‘drink less, taste more’. Het aantal liter bier dat jaarlijks per hoofd in België wordt geconsumeerd is op 25 jaar tijd van 130 naar 72 liter gedaald. Maar het gamma speciaalbieren is populairder geworden ” Dat zegt Maudgal Krishan, zaakvoerder van Maudgal int. en BeerAgency en daardoor betrokken in verschillende projecten van individuele brouwerijen, bier- en brouwersverenigingen. “Belgisch bier is vandaag heel populair, maar is onderhevig geweest aan veranderende marktomstandigheden. Dat komt onder meer omdat het consumentengedrag grondig gewijzigd is. Zo is het maatschappelijk niet meer verantwoord om meer dan een glas bier na elkaar te hijsen. Anderzijds heeft de hardwerkende Belg meer dan vroeger nood aan een moment van ontspanning. Een moment waar hij zichzelf verwent door een goed glas bier te drinken. Dat verklaart meteen ook de populariteit van het hele gamma speciaalbieren. De bierdrinker van vandaag is een meerwaardezoeker. Hij drinkt nog vaak zijn favoriete pils, maar is zich ook bewust van het hele pallet daarnaast aan smaken, kleuren, stijlen en aroma’s. Bier wordt vandaag gedronken in functie van het consumptiemoment en het gezelschap waarin men zich bevindt. Belgisch bier is trouwens een zeer sterk merk geworden. De brouwers in België hebben hun brouwtechnieken en -installaties steeds verder verfijnd, maar ze hebben ondertussen ook hun merk ook op (inter)nationaal vlak opgebouwd. Bieren die in het verleden enkel verkocht werden onder de kerktoren, worden nu in landen over de hele wereld verkocht. Zo is het Belgisch bier uitgegroeid tot een heus merk dat vertrouwen uitstraalt, en dat staat voor een enorme diversiteit, authenticiteit en geloofwaardigheid.”

Chantal Bisschop: ‘Vandaag zijn er ruim 1850 verschillende Belgische bieren’

Chantal Bisschop
De UNESCO heeft de Belgische biercultuur in november 2016 opgenomen in de Representatieve Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid. De erkenning is eerder symbolisch maar is wel een morele opsteker voor de inspanningen om de kennis en ervaring te bewaren en aan de volgende generaties door te geven. Chantal Bisschop, stafmedewerker immaterieel erfgoed bij het Centrum Agrarische Geschiedenis vzw (CAG), werkte samen met brouwers, zythologen, bierliefhebbers en collega-erfgoedorganisaties mee aan het voorbereidend dossier. ‘Wat bij de UNESCO-commissie vooral in de smaak viel, waren de maatregelen die genomen worden om de biercultuur te beschermen, zoals professionele opleidingen, promotie en de oprichting van een observatorium ter bewaking van de diversiteit van de brouwkunst.’ Chantal verdiepte zich in de historiek van bier. ‘De eerste sporen van bier vinden we terug in de Oudheid. In de vroege Middeleeuwen brouwden vrouwen thuis voor eigen consumptie. Vanaf de 8ste eeuw ontstonden dorps- en abdijbrouwerijen. Dankzij het brouwproces bevatte bier geen bacteriën meer, in tegenstelling tot het dikwijls zwaar vervuilde drinkwater. Het thuis brouwen maakte vanaf de 12de eeuw stilaan plaats voor een meer professionele aanpak. Tijdens de industrialisatie van de 19de eeuw was de omschakeling naar stoomkracht voor veel kleine brouwerijen te duur. Pas na de Eerste Wereldoorlog werd het pilsbier populair. Maar het aantal brouwerijen nam razendsnel af, zeker na de Tweede Wereldoorlog. In het begin van de twintigste eeuw waren er ongeveer 3.000 brouwerijen. Maar tegen 1960 was dat aantal gezakt tot amper een honderdtal. De productie én appreciatie van artisanale bieren stond onder druk. Sinds 1975 en vooral sinds de jaren 1990 kunnen we spreken van een ware heropleving. Sinds 1980 steeg de verhouding artisanale en speciale bieren van 10 naar meer dan 30%. Vandaag zijn er in België 244 brouwerijen en 142 bierfirma’s. Zij brouwen samen ruim 1850 verschillende bieren.’

Biersommelier Sofie Vanrafelghem: ‘Drie clichés over bier van de toog geveegd’

Sofie Vanrafelghem
‘Internationale bierdag is het ideale moment om een aantal clichés van de toog te vegen’, zegt Sofie Vanrafelghem, master biersommelier. ‘Vaak denkt men dat Belgen niet trots zijn op hun biercultuur. Toch vindt 90% van de Belgische bierdrinkers dat bier uit eigen land beter is dan buitenlands bier. In Nederland is dat slechts 1 op de 5. Belgen zijn op zich dus echt wel trots op hun nationale streekproduct, al pakken ze daar niet altijd mee uit. Ze zullen bijvoorbeeld niet snel bier bestellen in een gastronomisch restaurant, ze genieten liefst ’s avonds in de zetel van hun favoriete bier. Dat brengt ons bij een tweede cliché: bier is niet verfijnd. Bier kampt inderdaad al jaren met een imagoprobleem. Onterecht, want het is een geraffineerd product, resultaat van een eeuwenoud ambacht en geen fabrieksproduct zoals jammer genoeg nog altijd de gangbare opinie is. Als biersommelier streef ik er al jaren naar om bier naar het culinaire niveau te tillen dat het verdient. Dat imago evolueert positief, maar er is nog veel werk aan de winkel. Een uitgebreide keuze aan bier op restaurant zou bijvoorbeeld een evidentie moeten zijn, toch word je nog vaak scheef bekeken als je bier bestelt in een gastronomische omgeving. In twee op de drie horecazaken tref je bier niet op hetzelfde niveau als wijn. De keuze is beperkt en het personeel heeft weinig tot geen kennis van de rijke biercultuur. Een derde hardnekkig cliché is dat bier een mannendrank is en vrouwen enkel zoete fruitbieren drinken. Ook dat klopt niet. Onderzoek heeft immers aangetoond dat drie Belgische vrouwen op de vier minstens één keer per maand bier drinken. Bovendien kiest slecht 20% van de vrouwen voor fruitbier. Het is al langer aangetoond dat gendermarketing in bierreclames zijn doel mist. Vrouwen houden van verschillende bierstijlen, net als mannen. Alleen maakt onbekend vaak onbemind.’

25 juli 2017

Expert in de kijker:

Bioloog Heleen Verlinden: “Insecten bestuderen kan mensen helpen en bepaalde ziektes helpen bestrijden”

Heleen Verlinden2
Heleen Verlinden in doctor in de biologie aan de KULeuven. Ze werkt op de afdeling dierenfysiologie en neurobiologie en is gespecialiseerd in insecten. Als onderzoekster spitst ze zich toe op verschillende projecten. “Momenteel doen we onder meer onderzoek naar specifiekere pesticiden die inwerken op neuropeptide receptoren van insecten. Zo proberen we specifieke insecten te viseren met pesticiden en de goede insecten zoals hommels en bijen te vrijwaren. Specifiekere insecticiden zijn ontzettend belangrijk voor de bestrijding van insectenplagen zoals sprinkhanenzwermen in Afrika, Australië, Azië en Zuid-Amerika, maar ook voor de bestrijding van specifieke muggensoorten die ziektes zoals Zika, Dengue, malaria of Chikungunya verspreiden. Een ander project draait rond het bestuderen van epigenetica. Insecten kunnen helpen om de regulatie van genexpressie door epigenetische mechanismen op verschillende niveaus beter te begrijpen. De woestijnsprinkhaan is bijvoorbeeld een goed model omdat ze een heel uitgesproken fenotypische plasticiteit vertonen afhankelijk van de populatiedensiteit. We bestuderen onder meer hoe een niet-zwermende sprinkhaan zich ontwikkelt tot een zwermvormende sprinkhaan en welke mechanismen hiervoor aan de basis liggen. Dit soort onderzoek kan relevant zijn om bijvoorbeeld beter te begrijpen hoe kankercellen zich ontwikkelen en hoe we de epigenetische marks aan de basis hiervan kunnen veranderen.” Daarnaast werkt Heleen Verlinden ook mee aan een ontwikkelingsproject in Kenia waarbij de mogelijkheid en meerwaarde wordt bestudeert van het zelf kweken en bewaren van sprinkhanen door plaatselijke boeren. “Het eten van sprinkhanen biedt een beter gebalanceerd dieet voor de arme boerengemeenschappen ter plaatse. Bovendien zou het zelf kweken van de insecten kunnen leiden tot een extra inkomen. Momenteel zijn de sprinkhanen een dure delicatesse die enkel tijdens bepaalde seizoenen verkrijgbaar zijn.”

10 juli 2017

Thema in de kijker: samen studeren wordt steeds populairder

Juni staat voor studenten gelijk aan blokken en examenstress. Velen studeren vandaag samen met medestudenten omdat ze het gevoel hebben dat dit hun studieresultaten positief beïnvloedt. Het is een trend die in Vlaanderen alleen maar aan populariteit wint.

Griet Speeckaert: “70 % van de studenten voelt zich minder alleen door samen te studeren”

Griet Speeckaert
“Zowat de helft van de studenten studeert alleen, de andere helft studeert soms samen met anderen op kot, bij vrienden, in de bib of in andere blokpunten”, zegt Griet Speeckaert, coördinator Teleblok bij CM Landsbond. “Vooral kotstudenten blijven liever niet alleen op kot, ze studeren liever samen of gaan tijdens de blok thuis studeren. De voornaamste redenen om samen te studeren zijn sociale motieven. Uit cijfers van Teleblok blijkt dat 70 % van de studenten zich dan minder alleen voelt, 63% vindt dat er meer sociale controle is in blokpunten en 57 % geeft aan dat ze zich in groep gemakkelijker kunnen ontspannen. Wie niet samen studeert, doet dit vooral om individuele redenen, net iets meer dan de helft vindt dat er te veel afleiding is in blokpunten. Vrienden spelen geen belangrijke rol in de keuze om samen of alleen te studeren. De keuze wordt vooral bepaald door de sfeer in een studieruimte, het vak dat gestudeerd moet worden en de resultaten van voorgaande examens. Actief samen een vak studeren kan helpen om leerstof begrijpend te blokken. De studenten die in groep studeren, kunnen immers leerstof aan elkaar uitleggen, vragen stellen en elkaar overhoren.”

Britt Van de Velde: “Netwerk in een emotioneel zware en stressvolle periode”

Britt Van de Velde
“Collectief studeren geeft structuur en sociale controle”, zegt Britt Van de Velde. Ze is studentenpsycholoog aan de Ugent. “Studenten volgen vaak een vast schema van studeren, pauzeren en eten. Deze regelmaat geeft rust en een beter concentratievermogen. Op kot zijn ze vaak sneller afgeleid door leuke dingen zoals facebook of gaming, maar ook door dagdagelijkse taakjes. Daar komt bij dat sommige studenten ‘vluchten’ van een onaangename thuissituatie, zeker als ze niet op kot kunnen of mogen. Door samen te studeren voelen studenten zich ook opgevangen door een netwerk in een examenperiode die emotioneel best zwaar kan zijn. Of samen studeren effectief is, hangt af van de persoonlijkheid van de student. Uitstellers zeggen zich beter te concentreren in een bib in de laatste weken of dagen voor de examens. Vóór deze periode gaat het voor hen vaak beter thuis of op kot, omdat ze nog geen of niet voldoende stress ervaren en sneller een praatje maken met medestudenten. Maar de faalangstige of perfectionistische studenten zullen sneller samen studeren wanneer er nog genoeg tijd is. Eens de examens te dicht komen, willen zij vaak volledige rust kunnen opzoeken. Ze willen immers niet het risico lopen dat er iets mis loopt zoals een bib die gesloten of volzet is of medestudenten die hulp nodig hebben. Sommige studenten melden zelfs dat ze te afhankelijk geworden zijn van het samen studeren. Zo erg zelfs dat thuis of op kot studeren niet leuk of productief meer is. Maar samen studeren is natuurlijk praktisch niet altijd haalbaar.”

12 juni 2017

Expert in de kijker: Theesommelier Jessica Van Humbeeck

 Jessica Van Humbeeck
Jessica Van Humbeeck is gecertificeerd theesommelier. Ze ontwikkelde een eigen theelijn en baat in Aarschot een theewinkel en theewebshop uit. Ze geeft ook zelf basisopleiding tot theesommelier. “Mijn liefde voor thee is begonnen na een opleiding door onder meer de bekende Britse theespecialist Jane Pettigrew, maar de echte vonk is overgeslagen na een intensieve opleiding bij theemeesteres Mei Lan Hsiao. Dankzij haar ben ik officieel ingewijd in de Chinese Tea Arts en mag ik mij een gecertifieerd ‘Tea Sommelier' noemen. Maar eigenlijk duurt een opleiding theesommelier een leven lang. Over thee valt immers veel te vertellen én veel te leren. Iedereen heeft al eens gehoord van zwarte thee, groene thee, witte thee, oolong thee of kruideninfusie. Maar het is heel boeiend om de verschillende aspecten van al die soorten te ontdekken. Zo mag enkel het aftreksel van de theeplant Camellia sinensis ‘thee’ genoemd worden. Groene, witte, gele, zwarte, Oolong, Pu-erh thee en Matcha zijn stuk voor stuk pure theetjes. Andere extracties die niet afkomstig zijn van deze plant horen thuis onder de categorie ‘infusies’. Denk maar aan thee gemengd met vruchten of kruiden, zoals een infusie gemaakt van kamille, kersen, munt of appel. Onder meer de groene thee wint de laatste jaren bij ons duidelijk aan populariteit. Deze gezonde en krachtige thee is erg geliefd in Azië, het theecontinent bij uitstek. Vers geplukte groene theeblaadjes worden gestoomd of verhit en nadien gedroogd. Groene thee is bekend om zijn heilzame werking, een sterk aroma en een natuurlijke grassige smaak.”

5 juni 2017

Thema in de kijker: Onze belastingbrief

De zomer komt eraan, en dat betekent ook dat de belastingbrieven binnenkort weer ingediend moeten worden. Nieuw dit jaar in Tax-on-web is dat de fiscus zelf al bepaalde gegevens heeft ingevuld die opgevraagd zijn bij derden. Voorlopig wordt de privacywetgeving daarmee niet geschonden, zegt experte Sylvie De Raedt. Belastingen berekenen voor vennootschappen blijkt voor velen nog steeds een hobbelig parcours, weet Vera Smets.

“Vooraf ingevulde gegevens schenden privacywet voorlopig niet”

Sylvie De Raedt
Sinds dit jaar zijn een aantal codes, zoals het woonkrediet en de schuldsaldoberekening, vooraf op de belastingbrief ingevuld. “Het vooraf opvragen van gegevens bij andere overheden en bij derden dringt dieper onze privacy binnen dan wanneer we die gegevens zelf zouden invullen. Maar omdat ze noodzakelijk zijn voor de belastingberekening wordt de privacywet hier niet geschonden”. Dat zegt Sylvie De Raedt die net haar doctoraat over het recht op privéleven bij de informatie-inzameling door de fiscale administratie afrondde in de vakgroep Belastingrecht aan de Universiteit Gent. Haar doctoraat is het eerste grondige onderzoek over de conformiteit van de Belgische regels over informatie-inzameling door de fiscale administratie met het recht op privéleven. “De zaken liggen anders voor gegevens die niet noodzakelijk zijn. Die worden momenteel niet vooraf op de belastingbrief ingevuld, maar er wordt wel aan de belastingbetaler gevraagd om zelf dergelijke gegevens in te vullen. Daar kan men zich vanuit privacy-oogpunt ook vragen bij stellen. Ik denk daarbij aan de aangifte van rekeningen in het buitenland. Een ander voorbeeld is dat men moet invullen van wie men onderhoudsgeld krijgt of aan wie men onderhoudsgeld betaalt. Ook dat is eigenlijk overbodige informatie voor de belastingberekening, maar voor de fiscus zijn de gegevens wel interessant voor een eventuele controle nadien. Een belangrijk punt in verband met het vooraf invullen van bepaalde gegevens is dat de belastingbetaler het overzicht moet kunnen blijven houden. Het recht op de bescherming van de persoonsgegevens waarover elke burger beschikt is immers gebaseerd op de gedachte van het zelfbeschikkingsrecht over zijn of haar persoonsgegevens. Als te veel codes al zijn ingevuld, wordt het moeilijker om zelf de controle te houden, een delicate evenwichtsoefening. Bij de belastingbrief zit trouwens wel een privacy statement, maar dat is heel algemeen, en voor leken eigenlijk niet transparant genoeg. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk of de ingevulde gegevens ook gebruikt worden voor datamining en profilering. Vanaf mei 2018 wordt een nieuwe - strengere - Europese verordening rond privacy van kracht, de fiscus zal haar privacy statement voor de aangifte van volgend jaar dan wellicht ook moeten aanpassen.”

“Veel bedrijven moeten geld lenen om belastingen te kunnen betalen”

Vera Smets
Vera Smets runt sinds 1995 als financieel experte haar eigen bedrijf Fincover. Ze wil de brug vormen tussen de financiëlen en de niet-financiëlen in het bedrijfsleven. “Ik bied eerste hulp bij financiën voor financiële leken”, zegt ze. “Via blended learning biedt ze opleidingen op maat van kleine en grote bedrijven. “Ik geef al meer dan 20 jaar financiële cursussen. Daar krijg ik vaak vragen rond winst en belastingen. Een bedrijf betaalt belastingen op zijn winst. Winst is echter een begrip dat weinig ondernemers echt vatten. Ze denken dat het gelijk is aan cash. Heel vaak is dat niet zo. Er zijn genoeg winstgevende bedrijven met cashproblemen. Op winst betaal je altijd belastingen, ook als je geen geld hebt. Triest gevolg... vele bedrijven moeten gaan lenen om hun belastingen te kunnen betalen. De berekening van de effectieve winst van een bedrijf is trouwens niet altijd zo simpel. Bij vennootschappen (bvba’s en NV’s) is de weg van de ‘winst voor belastingen’ naar de ‘winst na belastingen’ vaak nogal hobbelig. Er zijn soms ook grote verschillen tussen verschillende vennootschappen. Veel heeft ermee te maken dat niet alle kosten voor 100% fiscaal aftrekbaar zijn. De aankoop van een elektrische wagen is momenteel bijvoorbeeld voor 120% aftrekbaar, een etentje met klanten is momenteel voor 69 % aftrekbaar. Ook de percentages die de boekhouder gebruikt om de effectieve belastingen te berekenen, kunnen verschillen naargelang je een groot of klein bedrijf hebt. “

5 mei 2017

Expert in de kijker: Ilse Weeghmans: “Patiëntenrechten zijn nog onvoldoende bekend”

Sinds 2002 bestaat er een wet patiëntenrechten om een kwaliteitsvolle en toegankelijke gezondheidszorg te verzekeren. “Toch is die nog te weinig bekend”, zegt Ilse Weeghmans, directeur van het Vlaams Patiëntenplatform. “De wet patiëntenrechten garandeert dat iedere persoon die zorg nodig heeft, meerdere rechten krijgt als patiënt. Zo weet de patiënt wat hij mag verwachten en weet de zorgverlener wat van hem verwacht wordt. Een goede communicatie tussen patiënt en zorgverlener is dan ook een voorwaarde voor kwalitatieve zorg. De wet op patiëntenrechten bestaat ondertussen al 15 jaar, maar is nog te weinig bekend. Wekelijks krijgen wij klachten en vragen binnen van patiënten waaruit dat pijnlijk duidelijk wordt.”
Ilse Weeghmans
“Uit een recente enquête bleek dat 1 op de 5 personen niet op de hoogte is van het bestaan van patiëntenrechten. 1 op de 10 had zelfs nog nooit gehoord over patiëntenrechten. Maar ook bij mensen die weten dat er patiëntenrechten bestaan, is er nog werk aan de winkel. Velen zijn amper op de hoogte van de inhoud ervan. Een ander belangrijk pijnpunt is de werking van de ombudsdiensten voor patiëntenrechten. Van de 201 personen die een klacht hadden over een eestelijnszorgverlener (huisarts, tandarts,…) diende 88% geen klacht in. 81,5% van deze personen heeft ook geen idee waar ze daarmee terecht kunnen. Ook in ziekenhuizen is er nog ruimte voor verbetering: slechts 40% van de bevraagden is tevreden over de klachtverwerking van de ombudsdienst. Als Vlaams Patiëntenplatform pleiten we er dan ook voor om het klachtrecht op te nemen in de hervorming van de eerstelijnszorg.”

18 april 2017

Thema in de kijker: Dag van de alleenstaande ouder op 21 maart

Op 21 maart is het de dag van de alleenstaande ouder. Experts Bea Cantillon en Christine Van Peer waarschuwen voor het armoederisico dat alleenstaande ouders lopen, zowel in België als in andere ‘rijke’ landen van de EU. Vivian Van Bremen is zelf alleenstaande moeder en richtte het netwerk ‘Krachtvrouwen’ op.

‘1 op de 5 eenoudergezinnen maakt kans om in armoede terecht te komen’

Christine Van Peer
Christine Van Peer is sociologe en onderzoekster bij de Studiedienst van de Vlaamse Regering van het Departement Kanselarij en Bestuur. Ze doet onderzoek naar echtscheiding, welbevinden van kinderen en (alleenstaand) ouderschap. ‘Ruim één op de vijf eenoudergezinnen loopt vandaag het risico om in armoede verzeild te geraken’, zegt ze. ‘Alleenstaande ouders vertegenwoordigen 11% van alle huishoudens in de leeftijdsklasse 25-54 jaar. Toch maken zij slechts 3,5 % uit van de werkende bevolking in die leeftijdsgroep. Ze zijn dus ondervertegenwoordigd op de arbeidsmarkt. Zij vormen nochtans een sociologisch belangrijke groep: binnen de gezinnen met kinderen is hun aandeel al uitgegroeid tot 19%. In 2014 lag hun werkzaamheid op de leeftijd tussen 25 en 54 jaar 9 procentpunten lager dan die van samenwonende moeders, maar na de 50 wordt het verschil nog veel groter. In de periode 2012 tot 2014 zagen we bovendien een lichte daling in de werkzaamheid bij 25-54-jarige alleenstaande moeders, terwijl die in die jaren lichtjes verbeterde bij vrouwen in het algemeen en bij moeders met een partner. De afstand tot de arbeidsmarkt voor alleenstaande moeders blijft dus groot, en de kloof met andere moeders en vrouwen in het algemeen lijkt nog toe te nemen. De meest kwetsbare subgroep zijn laaggeschoolde vrouwen met jonge kinderen en vrouwen met geen of beperkte werkervaring die lange tijd alleenstaand blijven. Een te lage netto-verdiencapaciteit en een te moeilijke combinatie arbeid-gezin staat staan arbeidsmarktparticipatie vaak in de weg.’

‘Armoederisico van eenoudergezinnen stijgt in heel Europa’

Bea Cantillon

Bea Cantillon is professor aan de universiteit Antwerpen en directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid. Ze werkte mee aan een recent sociologisch onderzoek naar het armoederisico van eenoudergezinnen in EU-staten met een uitgebreid sociaal vangnet, zoals Oostenrijk, België, Duitsland, Frankrijk, Nederland, Duitsland, Zweden, Finland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Het onderzoek spitste zich toe op werkloze eenoudergezinnen en eenoudergezinnen met een fulltime minimumloon. Cantillon: ‘Uit ons onderzoek blijkt dat de bruto minimumlonen ontoereikend zijn voor alleenstaande ouders. Denemarken en Zweden zijn de enige twee uitzonderingen op deze regel. In de meeste landen is de bruto/netto-verhouding voldoende om de gezinsinkomens van fulltime werkende alleenstaande ouders net boven de armoedegrens te tillen. Behalve in Denemarken, is het sociale vangnet voor werkloze gezinnen in alle onderzochte landen ontoereikend. Met het oog op de bestrijding van armoede onder eenoudergezinnen moeten deze staten vechten tegen werkloosheidsvallen. Het minimuminkomen van werkende en niet-werkende eenoudergezinnen moet omhoog. Sommige landen moeten een toename van het bruto minimumloon overwegen, anderen zullen in de eerste plaats de sociale vangnetten en werkprikkels in evenwicht moeten brengen, terwijl nog een andere groep van landen de lage nettolonen moeten verhogen.’

Jonge weduwen met kinderen vinden steun bij ‘Krachtvrouwen’

Vivian Van Bremen

Vivian van Bremen verloor haar man aan een hartaderbreuk toen ze 41 weken zwanger was van haar jongste zoon. Sindsdien is ze alleenstaande moeder van Mees (2002) en Simon (2005). Ze richtte recent het netwerk ‘Krachtvrouwen’ op om lotgenotes te helpen. Vivian van Bremen: ‘Nadat ik plots mijn man verloor, wist ik echt niet wie ik was zonder hem. Het heeft tijd nodig gehad om alles een plek te geven. Ik vond het heel heftig om het moederschap alleen te dragen. Nu, twaalf jaar later, kan ik zeggen dat ik me heel gelukkig voel samen met mijn twee geweldige zonen. In juni 2016 ontstond mijn idee om een lunch te organiseren voor jonge weduwen. In oktober plaatste ik een oproep op Facebook om weduwen met jonge kinderen te leren kennen en te brainstormen over mijn idee. In een week tijd kreeg ik zoveel reacties, dat ik besloot een Facebookgroep te starten. De vrouwen waren enthousiast en lieten mij weten dat er in België nauwelijks initiatieven zijn voor weduwen met minderjarige kinderen en al helemaal geen online community. Nu, 5 maanden later, hebben 65 weduwen met minderjarige kinderen uit heel Vlaanderen de groep gevonden. Daarom besloot ik een netwerk op te richten: ‘Krachtvrouwen’. Ik voel het als mijn missie om jonge weduwen samen te brengen zodat dat zij hun verdriet verwerken en weer écht kunnen leven. In het online netwerk op Facebook hebben ze de mogelijkheid om ervaringen te delen, vragen te stellen en verhalen te lezen van andere weduwen. Ik heb gemerkt dat er hierdoor ruimte ontstaat om een nieuw pad te kiezen, verdriet te verwerken en oplossingen te vinden voor uitdagingen waar een jonge weduwe dagelijks alleen voor staat.’

17 maart 2017

Thema in de kijker: Internationale Epilepsiedag op 13 februari 2017

Op maandag 13 februari 2017 is het Internationale Epilepsiedag.

‘10 procent van de mensen heeft epilepsie maar het blijft taboe’

Gwendolyn Maris
Gwen Maris van de Epilepsie Liga: ‘Hoewel naar schatting wereldwijd 1 op de 100 mensen epilepsie heeft, merken we dat er nog steeds een taboe rond de aandoening heerst. Wanneer we als Epilepsie Liga bijvoorbeeld op zoek gaan naar een meter of peter voor een project, vinden we geen enkele bekende Vlaming die ervoor durft uit te komen dat hij/zij epilepsie heeft, hoewel we weten dat ze er zijn. Daarom is het belangrijk om dit thema blijvend in de kijker te zetten, onder meer door een jaarlijkse Epilepsiedag.

Mensen met epilepsie vinden moeilijker werk. Om een geldig rijbewijs te halen mag je bijvoorbeeld al een jaar geen aanval meer gehad hebben. Daardoor zijn heel wat jobs al buiten bereik. Werkgevers staan ook niet altijd te springen om iemand met epilepsie aan te nemen, al mogen ze er strikt genomen niet naar vragen. Maar epilepsie wordt ook niet erkend als arbeidshandicap. Alleen mensen met veel aanvallen hebben recht op een uitkering voor ziekte of invaliditeit. Andere epilepsiepatiënten vallen tussen schip en wal.

Ook in relaties ligt epilepsie moeilijk. Mensen weten niet hoe ze hiermee moeten omgaan. Daarom geven we met de Liga veel informatie over hoe je ermee moet omgaan als iemand een aanval krijgt, waar je wel of niet bang voor moet zijn. Epilepsiepatiënten zijn soms bang om kinderen te krijgen, maar epilepsie is meestal niet erfelijk. Iedereen kan van vandaag op morgen epilepsie krijgen. Kinderen van iemand met epilepsie hebben hoogstens een licht verhoogde kans om na een hersenschudding of hersenvliesontsteking epilepsie te krijgen. Gelukkig is er nu steeds meer genetisch onderzoek dat kan nagaan of er een erfelijke vorm van epilepsie in het spel is én mogelijkheden biedt naar aangepastere behandeling.’

‘30 procent epilepsiepatiënten niet geholpen met huidige anti-epileptische geneesmiddelen’

Najat Aourz
Najat Aourz is onderzoekster aan de VUB. Ze schreef een doctoraat over nieuwe aangrijpingspunten voor geneesmiddelen tegen epilepsie: ‘Epilepsie is een vaak voorkomende en ernstige, chronische neurologische aandoening die wordt gekenmerkt door plots optredende en terugkerende aanvallen als gevolg van ongecontroleerde, elektrische ontladingen in de hersenen. Momenteel lijden in de wereld naar schatting 65 miljoen mensen aan epilepsie en de ziekte treft alle bevolkingsgroepen zonder een onderscheid te maken in leeftijd, ras of socio-economische status. Er is nog geen manier gevonden om de ziekte te genezen maar de voorbije decennia werden wel vele nieuwe geneesmiddelen ontwikkeld die bij een deel van de patiënten de symptomen verbeteren. Desondanks reageert tot op heden 30% van de epilepsiepatiënten niet op het huidige arsenaal aan anti-epileptische geneesmiddelen. De identificatie van nieuwe geneesmiddelen met vernieuwde werkingsmechanismen is dus van uiterst belang om de grote groep resistente patiënten te kunnen behandelen. In de onderzoeksgroep Experimentele Farmacologie van de Vrije Universiteit Brussel zijn wij daarom al jaren intensief bezig met deze zoektocht. Door gebruik te maken van verschillende preklinische modellen, hebben wij de voorbije jaren al verschillende moleculen kunnen identificeren die in staat zijn om in de gebruikte modellen de epileptische aanvallen te onderdrukken via nieuwe werkingsmechanismen. Met dit onderzoek proberen we op termijn nieuwe therapieën te ontwikkelen om zo de levenskwaliteit van de epilepsiepatiënten te verbeteren.’

8 februari 2017

Thema in de kijker: Alcohol drinken verhoogt de kans op kanker

(Wereldkankerdag en Tournée Minérale) Op 1 februari start Tournée Minérale. Stichting tegen Kanker en VAD/De Druglijn sporen Belgen aan een maand lang geen alcohol te drinken. Al meer dan 80000 mensen doen mee! Op 4 februari is het ook Wereldkankerdag. Wat weinig mensen weten, is dat alcohol ook de kans op kanker verhoogt.

‘Tournée Minérale maakt ons bewust van ons gewoontegedrag’

Marijs Geirnaert
Marijs Geirnaert is directeur van de VAD (Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen): ‘Alcohol drinken is heel normaal. In 2013 dronk 82% van de Belgen alcohol. Een glas wijn bij het eten, een pint na het sporten, voor velen maakt het deel uit van een (dagelijkse) routine. Toch zijn er heel wat risico’s verbonden aan alcohol, en dat niet alleen voor problematische gebruikers of voor jongeren. Alcohol heeft invloed op bijna alle organen en hangt samen met tweehonderd verschillende aandoeningen. De relatief onschuldige kater is daar één van, maar er zijn ook heel wat ernstigere gezondheidsklachten, zoals black-out, hartklachten, leveraandoeningen en kanker. Vooral dat laatste risico is bij veel drinkers nauwelijks gekend. Daarnaast heeft alcohol ook een negatieve invloed op de kwaliteit van leven: het kan leiden tot slaapproblemen, geheugenproblemen, problemen in relaties en tot verslaving. Redenen genoeg dus om alcohol af en toe eens aan de kant te zetten en bewust te zijn van je gewoontegedrag. Om die reden organiseren we Tournée Minérale: een maand zonder alcohol. Tijdens zo’n periode krijgt het lichaam tijd om te recupereren van je gebruikelijke alcoholconsumptie. Mensen merken in zo’n maand gaandeweg dat ze beter slapen en zich fitter voelen. Ze sparen ook heel wat geld uit en krijgen minder calorieën binnen, je kan dus zelfs gewicht verliezen door even ‘nee’ te zeggen.’

‘Alcohol verhoogt risico op 8 verschillende kankertypes’

Eva De Winter
Eva De Winter is diëtiste met een specialisatie in oncologie en werkt bij de Stichting Tegen Kanker. Ze geeft meer duiding over de link tussen alcohol en het risico op kanker. ‘We organiseren Tournée minérale om mensen bewust te maken van hun alcoholgebruik, en van wat er verandert als je niet drinkt. Voor andere gezondheidsvoordelen, zoals minder kans op kanker, moet je ook op lange termijn verstandig met alcohol omgaan. Alcohol kan het risico op 8 verschillende kankertypes (mond, keel, strottenhoofd, slokdarm, borst (bij vrouwen), dikke darm en endeldarm (bij mannen), lever, maag) doen toenemen! Lang niet iedereen blijkt zich bewust van de nadelen van alcohol. Een enquête van Stichting tegen Kanker toont dat:
  • 33% van de ondervraagde Belgen denkt dat 1 glas wijn per dag het kankerrisico doet dalen;
  • 29% denkt dat alcohol het kankerrisico niet verhoogt;
  • Een kwart van de 55-70 jarigen meer dan 2 alcoholconsumpties per dag drinkt.
En er zijn nog interessante weetjes:
  • Sterke drank is niet schadelijker dan wijn of bier;
  • Het alcoholgebruik van vrouwen steeg de laatste decennia fors, met als gevolg een grote toename van het aantal aan alcohol gerelateerde borstkankers;
  • De combinatie van alcohol en roken doet het kankerrisico exponentieel toenemen;
  • Acetaldehyde, het afbraakproduct van alcohol (ethanol), maakt de huid gevoeliger voor UV-stralen, wat indirect huidkanker in de hand kan werken.

‘Eén maand minder drinken zorgt ervoor dat mensen zich bewuster worden van hun gedrag’

Frieda Matthys
Volgens psychiater Frieda Matthys is het belang van de campagne vooral dat mensen zich bewust worden van hun gedrag, en daardoor ook op lange termijn hun alcoholgebruik aanpassen. ‘Als psychiater krijg ik vooral te maken met mensen die verslaafd zijn aan alcohol. Bij verslaving denken we meteen aan de extreme gevallen, maar er zijn veel mensen die elke dag alcohol drinken en er niet bij stilstaan dat ze hier afhankelijk van zijn. Wanneer ze dan een maand helemaal niet drinken, ondervinden ze dat dit niet zo gemakkelijk is en gaan ze zich vragen stellen over dat gedrag. Ze beseffen dat ze gedrag stellen waar ze eigenlijk niet achter staan. Dat is het belangrijkste effect van Tournée Minérale. In andere landen is bij dergelijke campagnes al gebleken dat mensen na zo’n maand van geheelonthouding ook veel bewuster met hun alcoholgebruik omgaan. Op die manier zal Tournée Minérale dus ook op lange termijn vruchten afwerpen.’

30 januari 2017

Expert in de kijker: Professor Cecile Baeteman over de zeespiegel en andere misvattingen

Cecile Baeteman

Volgens het Intergouvernementeel Panel inzake Klimaatsverandering IPCC van de Verenigde Naties zal de zeespiegel wereldwijd stijgen door de opwarming van de aarde en zullen lage kustgebieden hierdoor massaal overstromen. Professor Cecile Baeteman van het Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen en de Vrije Universiteit Brussel nuanceert dit scenario en stelt dat menselijke activiteiten een veel grotere impact hebben op het overstromingsrisico van lage kustgebieden dan een globale zeespiegelstijging.

“Uit mijn onderzoek aan de VUB blijkt dat de simulaties en voorspellingen van de Verenigde Naties enigszins genuanceerd moeten worden. Het verhaal is complexer dan op het eerste gezicht lijkt. Het is niet correct om gewoon de hoeveelheid ijs dat van de poolkappen afsmelt om te rekenen naar een globale stijging van het zeeniveau in centimeters en de invloed hiervan te voorspellen op een bepaald kustgebied. Bovendien kan men ook niet eenvoudigweg concluderen dat alle lage kustgebieden volledig zullen overstromen.”

“Studies van de verschillende factoren die een zeespiegelstijging veroorzaken doen besluiten dat er niet zoiets als een globale zeespiegel bestaat en dat er onvoldoende rekening gehouden wordt met kustprocessen en de factoren die kustveranderingen bepalen. Er zijn meer parameters waar men rekening mee moet houden om te kunnen voorspellen waar en hoeveel de zeespiegel zal stijgen. De oceanen staan weliswaar allemaal in verbinding met elkaar, maar het zeeoppervlak is er niet overal op hetzelfde niveau. De verspreiding van het smeltwater is veel belangrijker dan het volume dat er bij komt. Vooral menselijke activiteiten hebben immers een invloed op het overstromingsrisico van lagere kustgebieden. Een dam op een rivier veroorzaakt meer kusterosie dan een zeespiegelverhoging. Subsidentie of de daling van het grondoppervlak in de megasteden ten gevolge van het overmatig pompen van grondwater is in sommige gevallen tien keer groter dan de huidige zeespiegelstijging en vormt een veel groter probleem voor de kwetsbaarheid van die gebieden en hun enorme bevolking. Trouwens, uit de geologische geschiedenis van de laatste 10 000 jaar blijkt dat in ontwikkelingslanden waar de kusten nog op natuurlijke wijze kunnen evolueren omdat er nagenoeg geen dijken zijn, de kustgebieden wel gelijke tred kunnen houden met de snelheid van de voorspelde zeespiegelstijging door natuurlijke sedimentafzetting.”

23 januari 2017

Thema in de kijker: inbraakpreventie en cybercriminaliteit

Laat inbrekers je feestdagen niet verpesten! Tijdens de donkerste dagen van het jaar gebeuren er immers traditioneel meer inbraken.

“Zorg dat dieven in het licht staan”

Annemie De Boye
Volgens Annemie De Boye heeft inbraakgevoeligheid veel met omgevingskenmerken te maken, maar kunnen we zelf ook wel één en ander doen om ons huis beter te beveiligen. ‘Globaal gezien kunnen we stellen dat steden inbraakgevoeliger zijn dan het platteland. Er is meer leven op straat en meer anonimiteit. Anderzijds is er in steden meer sociale controle, zelfs ’s nachts, en zijn er op het platteland meer vluchtwegen. Het is met andere woorden een mes dat aan twee kanten snijdt. Aan de ligging van je woning kan je weinig veranderen, maar je kan wel degelijk dingen doen om je woning of bedrijf beter te beveiligen tegen inbraak. Het belangrijkste is sociale controle. Zorg voor voldoende inkijk in je woning, school of bedrijf. Mensen denken soms dat ze dieven afschrikken door hoge hagen rond hun gebouw te plaatsen, maar die zorgen er net voor dat een dief ongestoord zijn gang kan gaan. Gemiddeld heeft een dief drie à vier minuten nodig om binnen te geraken. Je kan hem natuurlijk afschrikken met een hele stevige voordeur die tien minuten kost om open te breken. Maar als de buren die voordeur niet kunnen zien, heeft een dief toch alle tijd van de wereld om aan de voordeur te morrelen. Het beste wat je dus kan doen, is inbrekers het gevoel geven dat ze snel moeten zijn omdat ze in het zicht staan en ervoor zorgen dat de weerstand om je woning binnen te geraken groter is dan drie minuten.’

“Mensen beseffen dat ze hun deur moeten sluiten, maar de virtuele deur laten ze openstaan”

Evelien De Pauw
Evelien De Pauw wijst erop dat vooral de online criminaliteit stijgt, zeker in de bedrijfswereld. ‘Men stuurt bijvoorbeeld vanuit het gekraakte e-mailadres van de CEO een mail naar de secretaresse om geld over te schrijven op een rekening. Dat geld is weg, en van de dader vind je geen spoor meer terug. Voorlopig zijn burgers nog in mindere mate het slachtoffer, maar het gebeurt toch steeds meer. De voorspelling is dat het steeds vaker zal gebeuren. Er wordt nu al geregeld ingebroken in de online banking apps, er worden phishingmails gestuurd, mensen worden gechanteerd met naaktfoto’s die men vond op een gekraakte computer of smartphone. De daders zijn ook slim. Als mensen een mail krijgen van de federale politie over een onbetaalde boete, slaan ze al snel in paniek. Maar we mogen niet te goedgelovig zijn. Mensen denken altijd dat het hen niet zal overkomen, maar we moeten ons er dringend meer bewust van worden dat het wel kan gebeuren. Burgers weten heel goed dat ze hun deuren en ramen moeten sluiten, maar zijn zich te weinig bewust van de gevaren die online op de loer liggen. Iedereen gebruikt hetzelfde soort paswoord, zoals de naam van de kinderen of van de hond, de netwerksleutel ligt gewoon op de router, ... Mensen met slechte bedoelingen weten die dingen wel te vinden. Het belangrijkste is om altijd alert te blijven.’

27 december 2016

Thema in de kijker: Wereldlichtjesdag

Op 11 december is het Wereldlichtjesdag. Op die dag worden overal ter wereld overleden kinderen herdacht. Die dag valt niet toevallig in december. De feestdagen confronteren veel mensen immers extra met gemis. Drie rouwexpertes aan het woord.

“Vraag wat je voor iemand kan doen en luister!”

Ann Onkelinx
Ann Onkelinx is psychologe: ‘In december staat alles in het teken van gezelligheid en samenzijn, maar net daardoor wordt wie er niet meer is nog meer gemist. Het gemis is er elke dag, maar de focus erop wordt groter door de sfeer van gezelligheid en samenzijn. Dit begint al bij de eerste kerstlichtjes. De maatschappelijke druk hierbij kan groot zijn. Vooral mensen die bijvoorbeeld vijf jaar geleden iemand hebben verloren, krijgen al gauw te horen: zet je erover en kom toch gezellig mee feesten. Maar voor die mensen voelt dat alsof het nog maar gisteren was. Mensen in rouw raad ik aan om voldoende aan zelfzorg te doen. Bekijk wat je zelf nodig hebt om de dagen door te komen. Voel je niet verplicht om mee te feesten. Durf nee te zeggen.

Ook de mensen in de omgeving kunnen hierbij helpen. Vraag wat je kan doen voor iemand en luister! Uit goede bedoelingen denken we vaak in de plaats van een ander, maar we vergeten soms te vragen aan de persoon zelf wat hij nodig heeft. Mensen in rouw denken dan: ze bedoelen het goed en ze durven geen nee zeggen.’

“Maak ruimte voor emoties en haal herinneringen op”

Elke Vermeyen
Elke Vermeyen is gespecialiseerd in rouw bij kinderen. ‘Met Sinterklaas die pas terug naar Spanje vertrokken is, is de tijd van de verlanglijstjes en vele cadeautjes weer volop aangebroken. Voor rouwende kinderen is dit vaak een moeilijke periode. In het bijzonder voor kinderen die een ouder verloren hebben. Hoe ga je als omgeving in deze maand vol met feestelijkheden nu eigenlijk het beste om met rouw en verdriet bij kinderen en jongeren? We denken vaak dat de feestdagen vooral leuk moeten zijn. Toch horen verdriet en gemis er ook bij. Door je eigen gevoelens te tonen en uit te leggen, geven we onze kinderen de ruimte om hun emoties ook te tonen. Enkel zo kan je een gespannen situatie rond de feestdagen vermijden. Bespreek ook samen met de kinderen hoe je de overledene wilt betrekken tijdens de aankomende feestdagen. Het is de ideale periode om bewust tijd vrij te maken om herinneringen op te halen. Door samen te zijn of samen stil te staan bij degene die er niet meer is, kunnen de kinderen de warmte van het samenzijn tijdens de feestdagen ervaren.’

“Mensen in niet-erkende rouw voelen zich nog eenzamer”

Evamaria Jansen
Evamaria Jansen, psychotherapeute en rouwspecialiste wijst ons erop dat ook onzichtbare of niet-erkende rouw extra zwaar om dragen is tijdens de feestdagen. ‘We weten stilaan dat rouw kan isoleren en proberen er rekening mee te houden. Maar wat als de rouwende niet in zijn rouw erkend wordt? Bij sommige vormen van rouw staan we veel te weinig stil, omdat we vinden dat er geen legitieme reden is voor het verdriet, omdat het verdriet al ‘te lang duurt’ of omdat er getreurd wordt om iemand die maatschappelijk niet geaccepteerd is. Mensen in niet-erkende rouw voelen zich nog eenzamer. Zo vinden bijvoorbeeld kinderen van een gedetineerde die overlijdt moeilijk een open oor wanneer ze verdriet hebben. Ook perinatale sterfte of een ‘doodgewone’ miskraam kunnen tot niet-erkend verdriet leiden. En zo zijn er nog voorbeelden: rouw om een moeder van kleine kinderen die een ‘laffe’ suïcide pleegde of een homoseksueel kind dat aan aids stierf. En wat als niemand van de rouw af weet, omdat de overledene een geheime minnaar was? Wat als iemand uit schaamte zwijgt over het gat dat geslagen werd door het verlies van een huisdier? Misschien is het een tip voor deze dagen - en altijd - om in gedachten eens je vrienden- en bekendenkring te overlopen en je ogen en oren open te houden.’

7 december 2016

Thema in de kijker: Ouderenweek van 21 tot 27 november

“Zorg op maat voor iedereen”

Saloua Berdai
Saloua Berdai-Chaouni leverde vernieuwend en baanbrekend werk over interculturalisering van de zorg- en welzijnssector. Ze wordt als één van de pioniers in het werken rond vergrijzing en diversiteit in Vlaanderen beschouwd. Momenteel is ze docent aan Karel de Grote Hogeschool en als PhD-onderzoekster aan het Erasmus Hogeschool Brussel en de VUB verbonden. Haar huidig onderzoek richt zich op dementiebeleving en dementiezorg bij ouderen met migratieachtergrond.

“Alle ouderen hebben dezelfde wens: ze willen een kwaliteitsvolle oude dag, waarbij rekening wordt gehouden met hun noden en behoeften. Bij ouderen met een migratieachtergrond betekent dit dat je ook rekening houdt met de migratiegeschiedenis. Er wordt vaak gezegd dat mensen met een migratieachtergrond geen professionele hulp wíllen opzoeken. Die individuele drempels bestaan zeker, maar belangrijker zijn de structurele drempels: de zorg is niet aangepast aan die groep ouderen. Als mensen wél de stap zetten om professionele hulp te zoeken, haken ze vaak af wanneer de zorg niet aangepast blijkt te zijn. Bij maatzorg moet je rekening houden met de levensgeschiedenis van de oudere. Dit geldt voor elke oudere, ook voor ouderen met een migratieachtergrond. Zo zal een Italiaan bijvoorbeeld zijn pasta al dente willen eten, en niet platgekookt zoals hij hem voorgeschoteld krijgt in onze rusthuizen. Zo’n vraag wordt snel geculturaliseerd, terwijl het op zich heel gewone vragen zijn. Elke oudere wil zich graag omringen met wat hij of zij kent.

Bij dementie worden die noden heel scherp gesteld. De zorgnood is op een bepaald moment heel hoog waardoor professionele zorg onvermijdelijk is. Het is een fysiologisch feit dat mensen met dementie cognitieve functies verliezen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld hun aangeleerde taal verliezen, en opnieuw in hun moedertaal beginnen spreken. Als er dan geen zorg is van iemand die de taal spreekt, wordt de oudere niet optimaal geholpen en geraakt hij/zij in sociaal isolement. Let op, dit kan evengoed gebeuren met een Vlaming in Brussel die zijn hele volwassen leven Frans heeft gepraat, maar plots terug in zijn Vlaamse dialect begint te spreken. Het is belangrijk om deze vragen niet te problematiseren en te kijken naar de mogelijkheden.

Er zijn mogelijkheden om die brug te maken. Meertaligheid wordt nog veel te weinig als een troef gezien bij aanwervingen in de zorgsector. Maar er bestaan ook apps die hierbij kunnen helpen.”

”Drempels wegnemen door de zorg aan te passen”

Ozer Sukran
Ozer Sukran is gespecialiseerd in cultuurspecifieke zorg aan senioren van Turkse en Marokkaanse afkomst. In die gemeenschappen worden mensen op jongere leeftijd zorgbehoevend. Tegelijk ligt de drempel om gebruik te maken van bestaande zorginstellingen hoger.

“Gemiddeld worden mensen in de Turkse en Marokkaanse gemeenschap vanaf 65 jaar zorgbehoevend. Dit komt door hun sociaaleconomische achtergrond. Ze werkten vaker onder slechte omstandigheden, bijvoorbeeld in de mijnen. Veel vrouwen van de eerste en tweede generatie hebben suikerziekte. In die gemeenschappen wordt vaak verwacht dat jongeren voor ouderen zorgen. Ook de Islam schrijft dit voor. Maar die norm vervaagt nu er steeds meer tweeverdieners zijn. Mensen met kleine kinderen kunnen niet zomaar de zorg voor hun ouders opnemen. Natuurlijk worstelen ook autochtone Belgen hiermee, maar ik merk dat de nood bij mensen van Turkse en Marokkaanse afkomst nog groter is. Er rust bij die ouderen vaak nog een taboe om naar een rusthuis te gaan. Bovendien zijn de rusthuizen niet aangepast. Ouderen laten zich graag omringen met dingen die ze herkennen. De drempel om naar een rusthuis te trekken zou veel kleiner zijn, mochten rusthuizen halalmaaltijden aanbieden of inzetten op verzorgend personeel dat de moedertaal van de oudere spreekt.”

15 november 2016

Thema in de kijker: De eerste Week van NAH

Dit jaar gaat voor het eerst in Vlaanderen ‘De week van NAH’ door, die aan mensen met een niet-aangeboren hersenletsel een gezicht wil geven. Van 10 tot 16 oktober worden allerlei activiteiten georganiseerd voor mensen met NAH en hun mantelzorgers en acties om het grote publiek te sensibiliseren

“Elk jaar worden 50.000 mensen getroffen door een NAH”

Mieke Geernaert
Mieke Geernaert is Master in de klinische psychologie, met een bijkomende specialisatie in de neuropsychologie. Ze is al 10 jaar coördinator in De Nieuwe Notelaar, een tehuis en dagcentrum voor mensen met NAH in Brugge. Ze licht toe wat NAH precies is: ‘Elk jaar worden 50.000 mensen getroffen door een niet-aangeboren hersenletsel of NAH, door een ongeval, hersenbloeding, herseninfarct, zuurstoftekort, tumor of infectie. 15.000 personen houden er blijvende, ernstige gevolgen aan over. Desondanks blijft ‘NAH’ voor velen een onbekende. We lezen over zware weekendongevallen in de krant of horen van iemand die een beroerte gekregen heeft, maar staan weinig stil bij de lange weg die deze mensen moeten afleggen. Na een periode van coma, volgt vaak een intensief revalidatieproces. Vele gevolgen zijn echter blijvend: geheugenproblemen, vermoeidheid, evenwichtsstoornissen, verlamming, … tot zelfs karakterveranderingen die ervoor zorgen dat de persoon precies een ander iemand is geworden. Vaak kan het vertrouwde leven niet meer opgenomen worden, waardoor de verlieservaring groot is.’

”Gevangen in mijn eigen lichaam”

Fabienne Van De Steene
Ervaringsdeskundige Dirk Schockaert kan dit beamen. Hij was woordvoerder van De Lijn en docent communicatie, tot hij op zijn 42ste plots een herseninfarct kreeg in zijn slaap. Sindsdien leeft hij met beperkingen. Hij is halfzijdig verlamd en zit dus in een rolstoel. Maar het ergste zijn de vermoeidheid en de aandacht- en concentratieproblemen: ‘Momenteel ben ik bijvoorbeeld doodop. Ik heb veel rust nodig en moet mijn inspanningen doseren. Ik moet luisteren naar mijn lichaam, maar ik heb de neiging om mijn oude gewoontes te hervallen. Ik wil te veel doen op één dag. Ik heb het gevoel dat ik gevangen zit in mijn lichaam.’

Dirk Schockaert vindt het belangrijk dat mensen beseffen wat NAH inhoudt en wat de impact ervan op je leven is. Daarom organiseerde hij mee de studiedag van de provincie West-Vlaanderen voor de eerste Week van NAH. Daarnaast engageert hij zich als ambassadeur van de vzw Onafhankelijk Leven, een organisatie die opkomt voor mensen met een beperking en ervoor zorgt dat ze een gewoon leven kunnen leiden. ‘Zelf heb ik bijvoorbeeld twee assistentes die me helpen om boodschappen te doen en de kinderen van school te halen.’

“Meer aandacht dan vroeger voor omgaan met NAH op verschillende levensdomeinen”

Heidi Tanghe
Heidi Tanghe is Zorgcoördinator transmurale zorg in het revalidatiecentrum BZIO in Oostende. In het BZIO zet ik samen met mijn collega’s in een interdisciplinair team trajecten op om mensen of groepen naar oplossingen te begeleiden, op alle levensdomeinen. Dit kan over eenvoudige dingen gaan, zoals opnieuw leren de bus nemen, of over complexe zaken, zoals het traject om weer thuis te gaan wonen na NAH. Na NAH moeten mensen soms de eenvoudigste dingen opnieuw leren, zoals boodschappenlijstjes maken. Ze hebben ook soms andere problematieken dan andere mensen met een beperking. Ik denk maar aan seksueel ontremd gedrag. Hoe ga je hier als familie mee om? Daar begeleid ik families en patiënten in. Ook respijtzorg maakt deel uit van mijn verantwoordelijkheid. Dat betekent dat we een oplossing zoeken voor zieke mantelzorgers.

Ik merk dat er de laatste jaren veel veranderd is. Vroeger werd er puur medisch naar mensen met NAH gekeken. Nu is er veel meer begeleiding. De instellingen werken nu proactief rond diverse levensgebieden, bv. arbeid of vrijetijdsbesteding.’ Ook in haar persoonlijke leven kreeg Heidi Tanghe te maken met de gevolgen van NAH: ‘Mijn mama heeft recent een hersenletsel gekregen. In eerste instantie stond ze niet open voor de begeleiding rond vrije tijd, maar enkele maanden later was ze er net heel dankbaar voor.’

6 oktober 2016